OPINIE - Stephan de Vries −
27/01/12, 15:03
Een leraar met een protestbord. Leraren vanuit heel Nederland zijn in de Jaarbeurs in Utrecht voor een manifestatie tegen de ophokuren in het onderwijs.
© anp
Zowel docenten als politici verdedigen met veel gevoel voor drama dat alles wat ze doen en laten wordt ingegeven door de ambitie leerlingen kwalitatief hoogwaardig onderwijs te verschaffen. Maar als men de leerling daadwerkelijk centraal stelt, moet dat ook uit acties blijken. 'Dat is tot op heden zelden het geval geweest', schrijft Stephan de Vries.
Onderwijs. De kranten staan er weer vol mee deze week en de emoties lopen wederom hoog op. De leraren zijn boos. Boos omdat ze door een nieuwe wet van minister Van Bijsterveld (Onderwijs, CDA) tóch 1040 uren per jaar moeten lesgeven, vakantiedagen in moeten leveren, meer moeten werken en in ruil daarvoor niets terugkrijgen.
Die concrete maatregel lijkt echter niet meer dan de vonk die de opstand onder docenten (weer) heeft doen oplaaien. De woede zit dieper. Zo dragen ook de (door docenten ongewenste) prestatiebeloning, de bevriezing van hun salaris en de bezuinigingen op speciaal onderwijs hun steentje bij aan het ongenoegen.
KernMaar wie het bij die analyse laat raakt nog steeds niet aan de kern van deze kwestie. Die kern is namelijk dat docenten zich niet gehoord voelen door 'Den Haag'. Al jaren niet. De afgelopen decennia werd de één na de andere onderwijsvernieuwing doorgevoerd, vaak te snel, ondoordacht en vooral heel erg van bovenaf opgelegd. Maatregelen werden, zo stellen de leraren en schoolbestuurders, veelal hun strot doorgedouwd door amateuristische ambtenaren die zonder visie heersen vanuit Den Haag. Dat terwijl zij toch de experts waren die iedere dag in de 'modder' staan? Waarom wordt er niet een keer naar hen geluisterd? Laat hun toch een keer met rust, dan zullen we allemaal zien dat het vanzelf goed gaat komen in onderwijsland.
Verontwaardigde divaPolitici reageren - al doen ze dat volgens docenten veel te weinig - veelal verontwaardigd. Docenten moeten zich allereerst niet zo aanstellen en er moet maar eens een flinke mentaliteitsverandering plaatsvinden in de docentenkamer. Waarom zeuren over vrije dagen als de Inspectie van het Onderwijs aangeeft dat de tijd in de les door 20 procent van de docenten helemaal niet efficiënt wordt gebruikt? Waarom staken als er nog zoveel te winnen valt aan professionaliteit en kwaliteit in de eigen beroepsgroep? In plaats van te reageren als een verontwaardigde diva iedere keer als er ook maar wordt gewezen naar hun privileges, zouden docenten er beter aan doen om samen met politici op te trekken in hun strijd voor kwalitatief beter onderwijs. Daarin hebben docenten een grote verantwoordelijkheid die ze moeten durven nemen. Minder kletsen, meer vechten!
GelijkVoor beide kanten valt wellicht iets te zeggen, maar eigenlijk gaat het er niet zozeer om wie er gelijk heeft in deze strijd. Want een strijd is het: een permanente machtsstrijd die zich al langer dan een eeuw afspeelt en waarvan de inzet de zeggenschap over het onderwijs is.
Leo Lenssen beschrijft deze strijd zeer inzichtelijk in zijn proefschrift 'Hoe sterk is de eenzame fietser?' (een werk dat gelezen zou moeten worden door een ieder die iets te maken heeft met het onderwijs). Zeer sterk gevormd door historische gebeurtenissen, waaronder de schoolstrijd als belangrijkste, is het onderwijsdomein nog altijd een arena van belangen. Daaraan zijn de afgelopen decennia vele actoren toegevoegd: naast de overheid, schoolbestuurders en docenten hebben werkgevers, internationale organisaties, sector- en brancheorganisaties, lobbyisten en ouder-, leerling- en studentenorganisaties de arena betreden.
Die laatste twee, leerlingen en studenten, zijn echter zwaar ondervertegenwoordigd in de strijd. Terwijl het in het onderwijs toch eigenlijk juist om de jeugd zou moeten gaan lijkt het gevecht om zeggenschap in het onderwijs zich voornamelijk boven hun hoofd af te spelen. Van de vraag wat het beste is voor de leerling is al doende een ondergeschikt belang gemaakt.
Natuurlijk zullen zowel docenten als politici met veel gevoel voor drama durven verdedigen dat alles wat ze doen en laten wordt ingegeven door de ambitie leerlingen kwalitatief hoogwaardig onderwijs te verschaffen. In veel gevallen zal dat ook niet gelogen zijn. Ik probeer hier niet te betogen dat een meerderheid van hen handelt uit puur eigenbelang.
Als men de leerling echter daadwerkelijk centraal zegt te stellen moet dat ook uit acties blijken. Dat is tot op heden zelden het geval geweest. Was dat wel zo geweest dan hadden we nu een onderwijsbestel dat een stuk toegankelijker zou zijn geweest voor de leerling. Een bestel dat zodanig ingericht zou zijn geweest dat, in de woorden van Lenssen, elk individu naar eigen keuze (ongeacht niet-cognitieve persoonlijke kenmerken) en onbelemmerd onderwijs kan genieten dat hem optimaal in staat stelt zijn talenten en leercapaciteiten te ontdekken en te ontplooien.
Gekissebis Een situatie waarin dat de standaard is zal zeker niet het resultaat zijn van aanhoudend gekissebis tussen de docentenkamers en Den Haag. Makkelijk zal het toewerken naar een dergelijk stelsel überhaupt niet zijn. Integendeel. Maar het lijkt mij wel de pijn en moeite waard om te vechten voor een ideaal waar het onderwijs in de kern op gericht is: de optimale ontplooiing van ieder individu. In tegenstelling tot iedereen die deze week opriep tot stakingen zou ik iets anders willen bepleiten: docenten en politici, verlaat uw arena en stel de leerling daadwerkelijk centraal. En leerling: claim je eigen domein!
Stephan de Vries is wetenschappelijk medewerker van de Prof. mr. B.M. Teldersstichting. Het wetenschappelijk bureau gelieerd aan de VVD en het liberalisme. Momenteel werkt hij aan een geschrift over het onderwijs van de toekomst.