Hans de Boer..
sevilla Het is dé puzzel van het Nederlandse ondernemerschap: waarom haken zo veel beginnende ondernemers zo snel af? Want dat gebeurt, zegt Hans de Boer. Ze beginnen enthousiast, maar doorgroeien, ho maar.
‘Heel opvallend: in andere landen weten veel meer starters na verloop van tijd een behoorlijke schaal te bereiken. Dát zijn de doorgroeiers die toegevoegde waarde creëren en innovatief zijn. De TomTom-achtigen. Van die types die op sinaasappelkistjes in een garage beginnen en uitgroeien tot iets waanzinnigs.’
De Boer, oud-MKB-voorman, ondernemer, duizendpoot, prominent CDA’er en adviseur van de premier, is gevraagd om in het Innovatieplatform het Nederlandse ondernemerschap naar een hoger plan te tillen. Dat platform, een verzameling hoogvliegers onder directe leiding van premier Balkenende, maakte vorig jaar na een stroef begin een doorstart en wil ‘nu eindelijk concrete dingen doen’, zegt De Boer. ‘Geen getheoretiseer. Gewoon dingen voor elkaar krijgen.’
De Boers opdracht: kleine ondernemers groot maken, grote bedrijven hierheen lokken en pronken met wat Hollands vernuft vermag: een kusteiland in de vorm van een tulp. ‘Nee, dat tulpenplan ís helemaal niet dood. Hoe kom je erbij?’
We spreken De Boer, als hij met de premier op stap is in de KBX, het regeringsvliegtuig, naar alle uithoeken van Spanje, op zoek naar Nederlands ondernemerschap in den vreemde.
Wat weerhoudt starters van groeien?
‘De makke van veel ondernemers is dat ze niet weten hoe ze financiering moeten aantrekken. Vaak ligt het aan henzelf, omdat ze niet goed uitleggen wat ze doen. Daarnaast is de Nederlandse markt domweg te klein, waardoor je al snel internationaal moet gaan om omzet te kunnen draaien. En het stikt van de regels en de bureaucratie.’
De overheid zegt veel te snoeien in overbodige regelgeving.
‘Doet ze ook. Al merk ik er zelf als ondernemer niet veel van. Maar regels gaan ook tussen de oren zitten. Een echte ondernemer kent geen barrières. Die gaat onderlangs als het moet. Het is dus ook de mentaliteit die we moeten zien te veranderen.’
Waarom gaat het het Innovatieplatform wel lukken om van starters doorgroeiers te maken?
‘We pakken het praktisch aan. Na de zomer gaan we honderd veelbelovende ondernemingen verzamelen. Bedrijfjes die een paar jaar bestaan, met een groeiend personeelsbestand, die innovatief zijn.
‘Met professionele begeleiding gaan we ze in vier jaar tijd, voor de zomer van 2012, door de grens van 20 miljoen euro omzet trekken. We rekruteren via Kamers van Koophandel, banken, accountants, onze eigen netwerken. En men kan zich aanmelden.
‘Het ministerie van Economische Zaken steekt er een paar miljoen in. De deelnemers moeten zelf een paar duizend euro per jaar bijleggen.’
Is het kenmerk van een doorgroeier à la TomTom, niet juist dat hij het op eigen kracht redt? Ofwel: ga je geen kneusjes overeind houden?
‘We kunnen innovatievelingen een zetje geven door ze te coachen. Het gaat om het bijbrengen van een state of mind, dat je kansen ziet en grijpt. Bovendien introduceren we ze bij grote bedrijven, waarvan ze materieel en immaterieel kunnen profiteren. Dat heet piggy bagging.’
Hoe gaat de samenwerking met de overheid?
‘Veel ministeries zijn niet blij met het Innovatieplatform. Ambtenaren denken: hallo, wij hebben óók ideeën, daar is heus geen platform voor nodig. Dat maakt het lastig om plannen bij ministeries te laten landen. Ook toen ik de Taskforce Jeugdwerkloosheid leidde, moest ik meer tijd steken in het ministerie van Sociale Zaken dan in de jeugdwerkloosheid.
‘De overheid mag zelf ook wel innoveren, met al die lagen: Europa, nationale overheid, provincies, gemeenten, deelgemeenten. Er werken prima mensen. Als je in die lagen snijdt, kun je ze productiever inzetten in de marktsector.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.