*

 
dossier

Archief

Europees heroïsme verruild voor consumentisme

Michaël Zeeman − 20/11/08, 00:00

Dit is het verschil tussen een gepensioneerde politicus en één die zich weer op de volgende verkiezingen moet voorbereiden. Richard von Weizsäcker, de voormalige president van de Duitse Bondsrepubliek, vertelde zaterdagmorgen de deelnemers aan de Berliner Konferenz hoe hij kort tevoren een bezoek had gebracht aan Stettin....

Dat ligt vlak over de grens met Polen, aan de Oostzee, maar dat is wel eens anders geweest: van Duitse en van Russische zijde is er de laatste twee eeuwen geducht aan die Poolse grenzen getrokken. Von Weizsäcker had er, vertelde hij, een wandelingetje gemaakt.

En ook dat is wel eens anders geweest. In zijn beroemde rede liet Winston Churchill zijn metaforische ‘IJzeren Gordijn’ beginnen bij ‘Stettin, on the Baltic’; Stettin lag daar vlak achter, niet of slechts met grote moeite bereikbaar voor een Duitser. Even een wandelingetje in Stettin gaan maken was er niet bij. In het releveren van een alledaags voorval van niks door Von Weizsäcker weerklonk de ervaring van bijna een eeuw (hij is 87 jaar oud – en recht van lijf en leden).

Die weerklank vertaalde hij vervolgens in trots en vermaningen. Dit is Europa, zei hij ongeveer, dit hebben wij bereikt. Maar het kan geen kwaad je er rekenschap van te geven hoe wij hier terecht zijn gekomen, zo zonder paspoort, zo vrij als een vogeltje op bezoek bij onze vredelievende buren. Er is het een en ander aan voorafgegaan.

‘Wij hebben’, schrijft Peter Sloterdijk ergens, ‘ons Europese heroïsme verruild voor consumentisme.’

Geen reden tot klagen of tot zelfbeklag, dunkt me, al zit er iets Duits aan die constatering van heroïsme dat consumentisme is geworden – maar het aardige is dat je het zelfs daar gewoon over kunt hebben, tegenwoordig. Zo’n conferentie als die Berliner Konferenz is, naast het afwerken van een complexe agenda, ook een confrontatie met die verschillen tussen de culturen van Europa. En, nee, die hoeven niet weg.

Maar het klagen over de Europese Unie wordt de laatste jaren algauw mopperen en van mopperen komt kankeren – en dan heb je de actieve Europolitici al snel in de verongelijkte verdediging. Eigenlijk, constateerde één hunner, zouden we de grenzen weer eens een half jaartje dicht moeten gooien, de invoerrechten op allerlei producten herstellen en de Erasmus-beurzen voor studenten die enige tijd in het buitenland willen studeren intrekken. Dan voelen zij het: dat zal ze leren.

Die ‘zij’ zijn wij.

De spreker was Hans-Gert Pöttering, de voorzitter van het Europese Parlement, al bediende hij zich van een citaat om zijn gram te halen. Ook een Duitser, zij het ook een stuk jonger dan de voormalige Bondspresident. Verbazing en vermaan enerzijds, ergernis en verontwaardiging anderzijds, het uitgangspunt is hetzelfde.

Het interessante is, dat er eigenlijk niemand is die het oneens is met de strekking van de anekdote van Von Weizsäcker en vrijwel niemand gelukkig zou worden van het experiment dat Pöttering namens de mokkers van boven aan de mokkers van beneden opperde. Niemand wil terug naar die grenzen en naar die individuele nationale afzonderingen, niemand wil terug naar het heroïsme van weleer.

Integendeel, de lawaaiigste Euro-heroïek van de afgelopen maanden betrof de eendracht in het bestrijden van de crisis die de onbekookt consumerende bankiers over ons hebben afgeroepen. Zonder de euro, verklaarden bankiers en politici eenstemmig, zonder de Europese samenwerking over de grenzen heen was de schade groter en de remedie minder effectief geweest. De grootste opsteker is blijkbaar de gezamenlijke rampenbestrijding, een stap verder en je zou nog gaan hunkeren naar een ramp.

Het lijkt er inmiddels op dat het consumentisme, dat de ware cohesie binnen Europa bewerkstelligt, vooralsnog gered is, al is de prijs in geld hoog: economische acrobatiek is de ware heroïek. Was het toeval dat die conferentie, bedoeld om de zoektocht naar een samenbindend motief tussen de landen van Europa, dit weekeinde plaatsvond in het hoofdkwartier van de Dresdner Bank?

Dubbele metaforiek, Dresden en een bank.

Maar nu die verongelijktheid van de actieve politici: hoe terecht is die, ik bedoel, zijn wij met zijn allen als Europeanen net zo verwend en narcistisch als de jongste lichting Nederlanders heet te zijn, en kunnen wij geen zuchtje tegenwind meer velen? Of zijn het die politici zelf die aan het pruilen zijn geslagen?

Het uitgangspunt van de Berliner Konferenz is, dat als er ergens een motiverende kracht voor Europese samenwerking gevonden kan worden dat wel in de cultuur moet zijn. Daar is al erg veel over vergaderd en dus ook gezeverd en zodoende waren deze keer culturele types aan tafel gezet met politici en ondernemers. Die mochten van gedachten wisselen over vragen naar de culturele factor in de ontwikkeling van Europa, of de cultuur van Europa een factor in de economie is en waar die cultuur de economische ontwikkeling remt of juist bevordert. In praktische voorbeelden, waarom is een Europese auto echt wat anders dan een Japanse, als iedereen steeds meer hetzelfde wordt in zijn verlangens, waarom rijden Duitse ondernemers en alle taxichauffeurs dan bij voorkeur in een Mercedes en Italiaanse bestuurders in een Lancia en, ten slotte, is het een idee om de Chinezen niet lastig te vallen met onze onderlinge verschillen, maar hen te trakteren op één idee van Europa?

Goeie vragen, wars van alle verongelijktheid. Ze demonstreren eigenlijk de reikwijdte van Von Weizsäckers wandeling: men gaat zijn gang, soms mopperend, soms met oprechte interesse. Zelfs kunstenaars en industriëlen lukt het een weekendlang naar elkaar te luisteren.

Het enige dat ontbreekt, is een nieuw idioom om dat te verantwoorden. Je zou zeggen, daar is het gesprek tussen die andere twee voor nodig, politici en kunstenaars.

mailIcon print |