Egbert Dommering −
24/06/11, 09:00
© epa
De rechter heeft bij de weging van Wilders' uitspraken onvoldoende rekening gehouden met hun maatschappelijke repercussies. Dat schrijft Egbert Dommering, emeritus hoogleraar informatierecht aan de UvA in een opinie-bijdrage aan de Volkskrant.
De vrijspraak van Wilders steunt op een feitelijke uitleg van de uitspraken in de context waarin Wilders deze in concrete situaties in woord en geschrift heeft gedaan. Daarbij hanteert de rechtbank een betrekkelijk letterlijke uitlegmethode.
Op grond daarvan oordeelt ze dat Wilders in het overgrote deel van de gevallen het alleen zou hebben gehad over de islam. Wanneer Wilders dus in een gesproken of geschreven tekst tekeergaat tegen de islam maar tegelijkertijd in die uitlating zegt of schrijft dat hij niets tegen moslims heeft, gaat dat interview over het geloof (waarover kritiek uiteraard vrij is) en niet over moslims.
EffectBij deze uitleg wordt niet gekeken naar wat het mogelijke effect is van die uitspraak op een gemiddelde toehoorder, zowel een moslim (het opwekken van een gevoel achteruit gezet te worden) of een niet-moslim (het opwekken van een gevoel van vijandigheid jegens moslims). Over die effecten had het Openbaar Ministerie, dat immers vrijspraak had gevorderd, ook niets aangevoerd. De benadeelde partijen hebben dat wel gedaan, maar die mogen in Nederland (in tegenstelling tot Frankrijk) niet inhoudelijk aan de discussie in het proces deelnemen. Om die reden kon de rechtbank de uitvoerige en feitelijk onderbouwde betogen negeren die namens hen of door hen zelf waren aangevoerd.
AanvallenDe rechtbank negeert ook dat het stelselmatig aanvallen van iemands geloof en de daarin besloten stellingname dat alleen moslims volwaardig mogen meedoen die de islam afzweren, een samengestelde bewering is waarin je geloof en groep niet kunt scheiden.
Zo ziet de rechtbank Fitna, waarin een angstbeeld van de islam als een gewelddadige ideologie associatief wordt verbonden met het risico van de islamisering van Nederland, als een film over 'de kwalijke invloed van de islam'. Ik heb die film gezien, en ik heb die film anders beleefd en ik was niet de enige. Welke waarnemer heeft de rechtbank hier als norm in gedachten gehad?
UitlatingenBij een aantal uitingen vindt de rechtbank dat Wilders jegens een groep mensen te ver ging, maar dan pakt de rechtbank de brede context van het politieke debat over de multiculturele samenleving om ze niet strafbaar te achten. Het gaat om uitlatingen als 'De demografische samenstelling van de bevolking is het grootste probleem van Nederland. Ik heb het over wat er naar Nederland komt en wat zich voortplant... We moeten de tsunami van de islamisering stoppen.' En 'De grenzen dicht, geen islamieten meer Nederland in, veel moslims Nederland uit, denaturalisatie van islamitische criminelen.' De rechtbank vindt laatstgenoemde uitlating 'een politiek voorstel'.
De rechtbank neemt als de brede context dat een politicus in een politiek debat een grote vrijheid heeft en dat het er in een politiek debat (zeker over de multiculturele samenleving) ruig aan toe gaat. Dit is geheel in lijn met de jurisprudentie van het Europese Hof.
VerantwoordelijkheidHet pakt echter niet de andere brede context die het Hof ook heeft aangegeven, namelijk dat een politicus een bijzondere verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het tegengaan van discriminatie en haat. Wilders zou met een aantal van zijn uitspraken over islamisering (zoals hiervoor geciteerd) niet zijn weggekomen bij een Belgische of een Franse rechter, welke rechtspraak door het Europese Hof wordt gerespecteerd.
Sommigen zullen menen dat in deze uitspraak de vrijheid van meningsuiting zegeviert. Anderen (waaronder ikzelf) vinden dat er in Nederland een robuuste vrijheid van meningsuiting bestaat. Zij zijn bevreesder over de groeiende intolerantie die het klimaat in Nederland de afgelopen vijftien jaar kenmerkt. De rechtbank heeft het kennelijk niet tot zijn taak gerekend om daartegenin te gaan.
Praktisch is het wel: bij een veroordeling was ons in hoger beroep nog het circus van de wraking van het hele gerechtshof in Amsterdam voorgeschoteld. Dat wordt ons nu tenminste bespaard.
Egbert Dommering is emeritus hoogleraar informatierecht aan de UvA.