OPINIE - Rick van der Woud −
23/11/11, 10:41
Staatssecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken op bezoek bij een vluchtelingenkamp in Kenia.
© getty
Voor een zuivere en eerlijke discussie is het beter het vaste budget van ontwikkelingshulp af te schaffen, betoogt Rick van der Woud, oud-medewerker van ontwikkelingsorganisatie Cordaid.
-
Veel landen waar Nederland op dit moment een ontwikkelingsrelatie mee onderhoudt, hebben inmiddels een grotere economische groei dan Nederland zelf
De goedkope
claim vorige week van PVV-voorman Geert Wilders op het budget voor Ontwikkelingssamenwerking heeft dit kabinet vooral aan zichzelf te danken. Door structureel 0,7 procent van het bruto nationaal product (bnp) te reserveren voor hulp aan ontwikkelingslanden duwt dit kabinet hulp aan de derde wereld door de strot van de burger. En dat in een tijd waarin vanwege de immer voortrazende kredietcrisis flinke financiële en morele offers gevraagd worden van diezelfde burger. Zonder goed uit te leggen waarom dit percentage van het bnp nodig is. Dat is slecht voor het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking onder de bevolking.
Voor een zuivere en eerlijke discussie over zin en onzin van ontwikkelingssamenwerking is het daarom beter ontwikkelingssamenwerking een doodgewoon onderdeel te laten worden van de Rijksbegroting. Zodat er gewoon kan worden gedebatteerd over wat ontwikkelingssamenwerking ons waard is. Of wat het ons waard zou moeten zijn. Dan scoort de PVV ook niet meer zo gemakkelijk punten over de ruggen van de miljarden mensen die moeten rondkomen van minder dan een euro per dag.
De praktijk laat nu helaas zien dat het debat in Den Haag zich te veel richt op behoud van of snijden in de 0,7 procent bnp. Kijkend naar de verschuivende economische machtsverhoudingen in de wereld is het eens te meer een valide vraag of het vasthouden aan dat percentage wel zo zinnig is. De economische machtsbalans verschuift richting landen als China, India en Brazilië. Veel landen waar Nederland op dit moment een ontwikkelingsrelatie mee onderhoudt, hebben inmiddels een grotere economische groei dan Nederland zelf.
Achter de dijkenDaar moeten partijen als de PvdA en zeker het CDA zich dan wel rekenschap van geven. Zij hebben internationale solidariteit en het versterken van welzijn en welvaart hoog in het vaandel staan. Andere partijen die maar met moeite over de dijk kunnen kijken, zouden dat ook moeten doen. Want als zij de dijk opklimmen, verschansen ze zich daarna geschrokken en bangig er weer achter. Alsof de wereld daar beter en overzichtelijker is.
De werkelijke uitdaging moet veel meer worden gezocht in het uitdenken en ontwikkelen van scenario's die erop zijn gericht ontwikkelingshulp terug te brengen tot een discussie over nut en onnut van de uitgaven van het Rijk. En als er geen plausibel maar wel dogmatisch verhaal is over het nut van ontwikkelingssamenwerking, mag het bedrag - zoals Wilders wil - terug naar nul. Naar 0,0 procent van het bnp.
Maar een goed verhaal is er wel. Alleen, het moet nog in politiek haalbare termen worden verwoord. Dat is de uitdaging waar vooral het CDA als regeringspartij voor staat. De politieke discussie moet zich pas daarna richten op de vraag welke inzet nodig is om dit te bereiken. Dat is een discussie voor managers.
Eerst moeten we met elkaar spreken over welke politieke doelen we willen bereiken met hulp aan arme landen. Wordt migratie voorkomen door sterkere economische ontwikkeling? En zo ja, hoe dan? Is ontwikkelingssamenwerking een goed instrument voor het beteugelen van migratie? Draagt een militaire operatie in Kunduz bij aan stabiliteit en, belangrijker nog, ontwikkeling? Deze vraag verscheurt zelfs GroenLinks - een warm pleitbezorger van ontwikkelingshulp -nog steeds.
Glazen huisVoor een zuiver politiek debat is een stevig integraal buitenlandbeleid met transparante en coherente doelen onontbeerlijk. Dat is niet het geval als het gaat om de plek die ontwikkelingssamenwerking inneemt in de huidige buitenlandpolitiek van Nederland. Doordat de 0,7 procent de norm is, wordt het buitenlandpolitieke instrument dat ontwikkelingssamenwerking eigenlijk zou moeten zijn, tot focus van een geïnstitutionaliseerde discussie.
En juist door de discussie over ontwikkelingssamenwerking in die termen te voeren, staat de hulp ver af van de bewogenheid van de doorsnee Nederlander. Die bewogenheid is er zeker en wordt zichtbaar als een direct beroep gedaan wordt op persoonlijke betrokkenheid. Op - ja, het zijn grote woorden - barmhartigheid en mededogen. Dat zie je bijvoorbeeld ieder jaar bij Het Glazen Huis eind december, of als er rampen gebeuren. Organisaties als Stichting Vluchteling kunnen dan op de betrokkenheid en portemonnee van de Nederlander rekenen. Blijvend onderkennen dat deze maatschappelijke motivatie essentieel is voor ontwikkelingsbeleid is van groot belang.
Nu houden ontwikkelingsorganisaties als Oxfam Novib en het ministerie van Buitenlandse Zaken met elkaar het draagvlak en een waar ontwikkelingsbedrijf in stand, met een gegarandeerd budget. Anoniem en beleidsmatig. Daar worden burgers kwaad of, erger nog, onverschillig van. Daarmee haal je de basis onder ontwikkelingssamenwerking weg. En is het makkelijk scoren voor de PVV.
Het wordt tijd voor de diepere discussie. Ontwikkelingssamenwerking is veel meer dan weten wat je wilt en hoe je dat kan bereiken. Politieke partijen moeten over het doel van ontwikkelingssamenwerking spreken. Afschaffen van de 0,7 procent is dan een mooie eerste stap. Kortom, Wilders heeft gelijk, maar om de verkeerde redenen.
Rick van der Woud is oud-medewerker van ontwikkelingsorganisatie Cordaid.