OPINIE - Klaas Dijkhoff −
20/01/12, 14:14
De Hongaarse premier Viktor Orbán woensdag in het Europees Parlement.
© afp
De voortdurende kritiek op de democratisch gekozen regering-Orbán is overbodig en contraproductief. Alleen Brussel kan echt veranderingen afdwingen, schrijft VVD-kamerlid Klaas Dijkhoff.
Premier Viktor Orbán heeft de laatste tijd een bedenkelijke reputatie opgebouwd. Begin deze maand gingen tienduizenden Hongaren de straat op in fel protest. Ooit werd Orbán bewierookt als vrijheidsminnende vernieuwer. Nu geven zijn daden te denken over het democratisch gehalte van zijn beleid en het respect in Hongarije voor fundamentele rechten. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling en er moet wat aan gedaan worden. Maar dan wel op een verstandige manier.
Dat Europa Hongarije tot de orde roept is een goede zaak. Het toont ook de kracht van de Europese Unie. Vaak zien we in het buitenland zorgwekkende zaken. Individuele vrijheden die in het gedrang komen, trucs om de zittende macht onaantastbaar te maken voor democratie en in het uiterste geval zelfs geweld tegen de eigen bevolking, zoals onlangs in Libië en nu in Syrië.
We kunnen in zulke gevallen helaas weinig concreets doen. Het ultieme middel van militair ingrijpen zetten we niet lichtvaardig in. Sancties zijn wel mogelijk, maar het is moeilijk ze zowel effectief als 'vriendelijk' voor onschuldige burgers te maken. Wat ons te doen staat is vooral waarschuwen, er luid en duidelijk afstand van nemen, de onderdrukte meerderheid van burgers steunen en vooral 'schande' roepen, hard 'schande' roepen.
Concreet instrumentHet grote voordeel van een EU-lidstaat is evenwel dat je het aan kunt spreken en zelfs aan kunt klagen. Een EU-lidstaat heeft verplichtingen ten opzichte van de andere leden en, belangrijker nog, ten opzichte van zijn eigen mensen. Die verplichtingen zijn vastgelegd in Europese wetten en verdragen. Als Hongarije wetten aanneemt die daarmee strijdig zijn, kan de Europese Commissie een inbreukprocedure starten. Dat gebeurt nu ook en dat is goed.
Het verbaast mij dat dit menig partij er niet van weerhoudt toch ook de instrumenten van machteloosheid in te zetten. Hard roepen, nog harder roepen en uiteindelijk op het beledigende af schreeuwen.
Curieus Het 'debat' tussen het Europees Parlement en premier Orbán was een curieus schouwspel. 'U kiest de weg van Chavez, Castro en alle totalitaire en autoritaire regimes van de wereld', zo sprak Daniel Cohn-Bendit van de Groenen. Eerst werd Orbán gemaand zich te verantwoorden. Daarna werd hem voor de voeten geworpen dat hij het in zijn hoofd haalde zomaar even naar Straatsburg af te reizen om in het Europees parlement te komen spreken. Kennelijk is een vermaning tot verantwoording in Brussel geen uitnodiging om dat ook echt te komen doen.
Als reden voor de felle retoriek wordt aangevoerd dat de inbreukprocedure niet genoeg is. Ofwel: zelfs als Orbán de wetten in lijn met de Europese verdragen brengt, vertrouwen ze het zaakje niet. Zij vrezen een Hongarije dat op papier de Europese normen naleeft, maar in de praktijk ondemocratisch is.
Dat is natuurlijk mogelijk, maar niet gegarandeerd. Het zou verstandig zijn te kijken naar de feiten. En Hongarije te beoordelen op hoe het land er straks echt voorstaat. In plaats van nu op een eigen toekomstvoorspelling af te gaan. Daarnaast staan we ook niet met lege handen als straks de papieren werkelijkheid niet met de praktijk overeenkomt. Ook dan hebben we, juist omdat Hongarije EU-lid is, instrumenten om verandering af te dwingen.
TrotsTot slot werken de megafoons van machteloosheid contraproductief om de sfeer in Hongarije te bevorderen. Orbán is niet via een coup aan de macht gekomen. Hij heeft verkiezingen gewonnen en zijn partij bezet een indrukwekkende 68 procent van de zetels. Hij behaalde die vooral op een platform van Hongaarse trots. Van een herwonnen zelfbewustzijn na decennia communisme, van 'overheersing van buiten' door niet-Hongaren die het beter meenden te weten.
Wie de situatie in Hongarije echt wil verbeteren, ziet al snel dat het niet helpt om van buitenaf tegen die trotse meerderheid te schreeuwen dat ze alles fout doen. Dat lucht misschien wel op, maar helpt de zaak waar je voor zegt te staan niet vooruit. Het is dus overbodig en contraproductief. Wat mij betreft gebruiken we de kracht van de Europese Unie. Wanneer een land wil toetreden: uiterst scherp aan de eisen vasthouden. Als een land eenmaal lid is: uiterst scherp aan de eisen vasthouden.
Klaas Dijkhoff is woordvoerder Europese Zaken voor de Tweede Kamerfractie van de VVD.