Plannen tegen scheefwonen horen in papierversnipperaar

Behoud grote sociale verschillen in huursector

Minister Donner heeft aangegeven dat hij per 1 juli 2011 het verhogen van de huur met maximaal 5 procent boven inflatie mogelijk wil maken bij bewoners van een sociale huurwoning met een inkomen hoger dan 43.000 euro per jaar. Daarmee zal hij een beleidsvoornemen uit het regeerakkoord uitvoeren.

Dit idee is niet nieuw: het kabinet-Rutte bouwt voort op voorstellen voor een huurbelasting of een doorstromingsheffing, die om goede redenen nimmer het Staatsblad hebben bereikt. Vroeger was het idee dat scheefwonende huishoudens (hoog inkomen, lage huur) ten onrechte van objectsubsidies profiteren. In 1995 zijn de algemene subsidies afgeschaft en sindsdien geldt dit argument niet meer.

Nu zijn de motieven dat deze huishoudens met een relatief hoog inkomen ‘niet in de sociale huursector thuishoren’, vaak profiteren van een impliciete subsidie van de verhuurder dankzij de lage huren, de doorstroming blokkeren en indirect bijdragen aan de lange wachttijden voor starters die op een sociale-huurwoning zijn aangewezen. Veel politici denken dat de sociale-huursector kleiner kan als mensen met een hoger inkomen die sector verlaten, bijvoorbeeld door een corporatiewoning te kopen.

Onzinnig
Deze overwegingen zijn niet allemaal onzinnig, maar het middel is veel erger dan de veronderstelde kwaal. Bovendien zijn er veel betere oplossingen, zoals het rapport Naar een integrale hervorming van de woningmarkt (april 2010) van een SER-Commissie laat zien. De weg die in het regeerakkoord wordt gewezen, is om de volgende redenen een doodlopende weg:

Het extra verhogen van huren voor huishoudens met een belastbaar inkomen hoger dan 43.000 euro vergt een jaarlijkse inkomenstoets van 2,4 miljoen huishoudens. Dat is een enorme opgave die alleen door de Belastingdienst kan worden uitgevoerd, gezien de controlemogelijkheden en privacy-aspecten. De daarvoor nodige extra personeelsformatie is nergens voorzien; de extra kosten zijn nergens begroot.

Sinds 1-1-2011 geldt de Europese regel dat minstens 90 procent van vrijkomende sociale-huurwoningen moet worden toegewezen aan de doelgroep van beleid: huishoudens met een belastbaar inkomen van ten hoogste 33.614 euro. Latere inkomensveranderingen laat de Europese Commissie buiten beschouwing. De Nederlandse regering is hier dus roomser dan de paus (Europese Commissie), door de inkomens van alle bewoners van corporatiewoningen jaarlijks te toetsen.

Bezwaar
Huishoudens moeten bezwaar kunnen maken tegen het door de Belastingdienst vastgestelde huishoudeninkomen. Dat is niet overbodig, want door veranderingen in salaris, arbeidstijd, huishoudensamenstelling, werkloosheid, pensionering, een extra baan kan het huishoudeninkomen op korte termijn flink veranderen. Hier dreigt een extra reguleringsdruk van een zeldzame omvang te ontstaan.

Als huishoudens het systeem begrijpen, ontstaat een prikkel voor hun leden om geen baan te aanvaarden of de arbeidstijd niet uit te breiden. Dat schaadt de economie.

In de administratie van sociale verhuurders zullen de huren van exact identieke woningen uiteenlopen door verschillen in inkomen van bewoners. Het inkomen sluipt de woningexploitatie binnen, wat de beheerkosten sterk zal doen stijgen en fundamentele vragen oproept over de privacybescherming van bewoners. Inkomensondersteuning als publieke verantwoordelijkheid (huurtoeslag) en vastgoedbeheer (inclusief huurbeleid) behoor je goed te onderscheiden.

Voordeel
Scheefheid impliceert dat de bevolking in wijk en buurt sociaal-economisch gemengd is. Dat is geen nadeel maar een groot voordeel.

Het kabinet-Rutte streeft naar deregulering en het gezond maken van de openbare financiën. Scheefheidsbestrijding brengt een ongekende bureaucratisering in de volkshuisvesting die alle betrokkenen veel geld zal kosten. Zo’n aanpak staat overigens ook in het PvdA-verkiezingsprogramma dat op dit punt bijzonder ondoordacht is.

De Nederlandse sociale huursector wordt nog steeds gekenmerkt door een grote sociaal-economische differentiatie van de bewoners: er is nauwelijks ruimtelijke segregatie en er is nauwelijks stigma. De Tweede Kamer heeft regelmatig gezegd dat dit vooral behouden moet blijven.

Hervorming
Een structurele hervorming van de woningmarkt moet zowel de huur- als de koopsector omvatten. Om investeringen in huurwoningen te stimuleren is geleidelijke aanpassing van huren richting markthuurniveau nodig in combinatie met een robuuste huurtoeslag die de betaalbaarheid garandeert voor huurders met een bescheiden inkomen.

Als huren op marktniveau liggen, verliezen scheefheid en scheefheidsbestrijding hun betekenis. De kabinetsplannen om scheefheid te bestrijden, horen thuis in de papierversnipperaar.