De ontmaskering is een favoriete debattruc van politici. Tijdens de Algemene Beschouwingen vorige week werden weer heel wat geheime agenda’s blootgelegd....
Als er één beroepsgroep in Nederland is die constant bezig is om het imago van het eigen vak te bezoedelen dan zijn het politici. Zij portretteren hun collega’s maar al te graag als opportunisten die uit zijn op electoraal gewin en het niet zo nauw nemen met de feiten. Hun politieke tegenstanders zijn ijdeltuiten die alleen maar willen scoren. Zo ontstaat een door en door cynisch beeld van politiek. En dan zijn ze nog verbaasd dat de burger weinig vertrouwen heeft in de politiek. Wat epo is voor wielrenners, is de ontmaskering voor de politiek. Je denkt er een concurrent mee te kunnen aftroeven, maar je ondermijnt het aanzien van je eigen beroep.
De grote misvatting van ontmaskeraars is dat ze denken dat een onthulling van een motief een ontkrachting is van een argument. Maar dat is onzin. Dat een bakker geld wil verdienen is geen bewijs dat zijn brood niet lekker smaakt. Dat een wetenschapper eeuwige roem nastreeft, wil niet zeggen dat zijn medicijn tegen malaria niet werkt. Dat een journalist ijdel is, maakt de vragen die hij stelt niet waardeloos.
Mensen kunnen uit slechte motieven, goede daden verrichten en uit goede motieven rampzalige dingen doen. De smaak van het brood, de waarde van het medicijn of de scherpte van de vraag is niet gelegen in het motief, maar in het effect.
Natuurlijk kunnen beweegredenen bepalend zijn voor het resultaat. Een bakker die uit schraapzucht beknibbelt op zijn ingrediënten, bakt geen lekker brood. Een wetenschapper die rommelt met zijn resultaten om goede sier te maken, is een kwakzalver. En een journalist die meer is geïnteresseerd in zichzelf dan in zijn gast, ontbeert de voor een goed gesprek noodzakelijke nieuwsgierigheid. Twijfel over iemands motieven kan dus een aansporing zijn om nog eens goed te kijken naar de kwaliteit van iemands werk. Maar een oordeel over iemands motieven kan nooit in de plaats komen van een oordeel over het werk.
Toch is dat precies wat er in de politiek gebeurt. De ontmaskering van een tegenstander is op het Binnenhof geen reden zijn argumentatie nog kritischer tegen het licht te houden, maar een excuus om zijn argumenten weg te wuiven. Als ontwikkelingshulp voortkomt uit schuldgevoel, kan dat tot gevolg hebben dat het goede gevoel van het geven, belangrijker is dan het resultaat. Dat is een goede reden om streng te kijken naar de opbrengst van al die ontwikkelingsprojecten. Maar voor Rutte is het een reden de ontwikkelingshulp te halveren. Als het motief niet deugt, kan het resultaat niet goed zijn. Als Wilders politieke munt wil slaan uit bedreigd ambulancepersoneel of Marokkaanse etters in Gouda, dan is zijn analyse het dus niet waard om veel woorden aan vuil te maken. Als Rutte alleen maar kritiek heeft op de begroting om in de media te komen, dan hoeft de premier dus niet op zijn argumenten in te gaan. Met een ontmaskering houdt het gesprek op. Een ontmaskering is letterlijk ontluisterend. We horen niet meer wat iemand zegt.
Maar het ontmaskeren van tegenstanders is een retorische truc die zichzelf in de staart bijt. De impliciete boodschap is immers dat politiek mooipraterij is. Maar waarom geldt dat dan niet ook voor de ontmaskeraar? Een debat over motieven kan ook niet worden beslecht. Elke politicus zal immers ontkennen dat hij uit electorale motieven handelt. En omdat hij goede redenen heeft om het te ontkennen, kunnen wij hem nooit op zijn woord geloven. Het klinkt kritisch, maar het is cynisch. Een productief debat is pas mogelijk als politici doen alsof motieven niet relevant zijn. Laat de geheime agenda toch geheim. Probeer uw tegenstander niet te betrappen op wat hij verzwijgt, maar luister naar wat hij zegt. Laat de maskers op, maar houdt uw oren open.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.