‘Weet je Hanna’, zei een studiementor jaren geleden, ‘sommige leraren hebben het idee dat jij van een heleboel dingen niets afweet.’ Ik was destijds best een beetje beledigd....
Sindsdien ben ik overigens wel meer kranten gaan lezen. Plus alle bijlagen. Al moest ik natuurlijk keuzen maken. Zoals ik op televisie Australia’s Next Top Model volg en Dames in de Dop niet, zo negeer ik artikelen in de categorie ‘fileproblematiek’, ‘Marokkanen en openbaar vervoer’ en ‘ditjes & datjes in het proces rond gekke Peter/malle Pietje/vieze Freddie/hoe heet-ie?’ Wel lees ik alles over smeltende ijsschotsen, de Aziatische economie en de situatie in Afrika.
En zo weet ik tegenwoordig van heel veel dingen iets af. Er zijn echter mensen die dat nog steeds niet geloven. Bijna altijd zijn dat mensen op huisfeestjes. Hoe dat komt? Een casus.
Setting: bank of vloerkleed. Context: huisfeestje. Gedronken: rosé. Onderwerp: een lastig land in Afrika, in verband met het fictieve karakter van deze casus noemen we het ‘Tigeria’.
Dit is hoe het dan gaat:
‘Gaat niet goed, hè, in Tigeria?’ – ‘Bende, ja.’ – ‘Komt door warlords.’ – ‘Aidsbaby’s.’ – ‘Vergeet het gebrek aan liquide middelen niet.’ – ‘En het klimaat.’ – ‘Kwestietje van gebrek aan irrigatie.’ – ‘Corruptie.’ – ‘Door het lokale bestuur.’ – ‘Ja.’ – ‘Ja, ja.’ – ‘Jahaaa.’
Even valt het stil. Alles wat we in opiniebladen over Tigeria hebben gelezen, is zojuist opgesomd. De informatie is op, maar we blijven praten. Het uitwisselen van weetjes was namelijk slechts voorspel; de aanloop voor datgene waar ieder huisfeestje met te weinig muziek en te veel meubilair uiteindelijk op uitdraait: een discussie.
En terwijl iemand roept dat microkrediet ‘echt wel’ een goede oplossing is, en een ander scandeert van niet, zie ik voor me hoe drie Tigerianen op weg naar de waterput over Nederland praten.
‘Ze moeten daar gewoon doorwerken tot hun 68ste als je het mij vraagt. Wat jij, Togu?’
‘Nou Sabi, het stimuleert hun economie, en I heard dat Dutch people are lazy. Luku?’
‘Ach, laat ze eerst iets doen about that chaos bij hun AOW-instanties.’
Hmm.
Met een beetje pech merkt een van huisfeestgangers op dit moment dat ik nog niets heb gezegd: ‘Hanna, wat vind jij eigenlijk?’ Oei. Ik vind niets. Of, nou ja: ik vind het zielig. Zielig voor de ijsschotsen, zielig voor de Chinese beurshandelaren en vooral heel zielig, rot en naar voor de mensen in Tigeria. Maar dat zeg ik niet. Want straks lijk ik zo’n meisje dat Hello Kitty spaart. Zo’n meisje dat Dames in de Dop kijkt. Zo’n meisje dat slecht pijpt.
Zo’n meisje ben ik niet. Ik ben slechts een meisje zonder mening. Dat is omdat ik weet dat wat ik weet precies datgene is wat alle anderen op het huisfeestje ook weten, namelijk: de dingen die we op dezelfde dagen in dezelfde kranten hebben gelezen en graag tijdens feestjes oplepelen om aan te tonen dat we van een heleboel dingen iets afweten. Alleen volgens mij is dat ‘iets’ eigenlijk: ‘vrij weinig’.
Dus vraagt iemand me naar een oplossing voor wereldbedreigende problemen, fluister ik: ‘Ik weet het niet.’ De doodklap voor iedere discussie. Ik zie het de mensen denken: ze heeft toch gestudeerd, ze is toch journalist, ze heeft toch een boek geschreven, ze bezoekt toch huisfeestjes, zit hier toch op dit kleedje, ze drinkt toch roseetjes, ze is toch een van ons: hoezo heeft zij geen mening?!
Het zijn de schaarse momenten waarop ik wens dat ik een bedrukt T-shirt aan had: ‘Ik weet van een heleboel dingen niets af (maar volgens mij jij ook niet!)’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.