De Singaporese denker Kishore Mahbubani verhult de nare kanten van Azië, zoals China’s rol in Darfur, het geweld in Pakistan en de discriminatie van moslimvrouwen....
De wereld draait door, zo lijkt het, dol van een serie crises. Werden we voor de zomer overvallen door de op hol geslagen olie- en voedselprijzen, nu werken regeringen en centrale banken over de hele wereld met man en macht om ons financiële systeem overeind te houden en opnieuw in te richten. Tot voor kort ondenkbare maatregelen, zoals nationalisatie en ongekende kapitaalinjecties, worden daarbij niet geschuwd.
Nu het vertrouwen in ons kapitalistische model flinke klappen heeft te verduren, is het niet zo verwonderlijk dat velen 2008 zien als het jaar waarin het centrum van de economische macht definitief van het Westen naar Azië is gaan schuiven. Oproepen aan China en de Golfstaten om vanuit hun enorme kapitaalreserves bij te storten in het noodfonds van het IMF, versterken dit beeld.
De baanbrekende Singaporese denker Kishore Mahbubani, die deze ontwikkelingen al jaren voorspelt en ook erudiet weet te onderbouwen, kwam ons dat afgelopen week nog eens vertellen in zijn Globaliseringslezing. (Zie ook het interview met Mahbubani in het Betoog van 11 oktober)
Mahbubani bleek het in ons onderlinge debat in Felix Meritis te Amsterdam eens te zijn met mijn stelling dat de economische opkomst van de ene regio niet automatisch tot neergang van de andere moet leiden. Bovendien, wat nu aan het licht komt, is dat ons financiële stelsel veel weg heeft van de virtuele wereld uit de film The Matrix van de gebroeders Wachovski.
Slimme financiële producten worden ontmaskerd als ‘toxic assets’ die zich als een virus blijken te nestelen in de echte economie. Groei wordt krimp, banen staan op de tocht.
Maar de ontmaskering van die virtuele wereld, heeft ook zo z’n voordelen. Nu dringt het besef door dat een herziening nodig is van het economische model van mondiale productie en wereldwijde handelsketens, gebouwd op goedkope olie en goedkoop krediet. Een business case gebaseerd op 20 dollar per vat en de illusie dat we onze mateloze consumptie in het Westen – Amerika voorop – tot in lengte der dagen wel op de pof konden financieren. Die zeepbel is gespat.
Onze ideeën over de functie van de vrije markt en de rol van de overheid zijn gaandeweg verhard tot dogma’s. Onze economische doctrine staat nu terecht ter discussie. Maar die discussie moet niet afglijden naar een zinloos debat over de vrije markt versus staatsondernemen.
De echte discussie die we in dit land en in Europa moeten voeren is aan de ene kant vooral een praktische – over toezicht, handhaving, en betere internationale samenwerking – en aan de andere kant een fundamentele: wie neemt de verantwoordelijkheid voor de grote, lange termijn uitdagingen?
We hebben een economische omgeving gecreëerd die volledig is ingesteld op de winst op de korte termijn en die de rekening doorschuift naar de volgende generaties. Ernstiger is dat de vrije markt alleen geen adequate antwoorden weet te vinden op de grote collectieve problemen, zoals het veiligstellen van onze toekomstige energievoorziening en het herinrichten van onze economie op duurzaamheid. Hier liggen zware verantwoordelijkheden voor de overheid, die een nieuwe balans zal moeten vinden in de samenwerking met de private sector.
De overheid dient veel krachtiger zijn ordeningsvermogen aan te wenden. Daarvoor moet de politiek wel de schroom van zich afwerpen, die zij zich de laatste decennia door de apostelen van de vrije markt heeft laten aanpraten.
Het nemen van verantwoordelijkheid voor de grote collectieve belangen moet weer de core business van de politiek worden.
Mahbubani uit terechte kritiek op de scheefgroei in het westerse denken over de verhouding tussen staat en markt. Maar hij onderschat de veerkracht en het aanpassingsvermogen dat zo eigen is aan westerse democratieën. Het democratische proces oogt misschien wat rommelig, maar daarin schuilt precies die intrinsieke gave van kritische zelfreflectie en de drang tot vernieuwing en vooruitgang.
De kracht van Mahbubani zit vreemd genoeg niet in zijn beschrijving van Azië. Want daar valt behoorlijk wat op af te dingen. Immers, Azië is veel en veel heterogener dan hij veronderstelt en bovendien, zoals ook blijkt nu de crisis om zich heen grijpt, lang niet zo onkwetsbaar als hij denkt.
En in politieke zin ook bepaald niet onfeilbaar, al wil Mahbubani niets weten van zaken als de Chinese rol in Darfur, de problemen in Pakistan of de zeer gebrekkige solidariteit binnen de moslimwereld. Nee, de kracht van zijn oeuvre schuilt veel meer in zijn karakterisering van het Westen en Europa. Hij houdt ons een spiegel voor, die ons in staat stelt onze veronderstellingen te toetsen en aan de werkelijkheid aan te passen.
In Azië hebben drie miljard bewoners de smaak van snelle economische vooruitgang te pakken. Concreet betekent dit dat wij essentiële, maar schaarse grondstoffen en energiebronnen steeds meer zullen moeten gaan delen. Het gevaar van protectionisme en een grondstoffenwedloop ligt op de loer.
Maar Europa kan de regels van het spel herschrijven en serieus inzetten op nieuwe technologieën en baanbrekende innovaties om onze economie tot de duurzaamste van de wereld te maken. Ik ben ervan overtuigd dat de eerste regio die deze harde noot weet te kraken, de meest welvarende en meest concurrerende economie in de wereld zal zijn.
De globalisering krijgt nu al een ander gezicht. De wereld gaat herregionaliseren. Daar zorgen de hoge energieprijzen en de crisis in het financiële systeem voor. Ook de steeds dwingender noodzaak tot verlaging van de uitstoot van broeikasgassen eist van ons dat we spullen niet de hele tijd de hele wereld over slepen. Het nieuwe motto is ‘proximity to markets’.
En dan blijkt de EU, met bijna 500 miljoen goed opgeleide en kapitaalkrachtige burgers, met haar sterke en op het recht gebaseerde instituties, met het eerlijkste maatschappelijk model ter wereld en met korte aanvoerlijnen naar Oost-Europa, het Nabije Oosten en Noord-Afrika, over hele goede kaarten te beschikken.
Deze strategische diepte is uniek in de wereld, maar vergt wel van Europa dat zij in staat is haar omgeving, inclusief die van de buren, te stabiliseren en vorm te geven. Dat vereist enorme politieke, maatschappelijke en economische aanpassingen.
Belangrijk is ook dat we de dubbele valkuil van enerzijds dom nationalisme en anderzijds extreme zelfrelativering, die steeds vaker de vorm van zelfkastijding aanneemt, weten te vermijden. Pakken we die handschoen op, dan wordt dit de eeuw van Europa.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.