OPINIE - Auke Hulst −
21/12/11, 17:01
Een schaap wordt ritueel geslacht in een islamitsch slachthuis.
© anp
Wie in gesprek gaat met voorstanders van ritueel slachten, wordt geconfronteerd met een bizarre vorm van logica. De strijd tegen de onwenselijke uitwassen van godsdienstvrijheid is een bittere, waarbij voor elke meter terreinwinst moet worden gevochten. Daarbij hadden we de onlangs overleden schrijven Christopher Hitchens goed kunnen gebruiken, meent schrijver Auke Hulst.
Het zijn treurige tijden voor iedereen die zich zorgen maakt over de invloed die religie uitoefent op politieke besluitvorming. Christopher Hitchens, de vlijmscherpe en vooral onbevreesde polemist die in
God Is Not Great (2007) op eruditie wijze álle wereldreligies onder vuur nam, is ons ontvallen. En dat vlak na een historische Haagse politieke flater: het schrappen van het ritueel slachtverbod.
Politici met een religieus signatuur hebben de gewoonte aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan. Zo verzetten ze zich tegen de leerplichtwet van 1900 - die meer dan het kinderwetje van Van Houten een eind maakte aan kinderarbeid - omdat ze in ruil staatsfinanciering van christelijke scholen verlangden. Die leerplichtwet werd uiteindelijk met één doorslaggevende stem aangenomen, omdat de conservatief Francis David Schimmelpenninck van zijn paard was gevallen en de stemming niet kon bijwonen. ('Het paard was verstandiger dan de meester,' grapte men nadien.) De financiering van het Bijzonder Onderwijs kwam er uiteindelijk toch, in 1917, na een beschamende uitruil voor het algemeen kiesrecht, waartegen veel religieuze politici zich verzetten. De prijs die voor het stemrecht betaald is, is kortom het van staatswege subsidiëren van religieuze indoctrinatie van kinderen. Terwijl neutrale voorlichting over diverse wereldreligies prima op Openbare Scholen binnen het vak geschiedenis zou passen. Sindsdien heeft de tijd het religieuze standpunt - inzake onder andere het homohuwelijk en euthanasie - onverminderd in het hemd gezet.
Zinloos martelenOp eenzelfde manier zal later hoofdschuddend worden teruggekeken op het debat rond het ritueel slachtverbod. Met alle respect voor 's lands politici, wat had ik Hitchens graag in debat zien gaan met de afgevaardigden van de joodse en de moslimgemeenschap die in Den Haag kwamen pleiten voor het zinloos martelen van dieren. Hitchens, die ooit op een podium een rabbijn kapittelde voor de luchtige wijze waarop die over het besnijden van een kind sprak, had '
no patience for bullshit'. Hij danste niet, uit angst op lange tenen te staan, om de hete brei heen, maar noemde de dingen bij de naam. Besnijdenis van kinderen = verminking. Onverdoofd slachten = martelen. En elk religieus, biologisch, medisch of hygiënisch argument dat door belangengroeperingen door de tijd is aangehaald om iets anders te beweren, blijkt niet met harde feiten te adstrueren. Hitchens verwees schijnargumenten met dédain naar de plek waar ze hoorden: in de prullenmand.
Bizarre logicaWie in gesprek gaat met voorstanders van ritueel slachten, wordt geconfronteerd met een bizarre vorm van logica. Een greep uit wat ik zoal, in persoon en in de media, dienaangaande heb mogen vernemen. Onverdoofd slachten is diervriendelijk(er), heus. (Aantoonbaar onjuist, maar zéér hardnekkig.) Gewoon slachten is óók niet diervriendelijk. (Dit is een argument in de categorie: het is prima dat ik dronken in de auto stap, want jij stapt dronken op de fiets.) Het is treurig dat je gevoeliger bent voor het lijden van dieren, dan voor het lijden van een groep mensen. (Deze kwam van de Belgische opperrabbijn David Lieberman en is boosmakend in zijn schofterigheid: het gelijkstellen van een extreem pijnlijke dood met een aanpassing in levensstijl en tradities.) Ze zouden zich eens bezig moeten gaan houden met de bio-industrie. (Verschillende partijen proberen dat, maar stuiten, hoe kan het ook anders, op het CDA, dat in de land- en veeteelt grote electorale belangen heeft. Bovendien: two wrongs don't make a right.) Het meest gebruikte argument is natuurlijk: het is traditie. (Traditie is geen argument, maar een schaamlap voor het bestendigen van misstanden. Om met Woody Allen te spreken:
tradition is the illusion of permanence.)
Morele misstandenDe Eerste Kamer heeft nu een streep door Marianne Thieme's wetsvoorstel gezet. De beperking van dierenleed zou niet opwegen tegen de in de Grondwet verankerde godsdienstvrijheid.
Wat het aanroepen van de godsdienstvrijheid vooral bewijst, is dat een grondwettelijke voorkeursbehandeling van religieuze groeperingen leidt tot morele misstanden. Schuilend onder de voorkeursparaplu is nogal wat mogelijk ten koste van derden, waarbij het nodeloos kwellen van dieren en het verminken van jongens het duidelijkst in het oog springen. Een kind mag straffeloos zonder medische indicatie besneden worden, maar als een arts voor een tv-item over kannibalisme een stukje vlees wegsnijdt uit Valerio Zeno en Dennis Storm, dan is een ondertekende vrijwaring mogelijk onvoldoende om vervolging wegens mishandeling te voorkomen. De suggestie dat besnijdenis en rituele slacht integraal onderdeel zijn van een religieus leven lijkt me niet houdbaar. Er is een verschil tussen de essentie van religie - het ervaren van een hogere macht - en de opsmuk aan tradities en codes waarmee het door heilige boeken en religieuze instituten is behangen. Veel daarvan is, getuige het uit de mode raken van steniging, onder druk vloeibaar gebleken. Daarom is er ook al een wettelijke uitzonderingsbepaling die het besnijden van meisjes verbiedt. De Tweede Kamer had, vergeefs, een kleine maar zinvolle stap in dat vooruitgangsproces gezet.
Binnen de context van de huidige Grondwet zijn uitzonderingsbepalingen de enige manier om een balans te zoeken tussen godsdienstvrijheid en onwenselijk geachte uitwassen. Helaas moet voor elke meter terreinwinst een bittere strijd worden gevoerd. Een strijd waarbij we Christopher Hitchens goed hadden kunnen gebruiken.
Hitch, we zullen je missen.
Auke Hulst is schrijver, recensent en journalist.