Louise O. Fresco en Cees Veerman antwoorden namens de Deltacommissie op de belangrijkste kritiek die hun rapport sinds de publicatie kreeg....
Met het advies van de Deltacommissie staat waterveiligheid weer hoog op de maatschappelijke en politieke agenda. Het kabinet heeft het advies grotendeels over genomen en het belang ervan is in de Troonrede benadrukt. Al lang voor de publicatie van het advies en zeker daarna is er in brede kring gedebatteerd over de nieuwe plannen voor onze Delta. Dat is belangrijk voor de verdere inbedding van het advies, voor de aanscherping in de uitvoering en voor verfijning van de details.
In reactie op het uitgebreide commentaar, willen we hier in gaan op de vier onderwerpen die in het maatschappelijk debat domineren: de mate van urgentie, de gehanteerde bovengrenzen van zeespiegelstijging, de verhoging van het IJsselmeerpeil en de financiering.
In een aantal reacties klinkt twijfel over de mate van urgentie. Het advies van de Deltacommissie is daar heel duidelijk over. Actie is nu geboden, omdat een belangrijk deel van de waterkeringen niet voldoet aan de huidige wettelijke normen. Deze normen zijn gebaseerd op de adviezen van de eerste Deltacommissie uit 1960 en weerspiegelen niet meer de eisen van deze tijd. Sinds de jaren zestig is immers het aantal inwoners in de laag gelegen en overstromingsgevoelige delen van Nederland sterk gegroeid en zijn de welvaart en het geïnvesteerd vermogen verveelvoudigd. Bovendien wordt, meer dan vroeger, belang gehecht aan de bescherming van niet-economische waarden, zoals natuur, landschap en cultuurhistorisch erfgoed, zoals de historische binnensteden.
De Deltacommissie vindt dat het veiligheidsniveau hierop moet worden aangepast en tenminste met een factor 10 moet worden verhoogd. Een belangrijk deel van de maatregelen, zeker op de korte termijn, is daarom gekoppeld aan het inhalen van de huidige achterstand in veiligheid. Het gaat ons dus om meer dan alleen de mogelijke gevolgen van de klimaatverandering en de urgentie daarvan.
Een ander punt van discussie is de door de commissie gehanteerde bovengrens voor zeespiegelstijging. In deze discussie wordt de nadruk gelegd op de vele onzekerheden in de gebruikte klimaatscenario’s. Maar dát het klimaat verandert en de zeespiegel stijgt, staat ondertussen wel vast. De gemeten zeespiegelstijging bedraagt op dit moment rond de 3 millimeter per jaar volgens het KNMI. Voor het jaar 2050 hanteert de Deltacommissie de KNMI-2006 scenario’s, die uitgaan van een relatieve zeespiegelstijging van 20 tot 40 centimeter. Hierbij hebben we rekening gehouden met de bodemdaling. Ook een zeespiegelstijging in deze orde van grootte kunnen we in Nederland niet passief over ons heen laten komen. Iedere 40 tot 60 centimeter zeespiegelstijging vertienvoudigt bijvoorbeeld de overstromingskans in het gebied rond de Drechtsteden en Rotterdam. Als de zeespiegel 50 centimeter stijgt moeten de stormvloedkeringen aangepast zijn. Dat kan al het geval zijn in de laatste decennia van deze eeuw.
Voor de lange termijn heeft de Deltacommissie haar advies gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten. Zij heeft een team van vooraanstaande nationale en internationale klimaatdeskundigen (onder wie enkele auteurs van het laatste rapport van de IPCC) gevraagd een zo goed mogelijke inschatting te geven van de te verwachten mondiale en regionale zeespiegelstijging en van de neerslagveranderingen die leiden tot veranderingen in de rivierafvoeren.
Dit aanvullend onderzoek heeft de meest plausibele bovengrenzen opgeleverd voor de te verwachten klimaatverandering: de zeespiegel zou in het jaar 2100 aan onze kust maximaal 65 tot 130 centimeter kunnen zijn gestegen ten opzichte van 1990. Deze bovengrenzen vertegenwoordigen niet de meest waarschijnlijke feitelijke situatie in 2100. Dit wordt ook ondersteund door het KNMI. Want de vraag die de commissie stelde was: is het ook onder de meest extreme scenario’s mogelijk Nederland veilig te houden? Daarom zijn in het advies de hoogste waarden genomen, zodat met overtuiging ‘ja’ kan worden geantwoord.
De kern van het advies van de Deltacommissie is dat Nederland zelfs de meest extreme stijging van de zeespiegel en toename van de rivierafvoeren aankan, die de wetenschap met de kennis van nu de komende eeuwen voor mogelijk houdt. Voor de maatregelen die de commissie voorstelt, zijn de tijd, de kennis en de middelen beschikbaar om ze te realiseren. Deze maatregelen leveren bovendien meer op dan alleen veiligheid; mits verstandig vorm gegeven leiden ze ook tot meer ruimtelijke kwaliteit, een rijkere natuur en andere maatschappelijke meerwaarden.
En als de zeespiegel minder snel stijgt dan de bovengrenzen volgens de huidige prognoses, is er alle gelegenheid om maatregelen uit te stellen of af te vlakken en dus de kosten aan te passen. Met een mindere zeespiegelstijging hoeft minder zand gesuppleerd te worden om het strand op zijn huidige plaats te kunnen houden of de kust te laten aangroeien. Mogelijk kunnen de stormvloedkeringen dan langer mee en hoeven ze pas later vervangen te worden.
In de reacties klinkt ook zorg door over het verhogen van het IJsselmeerpeil met 1.50 meter Dit is nodig om te kunnen blijven lozen zonder pompen op de Waddenzee en om de zoetwatervoorziening veilig te stellen, ook in het meest extreme geval.
Het IJsselmeer is het grootste zoetwaterreservoir van Europa en de kwaliteit en de kwantiteit ervan zijn van groot strategisch én ecologisch belang. De waarde van water zal toenemen. Peilverhoging gaat dus om veel meer dan alleen belangen van de landbouw. Het advies van de Deltacommissie laat bovendien alle ruimte voor een geleidelijke toename van het peil, zodat ingespeeld kan worden op de daadwerkelijke ontwikkelingen in zeespiegel en waterbehoefte.
Met de keuzen die nu gemaakt worden en het toekomstvaste advies van de commissie, biedt zij latere generaties ruimte voor flexibiliteit en geleidelijkheid. Belangrijke voorwaarde is dat de bestuurlijke architectuur op orde is en de financiële middelen gezekerd zijn. Ook op de lange termijn, zodat op het moment dat dit nodig is de noodzakelijke besluiten kunnen worden genomen.
Daarom kiest de commissie voor een deltafonds, deels gevoed door aardgasbaten en langlopende leningen. Het deltafonds geeft toekomstige generaties de mogelijkheid verantwoordelijkheid te nemen en prioriteiten te stellen. Investeringen in de waterveiligheid hebben ook op de lange termijn rendement. Het is dan ook logisch om niet alleen de huidige generatie te laten betalen en bepalen.
We wonen in een kostbare maar ook kwetsbare delta. We hebben een achterstand in te halen om de waterveiligheid op een niveau te brengen dat vergelijkbaar is met de risico’s die gelden voor bijvoorbeeld het transport van gevaarlijke stoffen of de luchtvaart. Het klimaat verandert en de zeespiegel stijgt, we weten alleen nog niet hoe snel het zal gaan. Met een relatief bescheiden bedrag – bescheiden in verhouding tot de te beschermen waarden achter onze duinen, dijken en andere waterkeringen, voorzichtig geschat 1.800 miljard euro – kunnen we de kans grijpen Nederland niet alleen veiliger, maar ook mooier aan de volgende generaties over te dragen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.