Merel en Janna behoren tot de groep jongeren die, om uiteenlopende redenen, zichzelf pijnigen en zelfmoordpogingen doen. Opname in een tehuis voor jeugdpsychiatrie hielp niets....
Merel en Janna zijn 16 jaar. De afgelopen tijd sneden zij zich met stanleymessen en scheermesjes in hun vel. Ze namen overdoses medicijnen. Ze stonden in het raamkozijn en dreigden naar beneden te springen.
Ze dronken nagellakremover. Ze knoopten een legging om de deurkruk en bonden die over de deur heen om hun nek. Ze lieten een bed op hun hand vallen en sneden met een puntenslijper een ader in hun polsen door.
Ze waren opgenomen in een instelling voor jeugdpsychiatrie in Amsterdam. Daar vluchtten ze afzonderlijk van elkaar naar het dak en sprongen naar beneden. Merel brak daarbij haar hand en verbrijzelde een ruggenwervel, waardoor ze een gedeeltelijke dwarslaesie heeft. Janna brak vier ruggenwervels en brak haar voeten op meerdere plaatsen.
Merel en Janna leven nog. Merel woont tijdelijk met haar moeder op een boerderij in de Achterhoek. Janna zit in een justitiële jeugdinrichting in Gelderland, de kinderrechter heeft onlangs haar verblijf daar met vier maanden verlengd.
Hun vaders zijn boos. Die woede richt zich op de Bascule, de Amsterdamse instelling voor jeugdpsychiatrie, waar beide meisjes bijna een jaar op de gesloten afdeling Panama hebben gezeten. De vaders hebben het gevoel dat het met hun dochters sinds die tijd alleen maar slechter is gegaan. Ze zijn verbijsterd over het feit dat de meisjes allebei van het dak hebben kunnen springen, in een instelling waar zij zaten om tegen zichzelf in bescherming te worden genomen.
De vader van Janna zegt: ‘De Bascule een veilige omgeving? Niets is minder waar. Ze mocht zich snijden. Ze reikten haar letterlijk dingen aan waarmee ze zichzelf iets kon aandoen. We wilden dat Janna weer thuis kwam wonen en dat ze in de Bascule een dagbehandeling ging volgen. Maar ze hebben haar zonder duidelijke reden naar een jeugdgevangenis gestuurd, terwijl ze zorg nodig heeft, en geen straf.’
De vader van Merel zegt: ‘Ik heb steeds gezegd: ga toch eens wat met dat kind doen. Ze heeft er een jaar gezeten, en ze heeft een jaar geen therapie gehad, alleen een wekelijks gesprek. Steeds kreeg ik te horen: wij zijn een crisisafdeling, geen behandelafdeling. Het lijkt wel alsof niemand weet wat ze met deze problematiek aan moeten. Er moet iets komen voor dit soort kinderen.’
Merel en Janna zijn in de puberteit begonnen zichzelf te beschadigen. Janna was een gelukkig kind, zegt haar vader. Ze was goed op school. Ze deed tweetalig vwo. Na de scheiding van haar ouders ging ze bij haar moeder en haar nieuwe vriend wonen. Janna zegt dat hij haar heeft misbruikt, maar haar moeder geloofde haar niet. Ze begon zichzelf te verwonden. Ze wil zichzelf straffen, zegt haar vader. Ze denkt dat het haar eigen schuld is, wat haar is overkomen. Via een jeugd geestelijke gezondheidszorginstelling in Alkmaar kwam Janna bij de Bascule terecht.
Merel was een driftig en boos kind, vertelt haar vader. Ze had diabetes, die talloze keren ontregeld raakte, waardoor ze met spoed naar het ziekenhuis moest. Op haar 12de is Merel waarschijnlijk aangerand in een park. Daarna zat ze doodsbang in een hoekje: de dood kwam haar halen, dacht ze. Vanaf haar 13de ging het verder bergafwaarts: ze ging spijbelen, roken, drinken, blowen.
Ze bleek in zichzelf te krassen en te snijden. Soms riep ze: Ik ben een foutje, ik deug niet, ik wil dood. Op haar 14de deed ze een eerste serieuze zelfmoordpoging, door een overdosis medicijnen en insuline te nemen. Na nog een poging werd ze via een crisisdienst opgenomen in de Bascule.
Frits Boer is hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie bij het AMC en de Bascule. Hij kan niet inhoudelijk ingaan op deze verhalen, maar wel op de problematiek in het algemeen. ‘Het gaat om meisjes van een jaar of 13, 14 die lichamelijk gezond zijn, er leuk uitzien, vaak goed kunnen leren, creatief zijn. En die meisjes steken ineens al hun energie in het kapotmaken van zichzelf. Dat is voor niemand eigenlijk echt te begrijpen.’
Meisjes met dergelijke symptomen vertonen kenmerken van een borderline persoonlijkheidsstoornis. Volgens Boer lijdt 2 procent van de bevolking aan die psychiatrische stoornis; meisjes en vrouwen zijn daarbij in de meerderheid. Soms gaat de stoornis ineens over. Bijvoorbeeld als ze 30 jaar zijn – als ze die leeftijd halen.
Ze kunnen hun emoties slecht reguleren, ze hebben ingewikkelde relaties met anderen (die stoten ze af en trekken ze aan). Ze hebben een slecht zelfgevoel en doen aan automutilatie. Het ziektebeeld kan ontstaan naar aanleiding van een nare ervaring als mishandeling of verkrachting. Maar soms is dat helemaal niet aan de orde.
Frits Boer: ‘We geven de dingen een naam, in dit geval borderline persoonlijkheidsstoornis, maar we snappen nog lang niet alles. Daarin moeten we bescheiden zijn. Het is lastig om de juiste behandelwijze voor deze meisjes vast te stellen. Een meisje dat depressief is en daardoor suïcidaal, kun je tegen haarzelf in bescherming nemen door haar tijdelijk op te nemen, en te wachten tot de depressie voorbij is.
‘Maar deze meisjes zijn lang niet altijd somber. Bij hen is het geen stemming: ze hebben een continue diepe behoefte zichzelf iets aan te doen. Dat is een innerlijke drang, een soort verslaving. Natuurlijk kun je ze opsluiten, de veters uit hun schoenen halen en alles uit de buurt weghalen waarmee ze zich kunnen verwonden. Maar het probleem is dat het destructieve gedrag vaak alleen maar toeneemt door dergelijke restricties. Soms kopiëren meisjes op een afdeling ook het gedrag van elkaar.’
De vader van Janna vindt het onverteerbaar dat zijn dochter in de instelling beschikking had over scherpe voorwerpen waarmee ze zichzelf in haar arm sneed. Sterker: de groepsleiders onderhandelden met haar over welke mesjes ze zou gebruiken, zodat ze zichzelf ‘verantwoord’ kon verwonden.
Uit het behandeldossier: ‘Op 18 september hebben (*) een onderhandelinggesprek gevoerd over de mesjes die ze op haar kamer heeft. Het voorstel van haarzelf is om de scherpe stanleymesjes om te ruilen voor haar eigen scheermesjes (die in haar kluisje liggen) waarmee ze niet zulke diepe snijwonden kan maken.
‘Zelf wil zij voor 2 stanleymesjes al haar 15 scheermesjes hebben. Ons voorstel is 2 scheermesjes met een flesje sterilon, haar overige scheermesjes blijven in haar kluis.
‘Ze denkt nu na of ze hiermee akkoord gaat. Het belangrijkste blijft toch het gemeenschappelijke doel: minder diep snijden.’
Dat is ook bijna niet uit te leggen, zegt Frits Boer. ‘Als wij deze meisjes willen behandelen, betekent dat ook dat we ze een bepaalde vrijheid moeten geven. We willen ze leren hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. We gaan ze niet dresseren: ze moeten zelf besluiten dat ze niet meer willen snijden. Dus bieden we alternatieven. We geven niet steeds straf en sancties: dat helpt niet.’
De vader van Janna vindt dit onbegrijpelijk. Hij stelt de Bascule verantwoordelijk voor de verminkte armen van zijn dochter. Beide vaders hebben bovendien een klacht ingediend vanwege de suïcidepogingen van hun dochters, die immers van het dak van de instelling af wisten te springen.
Volgens de Bascule is uit intern onderzoek door de klachtencommissie en een extern onderzoek van het College Bouw gebleken dat de afdeling voldeed aan de formele eisen van een gesloten afdeling. Maar in de praktijk bleken wat zaken niet te kloppen, zegt Harrie van Leeuwen, bestuursvoorzitter van de instelling. De meisjes konden over de schutting klimmen, een raam kon open dat niet open mocht gaan en er was toegang tot een brandtrap die niet was afgesloten. Janna kon een pasje van een medewerker te pakken krijgen, waardoor ze kon weglopen.
Er is verschil van mening over hoe dat is gegaan: Volgens de Bascule heeft Janna het pasje uit de handen van een medewerker gegrist. Maar de vader van Janna zegt dat de medewerker dat pasje op tafel had laten slingeren.
Volgens directeur Harrie van Leeuwen zijn er ‘fouten met de beveiliging, waarvan wij moeten leren.’ Hoogleraar Frits Boer stelt: ‘Het is onze verantwoordelijkheid, daarin moeten we niet naïef zijn. Maar, deze meisjes stoppen al hun energie en creativiteit in suïcidepogingen. Dat is net als water: dat vindt ook altijd een weg.’
‘Het probleem is: als we ze optimaal willen beschermen, moet dit een gevangenis worden. Maar dat kan niet, want je wilt behandelen. Daaraan zit altijd een risico. Maar nogmaals, wij hebben wel de plicht om te zorgen dat het niet gebeurt.’
De jeugdpsychiatrie is het er over eens wat de beste behandeling is voor deze meiden: dat is ‘dialectische gedragstherapie’, waarbij de meisjes vanuit huis in dagbehandeling zijn en niet in een gesloten instelling zitten, want dat versterkt de symptomen.
Maar, zegt Boer, als die meisjes thuis blijven wonen, levert dat vaak grote problemen op voor de ouders. ‘Als zo’n meisje op zondagavond in de dakgoot staat te dreigen dat ze naar beneden gaat springen, dan zegt iedereen: dat kind moet opgenomen worden. Dat is een dilemma, omdat we dus weten dat die opname de problemen kan verergeren, maar dat is voor ouders moeilijk te begrijpen.’
Over de reden waarom Merel en Janna niet meer onder behandeling zijn bij de Bascule, zijn de meningen verdeeld. De vader van Merel vindt dat de instelling zijn dochter heeft opgegeven, vanwege haar zware problematiek. ‘We mochten kiezen tussen de jeugdgevangenis of mee naar huis. Dat is geen zorg.’
De vader van Janna denkt dat de instelling blij is van een klagende vader en diens dochter af te zijn. De Bascule laat weten dat dat niet zo is. Janna staat op de wachtlijst voor dialectische dagtherapie op de dagbehandelingsafdeling.
De instelling stelt ook dat er nooit wordt gezegd dat een kind een te zware problematiek heeft. ‘Maar soms ontstaan conflicten over de behandelstrategie met de kinderen of hun ouders. Als zij afwijzend tegenover de behandeling staan, kunnen wij niks beginnen. Ze moeten het wel willen.’
De vader van Janna heeft een lijst klachten ingediend tegen de Bascule. Inmiddels heeft de klachtencommissie onderzoek gedaan, maar is er nog geen uitspraak. Janna zit nog tot oktober in de justitiële jeugdinrichting in Gelderland. Ze wacht op therapie. Haar vader hoopt dat ze in oktober naar huis mag komen. Hij heeft van zijn baas te horen gekregen dat hij fulltime thuis kan werken om voor haar te zorgen.
Merel zit in Gelderland op een boerderij. Ze is enigszins tot rust gekomen en het gaat redelijk goed met haar. Ze heeft nog één keer een overdosis medicijnen genomen. Ze maakt muziek en rijdt twee keer per week paard. Ze wacht op een beslissing van de Raad voor de Kinderbescherming. Daaruit zal blijken of ze op de boerderij mag blijven wonen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.