Ik heb mijn sport gevonden. In open water zwemmen. Maakt niet uit waar naartoe. Ik wil traag door oneindig laagland zwemmen....
Laat ik eerlijk zijn, tot twee dagen geleden had ik niet zo veel met open water zwemmen. Het is toch iets dat zich voornamelijk in open water afspeelt en daar kom ik niet veel. Als je vist, is het misschien anders. Ploegt er opeens een peloton zwemmers door je lijn. Maar ik vis niet. Ik had eigenlijk nooit een open water zwemmer gezien.
Jammer dat het zo laat in mijn leven komt, het open water. Ik heb zeker vier keer naar de gouden race van Maarten van der Weijden gekeken en steeds weer vallen mij andere dingen op. Het gezellig tegen elkaar aan zwemmen vind ik mooi. Nog zeven kilometer te gaan en dan al dringen alsof je met zestien vaders op een zak friet staat te wachten in het openluchtbad.
Die prachtige letters op Maarten zijn hoofd. Bij welke sport mag dat nou, iets leuks op je schedel zetten? Dat is meteen mijn enige kritiek. Het had spannender gekund. Misschien mag je officieel maar drie letters op je hoofd hebben. Maar dan nog. Kud zou mooi zijn geweest. Dag. Sok. Of een eerbetoon aan Jan Hanlo. Mus.
Tijdens de race deed Pieter van den Hoogenband het deskundigencommentaar. Dat luidde in de laatste 100 meter ongeveer als volgt: ‘mwaaahhhbrrrrrrpprrttttt jjajajajajaja hahahaha ooohhhh man’. Ik had het zelf niet beter kunnen verwoorden. Het lachje tussendoor kwam omdat de nummers 1 en 2 de verkeerde kant op zwommen. Dat was inderdaad koddig om te zien. Alsof twee atleten tijdens de 100 meter het stadion uithollen.
Vlak daarvoor, tijdens de laatste kilometer, leverde Pieter heerlijk commentaar. Op het moment dat Maarten van der Weijden bij de nummer 1 in het veld aansloot, zei hij: ‘Jaaa, kijk, nu gaat hij hem even op zijn voetjes tikken. Laten weten dat je er bent.’
Prachtig. Denken dat je een gewonnen race zwemt en dan opeens nageltjes op je voetzool voelen. Eerst denk je: dat is een Chinese zoetwaterkrab. Doorzwemmen. En dan voel je opeens een hand om je enkel. Aangenaam, Maarten van der Weijden. Ik zwem vlak achter u.
Na zijn gewonnen race was Van der Weijden ontroerend nuchter. Van den Hoogenband, die de impact kent van goud, hing vol ongeloof tegen deze prachtige Nosferatu aan en probeerde hem tot springen te bewegen. Dat wilde niet echt lukken. In antwoord op een vraag zei Maarten dat vooral het sociale aspect van het open water zwemmen hem aanspreekt.
Zo zit het, denk ik. Op de kant een verlegen jongen, in het water een sociale zwemmer. Tot 800 meter voor de finish. Dan tikt hij op enkels. Het is de mooiste medaille van dit toernooi. Dank je, Maarten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.