GERTI BIERENBROODSPOT (67) is even terug in Amsterdam, maar lang zal ze er niet blijven. Want een Bierenbroodspot is niet alleen provocerend, zelfbewust en ongedurig, maar bovenal altijd onderweg....
`Hoezo even? Je komt toch niet even? O, alleen de boeken ophalen. Maar maandag nemen we tijd voor dit verhaal, want het is belangrijk dat dit wordt verteld!’
Gerti Bierenbroodspot – wilde blonde haren, gouden brilletje, open bloes, de borsten vrij sinds Dolle Mina – loopt de trap op naar haar woonkeuken, vraagt: ‘Wat vind je van deze ruimte?’, pakt een stapel tekeningen van de grote tafel en spreidt ze uit op de grond.
Daar liggen ze: negen naar Jordanië gevluchte Irakezen. Kunstenaars, wetenschappers, ‘de ruggengraat van Irak’.
In opdracht van Stichting Vluchteling maakte Bierenbroodspot portretten van hen, en ze hoorde en passant hun schrijnende verhalen. Huizen gebombardeerd. Gemarteld ‘door Saddam Hussein himself’. Een hele kunstcollectie weg. ‘Af-schu-we-lijk. Die mensen leven in Amman in kelders en in holen, zonder vluchtelingenstatus, ze kunnen niet werken, hebben geen hoop. Hier, dit meisje, hartstikke goeie kunstenares. Deze man, Chagall noem ik hem, een van de beroemdste schilders in zijn land – heeft helemaal niets meer.’
Wat wilt u met... ‘Zeg maar ‘je’.’
Wat wil je met deze portretten bereiken? ‘Aandacht vragen voor die mensen. Ik heb Beatrix al een brief geschreven, of ze het boek met de tekeningen in ontvangst wilde nemen – Beatrix is beschermvrouwe van Stichting Vluchteling. Maar ze wilde niet. Dat wordt dus een nieuwe brief. Weet je dat Stichting Vluchteling sinds Wilders en consorten bijna geen donaties meer ontvangt? Dat is toch... ik heb tegen Stichting Vluchteling gezegd: zet me maar in, als kleine BN’er. De Amerikanen hebben daar een mooie uitdrukking voor: giving back to society. Nou, dat ga ik nu doen.’ Je zou het niet denken, zeker niet na een paar ontmoetingen, maar Gerti Bierenbroodspot houdt van stilte. Urenlang praat ze, over kunst, ‘lamkakkerige’ politici, over koningen, koninginnen en andere beroemdheden uit haar vriendenkring.
Over liefde en wat daarbij hoort: jaloezie, vechtpartijen, dreigementen. Maar nu zegt ze dan, staand in haar atelier: ‘Hoor! Hoor hoe stil Amsterdam is!’ Uit een draagbare cd-speler klinken de ijle tonen van een modern Fins requiem.
De volumeknop staat voluit. Het is oorverdovend stil. Bierenbroodspot rommelt met een paar kleine bronzen die staan uitgestald op tafel, wijst naar het wit in een schilderij dat zo prachtig oplicht in de schemer.
Ze is, na de opdracht in Amman en een paar maanden in haar Italiaanse buitenhuis, terug in Amsterdam om zich voor te bereiden op een grote overzichtstentoonstelling. Nog een week van afspraken, etentjes, interviews en televisieopnamen en dan gaat Bierenbroods pot, zoals ze dat noemt, ‘in de mythe’.
Wat is dat? ‘Een land, heel groot, en het bestaat alleen in mijn hoofd. Alles wat ik gezien heb, is daar opgeslagen. Daar moet ik naar terug, en dat kan alleen door me volledig af te zonderen. Ik graaf me in als een mol, draai dag en nacht dezelfde cd, ik neem de telefoon niet op, ben er voor niemand. Alleen voor die paar vrienden bij wie ik de voetjes onder tafel kan schuiven.’
Waar gaat u volgende week mee beginnen? Ze wijst naar een wand waartegen tientallen ingepakte schilderijen staan. Allemaal gemaakt in Italië.
Zijn die nog niet af? ‘O nee. Amsterdam is het afmaak- atelier. Hier word ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Straks ga ik een schilderij uitpakken, dan zet ik het daar neer, tegen die achterste muur, loop ik achteruit, pak een sigaar, ga nog even iets anders doen om het moment uit te stellen en dan, dan moet ik kijken. Op dat moment gebeurt er iets verschrikkelijks – meestal.’ Ze roept uit: ‘Een ca-ta-stro-fe!’
Wat is die catastrofe? ‘Dat het schilderij zich moet meten met het licht van hier, en met de hardheid van hier. Dan zal blijken of ik het kan tentoonstellen, of niet.’
Kun je dat in Italië niet beoordelen? ‘Nee, want daar interesseren tentoonstellingen me niet. In Italië werk ik in de volledige stilte en zaligheid van de natuur, in Italië ben ik onbezorgd, is alles uitstelbaar. Dat is een heerlijk gevoel.’
Waarom blijf je niet daar? ‘Omdat ik mij hier, in Amsterdam, toch het meest thuis voel.’
Je hebt jaren in Petra in Jordanië gewoond, vooraan gestaan bij de grote opgravingen. Hoe leefde jij daar eigenlijk? ‘Wat bedoel je?’ Je bent niet het type vrouw dat ze in de Arabische wereld dagelijks tegenkomen. Gedecideerd: ‘Daar heb ik dus geen boodschap aan.’
Je zult er toch een plek moeten verwerven. ‘Maar dat is daar heel makkelijk! Althans, in de bedoeïenenwereld waar ik zat. Als ik met mijn ezel door de woestijn zeul, en ze zien dat en ze zien me de volgende dag weer, dan begrijpen ze: die blijft. Dan rook je ook nog eens een sigaar met ze, vervolgens ga je met ze paardrijden, storm je door die beroemde kloof – nou, als je er dan niet af fl ikkert, dan ben je er al.’ Ze zwijgt even, neemt een slok perensap en zegt: ‘Ja, zeg, hoor eens. Ik kom uit Amsterdam. Ik heb niet voor niets op de bres gestaan voor vrijheid en emancipatie en de hele mikmak!’
Gerti Bierenbroodspot is schilder, beeldhouwer, dichter en schrijver, al bijna vier decennia lang. Met schilderen begon ze in de jaren zestig, in de tijd dat Cobra en vogue was, en ‘Lucebert en co, en Anton Heijboer, met zijn gekte’. Het succes kwam snel, te snel, zegt ze. ‘Ik werd, koud van de opleiding, meteen aangekocht door het Stedelijk Museum en ingelijfd bij de galerie waar ook Karel Appel en Corneille zaten. Ik dacht: dit gaat niet goed.’
Wat ging niet goed? ‘Ik had nog niet eens nagedacht over wat voor soort schilder ik wilde worden toen er al aan me werd getrokken: maak wat de mensen willen hebben.’
Typisch Bierenbroodspot: ze vertrok naar Frankrijk, naar een middeleeuws dorp, St. Guilhem-le-Desert. Daar kocht ze een 10e-eeuwse ruïne, die ze zelf verbouwde tot atelier, en daar ontwikkelde ze zich in tien jaar tot allround kunstenaar. ‘Ik was grotbewoner, ik was zen, ik was bouwvakker, ik schreef gedichten, schilderde, ik begon me te verdiepen in architectuur en archeologie.’
Vanaf begin jaren tachtig ging ze reizen maken, naar Griekenland, Egypte, Jordanië, Libië, Syrië. Het zullen de genen van de Bierenbroodspotten wel geweest zijn, dat geslacht van zeevaarders, waardoor zij het altijd voelde kriebelen. De genen, en een onverklaarbare drang in de voetsporen te treden van Alexander de Grote, op zoek naar andere werelden en vervlogen tijden, op zoek naar ‘het mysterie’.
De eerste keer dat ze in aanraking kwam met de Oudheid, op Kreta: pang. Ze zag zuilen uit rotsen gehouwen en werd geraakt door ‘het nutteloze van de schoonheid’. ‘Kunst ist überfl ussig, zeggen de Duitsers. Ja zeker, maar what else do we have?’
Nog zo’n belangrijk moment: de vondst van prachtige granieten zuilen in Petra. Bierenbroodspot was erbij, als amateurarcheoloog, toen ‘zuilen van hier tot daar’ uit de grond kwamen. ‘Iedereen was euforisch, maar ik zat zo eens naar die zuilen te kijken en zag daar merktekens staan. Een delta, een kappa, Griekse tekens dus, en niemand keek ernaar. Dat is dus het moment dat ik met een dun rijstpapiertje, heel illegaal, een rubbing ga maken. Want die tekst wil ik hebben, die vind ik belangrijker dan die zuilen.’
Waarom? Roept: ‘Die teksten zijn levenstekens! We weten niets van die zuilen, wie ze heeft gemaakt, hoe ze daar zijn gekomen. Per schip? En wie heeft die zuilen gehakt? Misschien wel een hele generatie. Dat wil ik weten.’
Wat gebeurt er op zo’n moment met je? ‘Op het moment dat ik die zuil aanraak, precies op dat merkteken, raakt mijn hand de hand van de maker, en raak ik iets aan in de lagen van de tijd waar ik zo graag doorheen zou willen barsten.’
Als een tijdreiziger. ‘Dat is wat ik ben. Ik ben de tijdreiziger die terugkomt met verhalen uit een andere wereld. En die verhalen schilder ik, of ik maak er beelden van.’
Wat betalen mensen tegenwoordig voor die verhalen? ‘Veertigduizend, vijftigduizend, twintigduizend. Euro hè. Grafi ek: veel goedkoper. Ik leef goed, ik verkoop goed. Maar ik moet er hard voor werken.’
Ze werd geboren in Amsterdam, in de eerste oorlogsnacht van 9 mei 1940. Haar vader was stuurman op de grote vaart, en ging in het verzet. Moeder, telg uit een kunstenaarsfamilie, zat thuis met Gerti, en bood met grote regelmaat onderdak aan onderduikers. Invloed van haar vader: ‘Hij wilde een zoon, en zo heeft hij me opgevoed.’ En: ‘Hij was een van de eerste volgelingen van Krishnamurti. Ik heb het mediteren met de paplepel binnen gekregen.’
Invloed van haar moeder: ‘Ze was een intellectuele en dwingende vrouw. Over mij zei ze altijd: ‘Ik heb een monster gebaard en o wee als het een genietje wordt.’ Nou, dat heeft haar moeder geweten.
Haar oudere zus vertelde Gerti ooit: ‘Jij riep al ver voor je 10de jaar dat je kunstenaar zou worden.’ Die keuze was logisch: haar oom was Leo Gestel, een van de representanten van de Bergense School. Ze bracht van jongsaf lange zomers door in zijn atelier. ‘Daar ben ik verliefd geworden op de verf, en op het vak.’ Een jaar of twee geleden zag ze werk van zichzelf uit de collectie van het Stedelijk Museum, werk gemaakt toen ze een twintiger was. Ze zegt: ‘Dat is echt janken, hoor, dat hou je niet tegen.’
Wat zie je in dat werk? ‘De vrijheid van nog niet alles ontdekt hebben, van niets hoeven. Want op die leeftijd denk je helemaal niet dat je ooit iets zult worden, dat kan je ook niet schelen.’
Mis je die vrijheid in je huidige werk? ‘Ik mis niks. Ik keer nu juist terug, naar dat provo-achtige wilde schilderen van vroeger. Ik wil niet meer alleen mijn meesterschap laten zien, ik wil me niet laten dicteren door het ritme van dan weer een Tefaf en dan weer de Pan (kunstbeurzen, KK). Ik wil weer dolle vreugde en bokkesprongen – zonder gedachten.’
Je hebt twee jaar geleden gebroken met je oude galerie. Heeft dat ermee te maken? ‘Zeker. We hebben dertig jaar goed samengewerkt, maar toen was het op. Ik wil niet dat mijn galeriehouder tegen me zegt: ‘Ik heb een heleboel mensen voor je die werk uit je blauwe periode willen.’ Ik wil vernieuwen. Laat de mensen maar schrikken.’
Ik heb gebeld met je oude galeriehouder, Nico Delaive. Hij zei: ‘Gerti is weggegaan omdat ze meer wilde verkopen, bij meer galeries’. ‘Hahaha. Dat is wel een heel ander verhaal. Nee, het is simpel: ik wilde beeldhouwen, want dat was waar ik mijn bevrijding in vond. Dat zag Nico niet zitten. Bij mijn huidige galerie, Dell’arte in Maastricht, zeiden ze: ‘De ruimte is van jou, doe ermee wat je wilt.’ Kijk, dan gaat het bij mij weer stromen.’
Delaive zei nog iets anders: ‘Er werd bij openingen van Gerti altijd gevochten. Daar had ik ook wel een beetje genoeg van.’ Ze lacht. ‘Dat is wel waar. Bij de volgende opening zal er ook wel weer iets gebeuren. Maar ik heb bodyguards.’
Bodyguards? ‘Om te voorkomen dat er iemand met een knokploeg komt en de boel kort en klein slaat.’
Wie doen dat dan? ‘Mensen die in mijn aandachtssfeer zijn gekomen en die zich als een vod weggegooid voelen omdat ik me zogenaamd ‘ineens’ aan de kunst moet wijden. Terwijl ik altijd duidelijk ben: ik zit in deze bunker, en de groeten. Nou, dan wordt er uit allerlei hemelen gevallen, en dan heb ik het ook nog gedaan.’
Ze vertelt over de aanvaringen met een vrouw die haar gevelsteen kwam roven. ‘Die meid was boos omdat ik niet met haar naar de bioscoop wilde, weet ik veel. Ik heb niets met haar. Oké, we hebben het wel eens gezellig gehad. Maar daarna kwamen de brieven en de mails en de faxen en de telefoontjes, en de dreigementen.’
‘Ja’, zegt Bierenbroodspot, ‘het is hier echt wildwest, er wordt nog net niet geschoten.’
Precies op dat moment gaat de telefoon. ‘Ha! Daar zal je er weer een hebben! Dat zou leuk zijn.’ Ze loopt naar een andere kamer.
‘Hallo.’ (...) ‘Wat bedoel je? Wat bedoel je met: wat een armoe voor me?’ (...) ‘Fuck you too. De groeten.’ Ze loopt weer terug. ‘Ja hoor. Dat is dus bedreiging.’
Waarom? ‘Omdat er in De Telegraaf heeft gestaan dat ik een relatie heb met mijn dierbare vriendin Fong Leng. Terwijl deze vrouw dacht dat ik een relatie met haar had. Maar ik wil helemaal geen relatie! Als ik er al een wil, ga ik er a: niet over praten, en b: die relatie zal zich hier nooit afspelen. Ik kom de prachtigste meisjes tegen in het Midden-Oosten, dus als ik al met iemand ga leven, als liefdespaar, dan is het daar. Ik ben heel romantisch ingesteld, met Scheherazade-achtige toestanden. Dat kan hier in de stad niet, dat begrijpt niemand.’
Ooit zei je: ‘Ik wil licht brengen. Dat is mijn opdracht. Niet de wereld verbeteren maar licht brengen waar het donker is.’ ‘Klopt. Er is altijd iemand die het genie moet zijn, die piekt, en waaromheen dingen gaan cirkelen. En hoewel men vaak protesteert, gebeurt het toch. Je straalt iets uit, een energie, waar anderen naar kunnen kijken.’
Zo’n uitspraak* Lacht: ‘Is behoorlijk arrogant. Dus take it with a grain of salt.’
Wanneer ben je daar het best in geslaagd? In licht brengen? ‘O god, dat zou ik echt niet weten. Er zijn mensen die gezegd hebben dat er in mijn werk, in de lagen van de tijd... dat daar licht achter vandaan komt. Maar in relaties met mensen licht brengen – nee.’
Twaalf jaar geleden adopteerde je samen met je toenmalige Amerikaanse vriendin Lys een meisje uit China. Was dat geen voorbeeld van licht brengen? ‘Nee, dat was iets heel gewoons. Ze zat in zo’n afschuwelijk Chinees weeshuis, er was een documentaire over op televisie geweest, en naar aanleiding daarvan is er een korte periode een luchtbrug tussen China en Amerika geweest. Het heeft ons 20 duizend dollar gekost, we hebben de I-Ching op haar pasfoto gegooid, en die gaf aan: subliem, subliem, subliem. Nou, het is dus ook het leukste kind dat ik ooit gezien heb. Maar ik heb me meteen onttrokken aan het ouderlijke gedoe, dus zo nobel was het niet.’
Wat betekent zij voor jou? ‘Mwah.
Nee, voor mij persoonlijk... ja, ik hou heel erg van haar, en zij van mij. Maar als ik eerlijk ben, kan ik niet zeggen dat ik moedergevoelens heb. Ik wacht meer op de tijd dat we* want ik denk dat ze uit Mongolië komt*
Op wilde paarden gaan rijden. ‘Ja.
Dat weet ze ook, dat we dat gaan doen. We gaan in ieder geval, als ze wat ouder is, samen een reis maken.’
Hoe vaak zien jullie elkaar? ‘Een of twee keer per jaar. Ze wordt opgevoed door Lys, in een omgeving van grote rijkdom.’
Voelt zij zich dochter van jou? ‘Dat zegt ze wel. Maar ik ben Gerti, niet iets engs.’
Weet ze dat je geen moedergevoelens voor haar hebt? ‘Dat weet ik niet.
Kijk, het beste dat ik voor haar gedaan heb, is haar meenemen naar de woestijn toen ze anderhalf was. Vijf of zes zomers lang heeft ze tussen de bedoeïenen geleefd, vriendjes gemaakt, ik heb een oasetuin met haar gemaakt, ik heb haar leren kijken en observeren. Daar kan ze haar hele leven op voort.’ Er komt een foto te voorschijn van Sky- Qi. Naast haar staat Hillary Clinton, achter haar trendvoorspeller Faith Popcorn. Volgende foto: Sky-Qi met Bill Clinton. ‘Dat is het milieu waarin ze opgroeit, de vrienden en kennissen van Lys. Als op de school van Sky-Qi Egypte wordt behandeld, worden ze in het vliegtuig geladen en gaan ze erheen. Dus met mijn leven in de woestijn wilde ik een beetje tegenwicht bieden.’
Het gesprek komt nog een keer op de stilte waarvan ze zo houdt, de stilte in de woestijn, de stilte die ze oproept als ze mediteert. En op de levensvragen die zich in die stilte opdringen: wie ben ik, heb ik het goed gedaan?
Wat valt er nog te leren?
Bierenbroodspot is er de vrouw niet naar om erg aan zichzelf te twijfelen, en als ze dat al doet, dan laat ze zich daarover nu niet uit. Eén ding wil ze wel kwijt: dat ze er onlangs achter is gekomen dat ze het syndroom van Asperger heeft. Althans, het lijkt erop.
Asperger is een ontwikkelingsstoornis die wordt gekenmerkt door moeilijkheden in de communicatie en door beperkte, intense interesses. ‘Nou, dat klopt wel.’ Wat ze ook vaak hoort: ‘Dat ik altijd zo op de voorgrond sta, altijd corrigeer, het gesprek overneem. Dat is dus een levensles, ja.’
En dan is het tijd om te gaan eten. Er is een tafel gereserveerd bij haar favoriete Japanner om de hoek. Daar komen weer nieuwe verhalen, over haar tijd in New York, haar relatie met Faith Popcorn, jaren geleden alweer, en het oppervlakkige Amerikaanse leven, dat alleen maar draait om macht en geld. ‘Ik kan daar niet meer zijn, het is net Disneyland.’
‘Je moet over de aarde lopen om te voelen wat je landschap is’, heb je ooit gezegd. Ben je daar inmiddels achter? ‘Hoe langer ik weg ben uit Nederland, hoe chauvinistischer ik word.’
Ik kan me daar niets bij voorstellen. ‘Maar Nederland is geweldig! Het feit dat we hier alles kunnen en mogen zeggen, dat is het grootste goed. Ik zou willen dat we dat allemaal beseffen.’
We zijn te verwend. ‘En dom! De brute domheid van mensen, waar Geert Wilders en Rita Verdonk op inspelen.’
Geëmotioneerd: ‘We hebben niets geleerd! Niets!’ Dan komt, even snel als de tranen komen, de humor terug. ‘Weet je wat ik graag zou willen? Rita Verdonk schilderen. Zoals ik dat met die Iraakse vluchtelingen heb gedaan. Schilderen, en haar dan laten praten. Ik zou haar meenemen naar het Lieverdje, een sigaar met haar roken, en dan zou ik zeggen: Rita, trek je bloes maar even uit. Gewoon, om te provoceren.’
9 Maart opent een expositie in galerie Bell’ Arte in Maastricht. De overzichtstentoonstelling in museum Jan van der Togt in Amstelveen opent 25 mei.
cv
GERTI BIERENBROODSPOT
geboren 9 mei 1940, Amsterdam
burgerlijke staat ongehuwd
opleiding mms in Amsterdam
carrière
1955 gaat schilderen in het atelier van haar oom Leo Gestel
1967 eerste solotentoonstelling in Galerie Magdalena Sothman
1968 publicatie dichtbundel Mijn mond sluimert lila
1971 verhuizing naar het Franse gehucht St. Guilhem-le-Desert
1981 eerste archeologische reis naar Egypte
1995 tentoonstelling aangeboden aan koning Hoessein en koningin Noor, ter gelegenheid van staatsbezoek koningin Beatrix en prins Claus
1995 geridderd door koning Hoessein
1998 publicatie Sign of Taurus. The Archeological Worlds of Gerti Bierenbroodspot
1999 Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
2001 publicatie brievenbundel Edittha. Kroniek van een onmogelijke verliefdheid
2006 Lijstduwer Partij voor de Dieren
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.