*

 
dossier

Archief

In de wolken

Joost Pollmann − 05/09/08, 00:00

Annie M.G. Schmidts Abeltje beleefde avonturen door met lift en al uit z’n dak te gaan. Godfried Bomans’ Simeon maakte wonderlijke nachten mee door zijn ledikant door de lucht te laten zweven....

Gelukkig weten ze tijdig af te dalen naar de Zoutvlakten waar hen een volgende dreiging wacht: gele vijandige vogeltjes die een zwerm vormen en de twee indringers met hun snavels bij de kladden pakken en naar het klaslokaal retourneren. Einde verhaal, zou je denken, maar dan begint het beste deel pas. Crane heeft ervoor gekozen één tekening per vierkante bladzijde te plaatsen en trekt er 27 bladzijden voor uit om de invasie van de vogels in beeld te brengen. Aanvankelijk is er alleen een leeg raam, waardoor een van de leerlingen dromerig naar buiten staart. Maar dan nadert de wolk van gele veren, totdat krijsend en kwetterend het hele lokaal gevuld is met gevogelte. ‘SKWAWK! SQUAWK!’ Juf heeft zich bibberend onder haar bureau teruggetrokken, de kinderen hebben intussen ontdekt wat anarchie is en bootsen luidkeels de vogels na: de balloons met hun gekwaak vullen het lokaal en drijven het raam uit, op naar de hemel.

Vogels, katten, daken, wolken: ook bij Wasco is de beeldtaal ogenschijnlijk kinderlijk, maar zoals altijd speelt deze Nederlandse tekenaar een geraffineerd spel met de wetmatigheden van de strip. Zijn woordloze boek Mr. B. the Bird bevat 57 etudes op het thema ‘vogelsilhouet’, waarbij als uitdaging is gesteld: hoe weinig lijnen heb je nodig om een verhaal op gang te brengen? In vijf plaatjes klapt een vogeltje de vleugels op en neer, in het zesde stijgt het op. Maar het mag nog minimaler: een zwaluw scheert over boomtoppen, een eendje trekt kringen in het water, spreeuwen landen als muzieknoten op een elektriciteitsdraad.

Op andere pagina’s is het vogelmotief geheel abstract geworden en gebruikt Wasco het als vehikel om te experimenteren met bladindeling, kadervolgorde en kijkrichting. Al sinds zijn reeks Apenootjes uit de jaren negentig, waarmee hij varieerde op Charles Schulz’ Peanuts, houdt Wasco zich bezig met het analyseren van hoe een strip gelezen wordt en hoe je daar als tekenaar mee kunt spelen. Hij stript zijn medium tot het bot.Joost Pollmann

mailIcon print |