*

 
dossier

Archief

Vervreemding in migrantengezin

Daniëlle Serdijn − 11/01/08, 00:00

De tweede roman van Naema Tahir is heel anders dan haar seksueel getinte debuut. In Eenzaam heden, over de lotgevallen van Pakistaanse migranten in Londen, geeft zij blijk van literaire ambities....

Het literaire debuut van Naema Tahir (1970, Slough, Engeland) was een in seksuele zin nogal expliciete roman. Een kostbaar geschenk (2006) deed haar meteen in de studio van NOVA belanden, waar zij geïnterviewd werd door Jeroen Pauw.

Een beeldschone, internationaal georiënteerde moslimauteur die openhartig over seks sprak moest vanzelf een prachtgast zijn. En zo was het ook. Niet in de laatste plaats omdat zij schaamteloos flirtte met de presentator, die daar, zo zou later blijken, kinderlijk slecht tegen kon.

Maar Tahir had haar televisieroem vergaard en sindsdien is de schrijfster een graag geziene gaste in diverse programma’s. En dat met maar één roman. Er zijn schrijvers die daarvan dromen. Anderzijds heeft succesvol debuteren met zo’n seksboek ook wel weer nadelen. Voortdurend meent men dat de schrijfster zelf in opgewonden staat verkeert, en derhalve niet geheel au sérieux genomen hoeft te worden.

Dat Tahir nu een ander soort boek heeft geschreven, is imago-technisch gezien daarom een verstandige keuze geweest. Ook omdat het zo duidelijk is dat zij de schrijverij verkiest boven al het andere. Haar werk als juriste gaf ze er bijvoorbeeld grotendeels voor op. Aan haar nieuwe roman Eenzaam heden is te zien dat het Tahir ernst is, en dat ze literaire ambities heeft.

Eenzaam heden vertelt het verhaal van het migrantengezin Mohajer. Het begint met Humayun Mohajer die vanuit Pakistan naar Londen vertrekt om er als gastarbeider aan de slag te gaan. Hij vindt een baantje. Na verloop van tijd arrangeert zijn vader een huwelijk met een vrouw uit zijn geboorteland. De bruid komt naar Europa en droomt ervan hier een bedrijf op te zetten. Maar Humayun is er nauwelijks voor te porren, hij gaat op termijn liever terug naar Pakistan.

Dan worden er drie kinderen geboren. Allen zijn verwekt rond steeds dezelfde datum, omdat vader Humayun het liefst nageslacht wil dat geboren is op 14 augustus, de Onafhankelijkheidsdag van Pakistan. De eerste die wordt geboren is Dina. Zij is een jaar of twaalf wanneer ze optreedt als de verteller in de roman. Het is een schat van een kind. Ze is gezeglijk, trouw, ambitieus en maakt zich het Engels snel eigen, omdat ze beseft dat het haar kans op een beter leven vergroot.

Dina moet zich zien te verzoenen met haar plaats in het gezin, waar ze als meisje weinig voorstelt. Alle privileges zijn voor haar jongere broer. Hunkerend naar aandacht, maakt niet uit van wie, desnoods van de juf, doet Dina op school vreselijk haar best. Ze wil híer aarden, in Europa liggen haar wortels.

Met veel nadruk beschrijft Tahir, wier biografie opvallende overeenkomsten vertoont met haar personage, hoe het meisje werkelijk op de grond gaat liggen om te wortelen. Terwijl vader Humayun zich steeds meer ontheemd voelt en zich ontpopt als een traditionele Pakistaan, verlangt Dina ernaar blond haar te hebben en is ze fervent liefhebber van de Union Jack.

Het zijn deze verhalen inclusief hun tegenvoeters die we uit de non-fictie kennen; uit columns, interviews en essays van verschillende auteurs van uiteenlopend kaliber: Ayaan Hirsi Ali, Kees Beekmans, Hassan Bahara, Fadoua Bouali.

Tahir schreef ze zelf ook, maar het mooist en ook treffend samengevat zijn al deze uitingen door geschiedschrijver Oscar Handlin, aangehaald door Paul Scheffer in diens Het land van aankomst (2007): ‘De geschiedenis van immigratie is de geschiedenis van een vervreemding en de gevolgen daarvan.’

Toch, hoe goed Tahirs roman ook in deze tijd past, een bruikbaar en evenwichtig boek, zo’n boek waarnaar we kunnen verwijzen zoals naar Max Havelaar of De Duivelsverzen, is Eenzaam heden helaas niet. Dat ligt aan Tahirs idee dat ze het van literatuur moet hebben. Een literaire tekst, daar moet assonantie in, alliteratie, beeldspraak, vergelijkingen, de hele santenkraam. Daaraan zie je vooral dat ze haar best heeft willen doen. Maar al die vlijt leidt nogal af. Tot halverwege houdt ze het vol ‘geluidloos, groots, sloom en loom’ in een zin te stoppen. Daarna wordt het minder; met hakklikken als ze lopen bedoelt, of het flapperen van neusvleugels als het trillen of trekken moet zijn, probeert ze Hafid Bouazza na te doen. Het eind van de geschiedenis is eraan geplakt, willekeurig. Alsof Tahir tot halverwege geboeid heeft zitten werken, daarna haar interesse verloor en het boek toen maar braaf heeft afgemaakt. Jammer van zo’n goed verhaal. Jammer dat het niet wat beter is geschreven. Daniëlle Serdijn

mailIcon print |