*

 

'Europa neemt niet de moeite Turkije te begrijpen'

OPINIE - Enno Maessen − 09/01/12, 14:03
De Turkse premier Erdogan. © afp

Europa zou onder aanvoering van politici en columnisten wat meer moeite kunnen doen om Turkije, het land waar men zo graag een mening over heeft, daadwerkelijk te begrijpen. Dat betoogt cultuurhistoricus Enno Maessen.

Zondag publiceerde Thomas von der Dunk een sceptisch betoog over de toetreding van Turkije tot de EU. Met recht ziet hij de toekomst van een Turks lidmaatschap donker in: Frankrijk en Duitsland liggen dwars en de toetreding lijkt in Ankara prioriteit te verliezen.

Aard
Het probleem van het betoog van Von der Dunk ligt dan ook niet zo zeer in zijn stelling als in de aard van zijn argumenten. Dat is overigens een probleem dat ouder is dan de Turkse staat zelf: Turkije is een land waarvoor Europa gedurende de twintigste eeuw vooral haar best heeft gedaan om het niet te doorgronden. Men draagt wat dat betreft in Europa de erfenis van haar voorvaders. In de negentiende eeuw vroeg een Osmaans staatsman de Franse ambassadeur in Istanbul ook al hoe hij dacht de staat ooit te kunnen begrijpen als hij al zijn tijd doorbracht in de Europese wijk van de stad. Wat er speelt is niet op de eerste plaats dat Turkije zich niet begrepen voelt, een land dat overigens omringd wordt door Turkse staten, maar dat men in Europa ook simpelweg niet de moeite neemt om het daadwerkelijk te begrijpen.

Autoritaire trekken
Inmiddels heeft de AKP onder leiding van Erdogan het al negen jaar voor het zeggen. De stijl van de Turkse premier begint steeds meer autoritaire trekken te vertonen, maar voor diens aantreden was Turkije er nog veel erger aan toe. Na de laatste militaire coup in 1997 werden de Islamistische partijen herhaaldelijk van de kaart geveegd door militairen en hun Kemalistische consorten in de hooggerechtshoven.

De meest liberale elementen uit deze verboden partijen herenigden zich in de partij van Erdogan en Abdullah Gül en stonden een nieuwe koers voor. Een alternatief in de Turkse politiek was zeer welkom, aangezien Turkije zich in een ongekende politieke en economische impasse bevond. Politici buitelden voor de ogen van een doodzieke premier over elkaar heen van het ene in het andere corruptieschandaal, terwijl de Kemalistische elite van hooggeplaatste militairen, rechters en staatsmannen de regie in handen had. De Turkse bevolking had daar na de eeuwwisseling schoon genoeg van en stemde de AKP met een verpletterende meerderheid de regering in.

Schoon schip
De AKP ontpopte zich tot een bekwame regeringspartij, die de economie weer op gang kreeg en op vele maatschappelijke terreinen schoon schip wist te maken. Voor het eerst in lange tijd was er een partij aan de macht die een staat beoogde die haar burgers dient, in plaats van een staat die haar burgers wantrouwt en controleert.

Intussen is de AKP zekerder van haar zaak geworden en lijkt de koers te zijn bijgesteld. Dat is niet per se een gunstige ontwikkeling. Het alternatief is echter niet veel beter: de ene oppositieleider ontbeert politiek profiel, de ander voert de scepter over een pseudo-fascistische en hypernationalistische partij die de erfenis draagt van een beruchte factie in binnen- en buitenland: de Grijze Wolven.

De lift
Turkije zit in de lift. Heeft dat tijd nodig? Jazeker. Het land heeft meer dan tachtig jaar te maken gehad met een systeem dat volgens Von der Dunk 'streng seculier' was, maar dat beter kan worden gekenmerkt als antidemocratisch en waar etnofobie en religieuze onderdrukking bovendien hoogtij vierden. Atatürk, de vader des vaderlands, had het beste voor met de nieuwe republiek, maar dan wel zoals hij en diens nachtkabinet in Çankaya het voor zich zagen.

Europa en de Verenigde Staten raakten intussen aardig gecharmeerd van een Turkse elite die de façade van modernisering optrok, maar in feite een totalitair bewind voorstond. De autoritaire maatregelen die nu nog worden genomen, zijn dan ook hoofdzakelijk het resultaat van een grondwet die in de jaren tachtig door de militairen aan een marionettenkabinet werd gedicteerd.

Nationale verleden
Tot slot valt er in Turkije recentelijk een zekere ontspanning te ontwaren met betrekking tot het nationale verleden. Von der Dunk merkt met recht op dat Ankara in een oude reflex schoot toen Frankrijk het politieke besluit nam om ontkenning van de Armeense genocide strafbaar te stellen. Reden is dat het door Atatürk en de zijnen zorgvuldig, samen met het gehele Osmaanse verleden, uit het Turkse collectieve geheugen is gezuiverd. Zij worstelden overigens niet zozeer met de gedachte aan de ondergang van het Osmaanse Rijk alswel met de vraag hoe zij de multi-etnische erfenis ervan zorgvuldig in een homogeen nationalistisch keurslijf konden snoeren.

Daar staat tegenover dat Erdogan recentelijk excuses aanbood aan de Koerden voor de moord op duizenden Koerden naar aanleiding van de opstand in Dersim gedurende de jaren dertig. Symboolpolitiek zo lijkt het wellicht, maar slechts tien jaar geleden volstrekt onmogelijk. Intussen gaat het op veel terreinen beter dan ooit, wat soms meer zegt over de beroerde situatie in het verleden dan over de kwaliteit van de huidige toestand. Het is hoe dan ook te hopen dat Erdogan en de AKP niet verzanden in een soortgelijke machtsobsessie als hun voorgangers.

Intussen zou Europa onder aanvoering van politici en columnisten wellicht wat meer moeite kunnen doen om het land waar men zo graag een mening over heeft, daadwerkelijk te begrijpen.

Enno Maessen is cultuurhistoricus en gespecialiseerd in de geschiedenis van de Turkse Republiek en historische betrekkingen tussen Turkije en Europa. Hij studeerde geschiedenis en Turks in Utrecht, Leiden en Istanbul.


mailIcon print | |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met de andere VK bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />