Juan Amayo Castro/Kees-Jan van Klaveren/Bram Mellink −
11/10/11, 06:00
© ANP. Poolse werknemers demonstreren in 2006 voor gelijke arbeidsrechten bij het SER gebouw in Den Haag.
Nadat er eindelijk schot lijkt te komen in de emancipatie van moslims, maken Nederlanders zich nu druk om de komst van Oost-Europese arbeidsmigranten. Als Nederland wil profiteren van een verrijking van zijn cultuur en identiteit, is het aan te raden om kalm te blijven.
-
Onze verloren nuchterheid is veel stoerder dan schreeuwen over 'normaal doen'
Voor moslims in Nederland lijken betere tijden aan te breken. In
NRC Handelsblad van 24 september constateerde columnist Bas Heijne dat de anti-moslimretoriek van PVV-politicus Geert Wilders zijn beste tijd had gehad. Het onderwerp 'islam' lijkt sleets te worden, en terwijl de vermoeidheid daarover toeneemt, groeit ook de strijdlust van moslims zelf. De acteur Nasrdin Dchar stelde het klip en klaar toen hij het Gouden Kalf in ontvangst nam: hij was klaar met de angstpolitiek waarmee Nederland door Verhagen en Wilders werd geïnjecteerd. 'Ik ben Nederlander, ik ben trots op mijn Marokkaanse bloed, ik ben een moslim, en ik heb een fokking Gouden Kalf in mijn hand.' Enthousiast applaus viel hem ten deel.
OnderschatMaar terwijl er schot lijkt te komen in de emancipatie van moslims dient een volgend existentieel drama zich alweer aan. Onlangs constateerde de Tijdelijke commissie Lessen uit recente Arbeidsmigratie, voorgezeten door CDA-parlementariër Ger Koopmans, dat Nederland ten minste 200.000 Oost-Europeanen herbergt die ten prooi vallen aan malafide uitzendbureaus, schrijnende huisvestingssituaties en uitbuiting. Intussen staan zij vaak niet bij de gemeente geregistreerd, worden geen belastingen over hun inkomens geïnd en neemt de druk op sociale voorzieningen toe, zeer geleidelijk, maar wel gestaag. De commissie-Koopmans concludeert dat de overheid de problemen met Oost-Europeanen heeft onderschat.
Het rapport van de commissie-Koopmans lijkt een icoon van een grotere ontwikkeling die zich op dit moment in West-Europa voltrekt. Waar 9/11 het symbolische startpunt is geworden van een slepend maatschappelijk debat over de vermeende culturele tegenstelling tussen het Westen en de islam, ontstaat onder invloed van de economische crisis een debat over de sociaal-economische verschillen binnen Europa zelf. Met de discussie over de Grieken bleef dat enigszins op afstand, maar met de Poolse arbeidsmigranten komt het onderwerp ineens veel dichterbij.
DiversiteitWaartoe leidt al die diversiteit? De commissie-Koopmans is er helder over: de komst van de Polen zorgt voor problemen die tijdig benoemd en onderkend moeten worden. De officiële naam van de commissie, 'Lessen uit recente Arbeidsmigratie', maakt al duidelijk dat Nederland zijn fouten uit het verleden niet nog eens mag overdoen.
De oplossing voor wat de commissie-Koopmans aanwijst als problemen, lijkt in elk geval niet te zijn om deze nog eens te benoemen in een breed maatschappelijk debat. Voor de aanpak van dubieuze uitzendbureaus en huisjesmelkers staat ons namelijk een rechtssysteem ter beschikking, dus daarvoor is een collectieve bespreking van migratieproblemen niet vereist.
BedreigingIntussen is de bespreking van de migratieproblemen een onderdeel van het probleem zelf geworden: het nieuwste migratie-integratie drama dient zich aan. Maatschappelijke tegenstellingen worden daardoor op de spits gedreven en politici trachten de oplopende spanningen te bezweren dan wel uit te buiten. Binnen afzienbare tijd hebben we het weer over de zoveelste bedreiging voor de sociale cohesie van de Nederlandse samenleving en over het nut van Europa; zeker met de verwachte komst van Bulgaren en Roemenen vanaf 2014.
Wie de Nederlandse geschiedenis een beetje kent, weet dat de veronderstelde homogene samenleving ook vroeger niet heeft bestaan. Voordat culturele en etnische verschillen de maatschappelijke spanningen in Nederland bepaalden, was religieuze scherpslijperij aan de orde van de dag. Het wederzijdse wantrouwen tussen religieuze groeperingen was in de verzuilde samenleving van de jaren veertig en vijftig zelfs zo groot, dat maatschappelijke groepen hele organisatienetwerken opbouwden om contact met 'andersdenkenden' te mijden: de zuilen.
EmancipatiestrijdIn de negentiende en vroege twintigste eeuw leverde de emancipatiestrijd van arbeiders grote spanningen op, tot een revolutiepoging van SDAP-voorman Pieter Jelles Troelstra toe. De gevolgtrekking is evident: maatschappelijke verschillen zijn er nu eenmaal en leveren steeds opnieuw conflicten op. De komst van Oost-Europese arbeidsmigranten en de te verwachten spanningen die dat met zich meebrengt, is dan ook geen reden tot paniek: de Nederlandse geschiedenis en politieke identiteit is met dit soort conflicten doordrenkt.
De vraag is of de herhaling van zetten jegens Oost-Europeanen niet al te voorspelbaar wordt. In het kader van de politieke vernieuwing is het misschien een idee om eens iets anders te proberen. Wie nostalgisch vast wil houden aan een Nederlands verleden als baken voor de toekomst, doet er goed aan op zoek te gaan naar onze verloren Nederlandse nuchterheid. Die is veel stoerder dan het heen en weer geschreeuw over 'normaal doen'. Als Nederland wederom wil profiteren van een verrijking van zijn cultuur en identiteit, is het aan te raden om kalm te blijven, of te worden, en de vele kansen te grijpen die zich met deze 'nieuwe' situatie aandienen. In plaats van weer de boom in te klimmen en elkaar, en onze nieuwe medeburgers, met stront te bekogelen.
Gaandeweg neemt de intensiteit van het multiculturele drama af. Laten we dus niet te verkrampt reageren op de komst van Oost-Europese arbeidsmigranten.
Juan Amayo Castro is jurist en als postdoc verbonden aan de Vrije Universiteit. Kees-Jan van Klaveren en Bram Mellink zijn promovendi in de Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.