*

 
dossier

Archief

Hulp voor kranten is niet genoeg

Yvonne Zonderop − 13/12/08, 00:00

Voor veel politieke journalisten zal de Democratische Conventie in Denver de geschiedenis ingaan als het einde van een tijdperk, zwarte presidentskandidaat of niet....

Lionel Barber, hoofdredacteur van de Financial Times, beschreef het tableau twee maanden geleden in zijn krant met lichte, maar onmiskenbare spijt. ‘We zijn getuige van een verschuiving van de macht richting nieuwe media, met enorme gevolgen voor de journalistieke praktijk’, schreef hij. Volgens Barber zal het jaar 2008 een ‘tipping point’, een beslissend moment, blijken te zijn in de Amerikaanse journalistiek. De nieuwe media hebben vanaf nu het voortouw. De algemene, mainstream, kranten en de nieuwsprogramma’s op televisie volgen in plaats van te leiden.

In Nederland – en veel andere Europese landen – gaat het nu precies dezelfde kant op. Blogs bepalen hier nog niet de uitkomst van verkiezingen, maar al wel de val van ministers en politiek adviseurs, zoals blijkt uit acties van GeenStijl. Het weblog zet de toon, kranten en televisie volgen. Evenals politici, trouwens, die, zoals GeenStijlhoofdredacteur Dominique Weesie onlangs verklaarde, hun politieke vijanden doelbewust aangeven in de hoop dat GeenStijl ze eens flink te grazen neemt.

Onderwijl zijn de ‘oude’ media in een neergang beland, net als in de VS. Menige dagbladtitel in de regio verdween en inmiddels slaan ook landelijke titels alarm. Ze raken lezers en advertenties kwijt en hun websites maken dat verlies vooralsnog niet goed. Sommige – vooral regionale – kranten is het water tot aan de lippen gestegen. Ze vragen steun aan minister Plasterk, maar die staat niet te trappelen.

Gevestigde algemene nieuwsmedia (kranten, maar ook televisie) bedienen een vergrijzend publiek, zo blijkt uit onderzoek. Het Commissariaat voor de Media heeft dit fenomeen de ‘generatie-informatiekloof’ gedoopt. Terwijl oudere generaties hun informatie betrekken van televisie, radio en de betaalde krant, wenden jongeren zich voor hun nieuwsgebruik tot websites en gratis dagbladen. Ze prefereren een andere stijl en aanpak. Serieuze, zogeheten kwaliteitsjournalistiek, maakt plaats voor snellere berichtgeving en voor entertainment met effect. Persoonlijk gekleurde berichtgeving krijgt de voorkeur boven een streven naar objectiviteit. Brede nieuwsmedia maken plaats voor websites en bladen voor speciale doelgroepen. In rap tempo ontstaan nieuwe mediawetten waaraan de ‘oude’ media zich met moeite kunnen onttrekken.

De aloude journalistiek is in een crisis beland, zoveel is duidelijk. Toch lijkt dit hooguit een handjevol mensen te deren, voornamelijk uit de beroepsgroep zelf. Zij willen er nog op wijzen dat de pers de hoeder is van onze democratie. Maar het publiek haalt grotendeels de schouders op. Journalisten genieten niet veel sympathie (meer). Hun crisis wordt niet beschouwd als een maatschappelijk probleem.

Het is goed om te beseffen dat ook dit geen exclusief Nederlands fenomeen is. Sinds de opkomst van Fortuyn weerklinkt hier de klacht dat de pers zich niet bekommert om wat ‘gewone’ mensen beweegt. Maar in Amerika valt hetzelfde verwijt. Journalist en wetenschapper Eric Alterman beschreef dit voorjaar in The New Yorker hoe Amerikaanse journalisten zich sinds de Watergate-affaire als gelijkwaardige zijn gaan beschouwen van politici, topmanagers en andere machthebbers. ‘Ze identificeerden zich als vanzelfsprekend soms meer met hun onderwerpen en hun bronnen dan met hun lezers’. Het gevolg was dat ze de lezers steeds verder van zich vervreemdden.

Daarnaast professionaliseerde het mediavak – een tweede oorzaak van de crisis in de journalistiek. Belangengroepen, bedrijven, ministeries; elke organisatie bemantelde zich in de jaren tachtig met een afdeling communicatie die slecht één doel nastreefde: een goede pers.

De invloed van deze pr-machines en spindoctors is sindsdien alleen maar gegroeid. Voor eigen nieuwsgaring en onafhankelijk onderzoek lijkt steeds minder ruimte. De kolommen en de zendtijd worden gevuld met ‘geproduceerd’ nieuws, bedacht en op een presenteerblaadje aangereikt door duizenden voorlichters en communicatieadviseurs. De belofte van een spannende ‘primeur’ is vaak genoeg om een programma of een krant voor je karretje te spannen, zo weet menig woordvoerder. Tegelijkertijd valt het verslaggevers steeds moeilijker om door de haag van pr te dringen om het ‘echte verhaal’ op te tekenen. Voor journalisten valt er haast niet tegenop te roeien: op iedere redacteur zijn in Nederland drie communicatiemedewerkers actief.

Het resultaat is zichtbaar voor iedereen die meerdere media tot zich neemt: overal komt hetzelfde nieuws voorbij, veelal in identieke termen. Hoe kan een lezer of kijker dan het idee behouden dat een journalist gedegen informatie biedt, vergaard na eigen onderzoek?

Er is nog een derde nagel aan de doodskist van de ‘oude’ journalistiek: de adverteerder. In de bloeitijd van kranten en tijdschriften gold de ondubbelzinnige afspraak: de redactie schrijft wat ze wil, de adverteerder heeft enkel het recht om op een afgescheiden plek zijn boodschap te verkondigen. Dit oude verdienmodel wankelt.

Tegenwoordig willen adverteerders nieuws mee produceren, want een ouderwetse advertentie levert te weinig respons op. Dit stelt redacties voor lastige, nieuwe vragen over hun mate van onafhankelijkheid. Studio Sport dat ‘mede mogelijk is gemaakt’ door een telecombedrijf is tot daar aan toe, maar wat te denken van het feit dat bedrijven gegarandeerde redactionele aandacht kunnen kopen in de krant? Zowel bij Spits als bij De Pers kocht de Rabobank een vaste rubriek, de een over wielrennen, de ander over hockey, met daarin aandacht voor de sponsor.

Media opereren helemaal niet zo onafhankelijk en soeverein, dat is lezers en kijkers niet ontgaan. Dus doen ze het net zo lief zelf. Nederland telt naar schatting inmiddels een miljoen burgerjournalisten die hun eigen blogs vullen, eigen videofilms en foto’s publiceren en eigen nieuws maken, net als in het buitenland.

Sprak Barack Obama op een besloten fundraising over ‘bittere’ blanke arbeiders? Een van de donors bleek tevens amateurjournalist; ze zette de uitspraak op The Huffington Post, waarna officiële media snel volgden. Kay van der Linde overkwam in Amsterdam hetzelfde toen een student aan de UvA zijn vermeende kritiek op Rita Verdonk naar buiten brachten op GeenStijl. Al drong de methode van nieuwsgaren in tegen de beroepsopvatting van de ‘oude’ media; het bleek voor hen niet doenlijk dit ‘nieuws’ te negeren.

Off the record, ‘besloten’, journalistieke codes die ooit bedoeld waren om de kwaliteit van de berichtgeving te waarborgen, worden in rap tempo gekraakt door burgers die er het nut niet van inzien en zich buitengesloten voelen. Het publiek maakt zelf wel uit wat de waarde is van gepubliceerde berichten, zo lijkt het.

Vooral jongeren opereren zo. In plaats van af te gaan op de deskundigheid van de journalist, luisteren ze naar elkaar. In een oogwenk corrigeren ze elkaars fouten en omissies. Zo komen prachtige producties als Wikipedia tot stand.

Deze democratisering van de media – want dat is het – garandeert overigens niet dat het publiek nu beter wordt voorgelicht. Er zijn tientallen miljoenen Amerikanen die denken dat 9/11 een inside job was, en dat is niet omdat de serieuze kranten dat schreven.

Teloorgang
Het heeft even geduurd, maar sinds kort is Nederland aangehaakt in het internationale debat over de teloorgang van de media. Omdat het parlement dezer dagen discussieert over het mediabeleid van minister Plasterk, gaat de aandacht nu vooral uit naar het overheidsbeleid. Plasterk is gevraagd of hij, net zoals de Franse president Sarkozy, de bedreigde kranten te hulp wil schieten. Tot nu toe luidt zijn antwoord: niet op structurele basis. Voor zorgelijkheid is het volgens de minister te vroeg. ‘Ik blijf de krant heus wel lezen’, hield hij de beroepsgroep laatst voor.

Teloorgang
Maar de minister kan het debat niet voor zich uit blijven schuiven. Er zal iets moeten gebeuren. Maar wat? En wie is aan zet?

Teloorgang
Grofweg telt de mediawereld twee posities. De ene groep zegt: geef de moed niet op. Met een serieuzere aanpak, betere managers en specifieke steun (een lager btw-tarief voor kranten bijvoorbeeld) kan de algemene journalistiek in Nederland een factor van belang blijven.

Teloorgang
Het is een sympathiek maar naïef relaas, want het biedt geen wezenlijk antwoord op de crisis. De internationale trends denderen immers gewoon voort. De Chicago Tribune en de Los Angeles Times staan op het punt failliet te gaan; waarom zou Nederland de dans ontspringen?

Teloorgang
De andere groep zegt: het mediabeleid moet wel degelijk op de schop. Het geeft geen pas noodlijdende kranten in hun sop te laten gaarkoken en onderwijl de publieke omroep ruimhartig te steunen. In plaats van een bepaald type media te steunen, te weten radio en tv, moet de overheid bepaalde soorten journalistiek stimuleren. Geen entertainment, wel nieuws, achtergrond en opinievorming.

Teloorgang
Dit pleidooi werd drie jaar geleden al door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) gehouden. Toen kwam het te vroeg, nu wordt het zelfs door Geert Wilders omarmd. Zoals dat gaat roept de publieke omroep vervolgens: blijf met je tengels van mijn geld af. Maar dat verweer klinkt niet sterk, zeker niet omdat ook de publieke omroep met een vergrijzend kijkerspubliek kampt.

Teloorgang
John Lloyd, een vooraanstaand Brits mediacriticus, schreef vorige maand: ‘De journalistiek heeft haar rechtvaardiging en haar zelfbeeld steeds gebaseerd op de overtuiging dat ze van haar publiek betere burgers wist te maken. Als de journalistiek het loodje legt, wat gebeurt er dan met het burgerschap?’ Die vraag is de voornaamste reden waarom overheden zich serieus moeten bekommeren om de huidige crisis.

Teloorgang
Er is behoefte aan oplossingen die verder reiken dan een snelle belastingmaatregel hier of een gezamenlijk ontwikkelingspotje daar. President Sarkozy stelde een aantal werkgroepen in om nieuwe antwoorden te zoeken. Daaraan kan minister Plassterk een voorbeeld nemen. Maar daarmee is de kous niet af.

Teloorgang
De journalistiek moet bereid zijn zichzelf opnieuw uit te vinden. Kranten in nood langdurig financieel bijstaan is geen oplossing, daar heeft Plasterk gelijk in.

Teloorgang
De aloude journalistiek heeft een nieuwe spirit nodig. Laat GeenStijl doen wat ze wil, laat semi-journalistieke programma’s zoals Pauw & Witteman de show stelen, laat pr-machines hun ‘primeurs’ in het rond strooien. Journalisten moeten de werkelijkheid van de burgers beschrijven, onderzoeken, bevragen en het vertrouwen van hun publiek terugwinnen . Ze moeten op zoek naar nieuwe vormen, en naar nieuwe werkafspraken met sponsors en adverteerders om de journalistieke onafhankelijkheid te borgen. Zo niet, dan kunnen bestuurders nog jaren steggelen over goedbedoelde steunmaatregelen, maar die zullen het verschil niet maken.

mailIcon print |