*

 

'Dit kabinet schoffeert rechterlijke macht'

Fred Salomon − 12/07/11, 09:06
© THINKSTOCK

Fred Salomon stoort zich eraan dat het kabinet lijkt mee te gaan met de gangbare opvatting dat rechters te mild straffen.

Het kabinet is van plan bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel in te dienen waarin wordt bepaald dat criminelen die binnen 10 jaar opnieuw een feit begaan waarvoor 12 jaar gevangenisstraf of meer kan worden opgelegd minimaal tot de helft van het wettelijke strafmaximum moeten worden veroordeeld. Er zal dan wel sprake moeten zijn van een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

De wetgever
Dit wetsvoorstel druist in tegen een wezenlijk onderdeel van onze rechtsstaat. De wetgever bepaalt wat wel of niet mag in dit land en bepaalt tevens welke straf er moet worden opgelegd als de wet wordt geschonden. De wetgever bepaalt of er een geldboete op staat of een werkstraf of een leerstraf of een gevangenisstraf of een combinatie van deze straffen.

De wetgever bepaalt ook de hoogte van de straf. Zo staat er op diefstal maximaal 4 jaar gevangenisstraf, op afpersing maximaal 9 jaar gevangenisstraf en op verkrachting maximaal 12 jaar gevangenisstraf. De wetgever bepaalt in tegenstelling tot veel andere landen niet de minimumstraf. Er staat dus niet in de wet dat de winkeldief minimaal 4 weken moet krijgen, de afperser minimaal 6 maanden en de verkrachter minimaal 3 jaar. Dergelijke minima bestaan in Nederland niet, en dat geeft de rechter in Nederland een grote mate van vrijheid.

Veroordeling
Bij het bepalen van de straf let de rechter in het bijzonder op twee aspecten: de ernst van het feit en de persoon van de dader. Een eerdere veroordeling is een belangrijke, maar dus niet de enige factor. Ook de psychische gesteldheid van de dader en zijn rol bij het misdrijf kunnen bij het bepalen van de straf een belangrijke rol spelen.

Dit systeem - wel maximumstraffen, geen minimumstraffen - kennen we in Nederland sinds de invoering van het Wetboek van Strafrecht in 1886. Dit systeem wordt door het wetsvoorstel doorbroken. En dat zonder goede argumenten, zoals het advies van de Raad voor de Rechtspraak laat zien. Uit dat advies blijkt dat de veronderstelling dat dankzij het wetsvoorstel de recidive zal verminderen niet klopt.

Hoogte straf
Het wetsvoorstel betekent dat in de daarvoor in aanmerking komende gevallen het niet langer de rechter is die de hoogte van de straf bepaalt, maar de wetgever. Althans, als de rechter als het aan hem of haar had gelegen een lagere straf had willen opleggen dan die de wetgever in het wetsvoorstel bepaalt.

Slechts in één geval kan de rechter onder het opleggen van de minimumstraf uitkomen: indien zich ten tijde van of na het begaan van het misdrijf uitzonderlijke omstandigheden hebben voorgedaan die, indien de minimumstraf zou worden opgelegd, zouden leiden tot een onbillijkheid van zwaarwegende aard. Maar deze ontsnappingsclausule tast de kern van het wetsvoorstel niet aan.

Onbegrijpelijk
En dat terwijl er zo'n prachtig alternatief beschikbaar is. Via een aanwijzing kan aan de officieren van justitie worden opgedragen bij delicten waar het hier om gaat minimaal de helft van het strafmaximum te eisen. Als de rechters daarin niet meegaan en onder de helft van het strafmaximum zouden willen duiken, zullen zij dat moeten motiveren. Zo laat de overheid zien hoe men tegenover dergelijke misdrijven staat en men laat het wettelijk systeem onaangetast. Ik vind het volstrekt onbegrijpelijk waarom de minister deze tussenstap overslaat. Temeer nu dergelijke aanwijzingen al lang bestaan. Zo moet de officier van justitie bij delicten tegen politiemensen en hulpverleners de strafeis verdubbelen.

Veel mensen denken dat we licht straffen en dat we verkrachters met een taakstraf wegsturen. Maar dat strookt niet met de werkelijkheid. Uit onderzoek is gebleken dat het strafklimaat in Nederland tot het strengste van Europa behoort. En verkrachters gaan heus niet met een werkstrafje naar huis, maar krijgen jaren gevangenisstraf.

Niet soft
Wij rechters zijn dus helemaal niet soft, maar veel mensen denken dat het wel zo is, en het kabinet voedt op deze manier dit vooroordeel. Ik vind dat het kabinet de rechterlijke macht met dit wetsvoorstel schoffeert, zoals het ook kunstenaars beledigt door zonder goede gronden het advies van de Raad voor Cultuur over de kunstsubsidies te negeren. Ook het taalgebruik staat mij niet aan. Er wordt door politici openlijk gesproken over de verderfelijkheid van het 'subsidie-infuus' en de leden van de Raad voor Cultuur moeten uit hun dure gebouw worden 'geknikkerd'. Wat een minachting voor mensen die op een fatsoenlijke manier hun werk doen.

Wat staat ons nog te wachten? Dit is niet het einde van in mijn ogen populistische maatregelen, maar het begin. Ik wil hier niet aan meedoen.

Als het kabinet niet luistert naar de Raad voor de Rechtspraak en het wetsvoorstel doorzet, wil ik niet langer als strafrechter optreden. Niet dat het kabinet hiervan wakker zal liggen. Maar ik zal geen rustige nacht meer hebben als ik hier in meega. En dat wil ik mijzelf niet aandoen.

Fred Salomon is senior rechter bij de rechtbank Amsterdam.
mailIcon print | |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met de andere VK bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />