*

 

Paul Brill: 'Europa is een continent van kleine stappen'

OPINIE - Paul Brill − 31/12/11, 12:46
© afp

Met de jaarwisseling in zicht worden tegenwoordig zo veel lijstjes met het beste en het slechtste uit het voorbije jaar geproduceerd dat het grote moeite kost om nog iets origineels te verzinnen. Het Amerikaanse tijdschrift The New Republic is daar toch in geslaagd. Het vroeg een aantal redacteuren en medewerkers om te zeggen wat volgens ieder van hen het meest onderbelichte onderwerp van 2011 is.

Ik zal ze niet allemaal noemen, de oogst is nogal Amerikaans gekleurd, maar een paar springen in het oog. Zoals: de stroom van illegale immigranten uit Mexico naar de Verenigde Staten is het afgelopen jaar bijna opgedroogd, maar in de politiek woedt het immigratiedebat nog alsof de kraan wagenwijd open staat. Nog een saillant voorbeeld: de geijkte opvatting over obesitas is dat dit samenhangt met armoede, maar een omvangrijke Amerikaanse studie heeft uitgewezen dat eetgewoontes nauwelijks veranderen door de nabijheid van goedkoop gezond voedsel; de media hebben er evenwel geen oog voor gehad. Eentje buiten de VS: de verontrustende persbreidel in het Turkije van Tayyip Erdogan.

Meest overbelichte onderwerpen
Van de weeromstuit probeerde ik te bedenken wat de meest overbelichte onderwerpen van 2011 zijn. De Ajax-soap gooit natuurlijk hoge ogen. En het publicitaire tranendal dat zich rond Mauro vormde, had wat mij betreft ook wel een iets kleinere afmeting mogen hebben. Maar bovenaan komt toch beslist de definitieve finale beslissende eurotop die de definitieve finale beslissende doorbraak in de schuldencrisis zou opleveren. Daarvan hebben we er minstens drie gehad, en allemaal bleken ze slechts een tussenstap in de moeizame trektocht waartoe Europa veroordeeld lijkt.

Dit zou een goed voornemen zijn voor 2012: dat we - politici, media - ophouden telkens weer de illusie te creëren dat alle problemen waarmee de Europese Unie worstelt, met één daverende klap op één zinderende topconferentie kunnen worden opgelost. Zo zit Europa simpelweg niet in elkaar, behalve in de fantasie van verstokte federalisten die menen dat Europa zo spoedig mogelijk verenigd zal zijn of niet zal zijn.

Ingewikkelde balanceeroefening
De realiteit is dat de Europese integratie een ingewikkelde balanceeroefening is, zeker nu er 28 landen bij betrokken zijn die geen van allen - nou ja, misschien met uitzondering van België - bereid zijn om hun nationale belangen en hun nationale identiteit weg te cijferen. De realiteit is ook dat degene die in Europa aan de meeste touwtjes trekt, bondskanselier Angela Merkel, zich zeer bewust is van de smalle politieke marges waarbinnen ze moet opereren, zowel in eigen land als op het supranationale toneel.

Dit hoeft beslist niet te betekenen dat Europa het moet stellen zonder wervend verhaal. Maar we zouden eens af moeten van altijd weer dezelfde twee liedjes. Liedje één: verdere Europese integratie is geboden om de oude demonen van dit continent in hun hok te houden - voordat we het weten doet het oorlogsgevaar weer zijn intrede. Het lijkt me dat dit spookbeeld nog slechts bij een enkeling werkt. Liedje twee: alleen door de handen ineen te slaan kan Europa de concurrentie van de opkomende mogendheden het hoofd bieden. Dat klopt wel, maar dit is nog geen grond voor elke vorm van integratie en het is dan extra pijnlijk dat juist de plannen om Europa competitiever te maken, waarvoor in 2000 een complete Agenda van Lissabon is opgesteld, in de bureaula zijn verdwenen.

Juist de verschillen
De vraag is bovendien of we ons wel zo heftig met landen als China en India moeten meten. In zekere zin zijn het juist de verschillen waaraan Europa zijn betekenis ontleent. Dan heb ik het over democratie, vrijheid, mensenrechten, een minimum aan bestaanszekerheid. Daarin schuilt het wervende verhaal van Europa.

Ik werd me daarvan extra bewust toen ik in augustus Singapore bezocht en voor de 9/11 special van de Volkskrant Kishore Mahbubani, de intellectuele heraut van de opkomst van Azië, interviewde. Aan het eind van het gesprek vroeg ik hem de landen te noemen die naar zijn oordeel over twee decennia de toon aangeven in de wereld. Hij zette China op de eerste plaats, daarna kwamen de VS, India, Brazilië en Japan. En Europa dan? Hij lachte meewarig, nee Europa moest eerst maar eens zijn huis op orde brengen.

Op zich is dat een gepaste vermaning. Maar het gesprek met Mahbubani maakte duidelijk dat ze mede voortkomt uit een denkwereld waarin alles draait om bestuurlijke slagvaardigheid en democratie hoogstens een aardig idee is voor later, waarin westerlingen niet zo moeten zeuren over mensenrechten en de miljoenen Chinezen die het leven hebben gelaten in de maoïstische tijd slechts een smetje zijn in vergelijking met de vernederingen van het kolonialisme. Zelden heb ik me dan ook pro-Europeser gevoeld dan toen in Singapore.

Paul Brill is redacteur van de Volkskrant.


Reageren? p.brill@volkskrant.nl
mailIcon print | |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met de andere VK bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />