Noorwegen biedt rust en ruimte. De achterdeur hoeft er niet op slot, kinderen kunnen ravotten in de sneeuw. Het land werft emigranten met het vooruitzicht op een jarenvijftig-idylle....
'Mogen de cavia's mee het land in?' Een zwaarlijvige vrouw in een rood windjack kijkt Marcel Meijer vragend aan. Het is zondagochtend 11 uur en in een zaaltje in Hotel De Beurs in Hoofddorp geeft Meijer voorlichting over Noorwegen aan aspirant-emigranten. De vrouw in het rode jack, haar man - blauw windjack, zilveren kettinkje om de nek - en hun dochter willen 'een toekomst opbouwen' in Noorwegen, want 'in Nederland wordt het je alleen maar tegen gemaakt'. En dus hebben ze vragen, veel vragen.
Hoe zit het met de wegen, heb je winterbanden nodig? Is er overal internet, is er een zeevaartschool in de buurt voor hun dochter? En als ze nou binnenkort komen kijken, kan Marcel ze dan ook helpen aan een hotel?
Een paar dagen eerder. Marcel Meijer (45) zit achter zijn computer in Davik, een dorp aan een fjord in het zuidwesten van Noorwegen, waar vierhonderd mensen wonen in witte en rode houten huizen. De vissersboten in het haventje slaan zachtjes tegen de houten steigers. Het begint, vroeg in de middag, al donker te worden; hier en daar gaan de lichten aan.
Besneeuwde bergtoppen, dennen en op 150 meter afstand pas het eerste huis. Het is 'allemaal niet zo belangrijk, maar wel geweldig', wat Marcel ziet als hij uit zijn raam kijkt. Drie jaar geleden, toen hij, zijn vrouw Madeleine (43) en hun zoon Jeffrey (8) nog in Heemstede woonden, keken ze in de keuken van de achterburen - dan is dit wel een ander verhaal. Hier heb je dat stukje ongerepte natuur nog wel. Hier zit je op je veranda. Hier hoeft de achterdeur niet op slot. Hier gaan de kinderen skiën onder schooltijd, of met kaplaarzen aan lachend de regen in. Ja, de Meijers zijn enthousiast over hun nieuwe woonplaats. En dat komt goed uit, want daarmee verdienen ze hun brood.
Ze zijn in dienst van vijf gemeenten in het zuidwesten van Noorwegen, waarvoor ze Nederlanders naar de regio halen. Noorwegen is een rijk, leeg land - gemiddeld twaalf mensen per vierkante kilometer, in Nederland zijn dat er 450 - met lage geboortecijfers, waardoor de bevolkingsgroei zorgwekkend afneemt. Vooral het platteland heeft daar last van. Want zo gaat dat: jonge mensen trekken naar de steden, de dorpen blijven verstild en vergrijsd achter. Scholen, winkels en postkantoren moeten sluiten, bedrijven trekken weg. Een ontwikkeling die Noorwegen tracht tegen te gaan - overal zijn wervingsprojecten voor emigranten - en die Nederlanders kans biedt op een gedroomd nieuw leven. Rust. Ruimte. Het zijn woorden die steeds weer opduiken in de verhalen van emigrantenwervers, net als 'normen en waarden' en 'tijd voor het gezin'. Noorwegen wordt gepresenteerd als een jarenvijftig-idylle, waar de kinderen uit Bolderburen in de sneeuw ravotten, terwijl moeder met een schort voor koekjes staat te bak ken en vader het hout hakt voor de open haard.
'Noorwegen is een land voor idealisten', zegt Marcel Meijer. 'Voor mensen die op zoek zijn naar een ander leven en bereid zijn daarvoor hun opleiding en carrière, tijdelijk meestal, los te laten. Als je wilt aanpakken, vind je hier altijd werk. Trouwens, de meesten komen in hun oude vak terecht.'
Niet meteen op het hoogste niveau: het land zoekt vooral productiemedewerkers, timmerlieden, mecaniciens, vrachtwagenchauffeurs en verzorgenden. Meijer vertelt graag over een ex-collega bij de KLM, waar Marcel voor zijn emigratie manager was. 'Een ict'er, net als ik. Hij belde me op: joh, ik ben het helemaal zat in Nederland, vind een baan voor me, het maakt niet uit wat. Die begon hier als productiemedewerker in een botenfabriek. Nu heeft hij een prachtige baan als systeembeheerder bij de gemeente.' Over een paar dagen, in het zaaltje in Hoofddorp, zal Meijer het succesverhaal nog een paar keer vertellen. In de twee jaar dat de Meijers dit project nu leiden, hebben ze door middel van internet, beurzen en voorlichtingsdagen 170 Nederlanders naar hun regio gehaald. 'Maar', zegt Meijer, 'we halen ze niet over. Ze maken zelf de keus.' En opdat het geen 'marketingverhaal' wordt, somt hij af en toe wat nadelen op: de regen die dagenlang op de daken kan kletteren, het steekvliegje dat 'bij windstilte, in de schaduw' het buitenleven 's zomers behoorlijk kan verpesten, de extra kosten voor satellietschotel en skipakken voor de kinderen. Terwijl Marcel verder vertelt, trekt Madeleine haar jas aan. Ze zit in de avondploeg van de plaatselijke zalmkwekerij, waar ze het gezinsinkomen aanvult door vis schoon te maken en inpakwerk te doen.
De cavia's mogen mee het land in, stelt Meijer het gezin vier dagen later in Hoofddorp gerust. Zo'n veertig potentiële Noorwegengangers zijn naar het hotelzaaltje gekomen - ofwel vijftien 'families' zoals ze in deze branche consequent worden genoemd. Een beamer toont beelden van de Noorse natuur, ernaast staat een tafel met flessen Fanta en thermosflessen koffie en thee. Er liggen toeristische brochures en aan de wand zijn A4'tjes met vacatures geprikt. In de gemeente Bremanger wordt een mechanicus voor zware voertuigen gezocht, Vagsoy zoekt mensen voor de verpleging. Productiechefs, zoals de man van de cavia's in het blauwe windjack, worden ook veel gevraagd.
Marcel Meijer zal voor hem langsgaan bij potentiële werkgevers, zodra de man zijn cv heeft gestuurd. En als de plannen eenmaal vaste vormen hebben aangenomen, zal hij het gezin ook helpen met het afhandelen van alle formaliteiten, met het vinden van een huis, hij zal ze rondleiden door hun nieuwe woonplaats en in contact brengen met mensen van de gemeente. 'De diensten zijn altijd gratis en zonder verplichtingen', meldt het informatiemateriaal van de Meijers. En: 'Let op! Een emigratie blijft altijd en compleet een verantwoordelijkheid van de emigranten zelf.'
'Eigenlijk zijn we gek van Schotland', zegt de vrouw met het rode jack. Maar als emigratieland vindt ze Noorwegen beter. 'Ze kauwen je precies voor wat je er kunt doen. Je hoeft er alleen maar achteraan.'
Het gezin - 'geen namen graag, er zijn mensen die niet moeten weten waar we mee bezig zijn' - is een keer eerder in Noorwegen geweest, vijf jaar geleden, voor een paar dagen Oslo. Ook een prachtig land, concludeerden ze toen. 'We hebben begrepen dat daar veel meer vrijheid is voor het individu.'
Dit in schril contrast met Nederland, waar je 'bijna geen mens meer mag zijn'. Neem nu de webwinkel in new age-artikelen die ze naast hun baan runnen; zoiets wordt je hier onmogelijk gemaakt. Voordat iemand een gietstenen boeddhabeeld koopt, wil diegene dat beeld wel even zien. Logisch. Dus de beelden staan in de tuin. Mag niet. Geen winkelbestemming. Kijk, zo wordt gezonde ondernemingslust hier de nek om gedraaid. En hogen ze dan de schutting op om die beelden aan het zicht te onttrekken, dan staat er, met dank aan de buren, meteen politie op de stoep. En dan is er nog een ex die, zodra je een cent extra verdient, over de alimentatie begint.
Maar in Noorwegen wordt alles anders. Er is rust, er is ruimte en met de beeldenverkoop zal het ook wel lukken. 'Als de boeddha's niet lopen, kunnen we altijd nog trollen maken.'
'Als mensen zeggen: 'Ik wil naar Noorwegen emigreren', dan noem ik dat altijd een schot uit de heup.' Meijer is aan een ander tafeltje gaan zitten, waar hij nieuwe emigratieklanten over de regen en het steekvliegje vertelt. 'Je moet wel weten waarvoor je kiest. Er zijn zo veel verschillende gebieden. In het noorden is de natuur heel anders dan in het zuiden, de cultuur is er anders, de taal zelfs. Ik zeg altijd: ga je eerst eens goed oriënteren.'
Een stel van halverwege de dertig zit verderop met zijn Noorse collega te praten. 'I can give you a job tomorrow', zegt Tom Erling Bahus, die business development voor de regio doet. 'In fish farming. In health care. If you have the right mentality, there is plenty to do.' 'Is er een school?', wil de vrouw weten. Jazeker, er is een school. Haar man maakt aantekeningen. 'Kindvriendelijk', schrijft hij op een A4'tje. 'Twee uur van Bergen. Huizen gecentreerd. Zomer. Leisure = plezier.'
In een hoek van het zaaltje zit een gezin uit Den Haag - verzorgde, geblondeerde vrouw, man met driedagenbaardje, twee kleine kinderen - op zijn beurt voor een gesprek te wachten. Ook zij willen weg, want Nederland is Nederland niet meer, vinden ze. Als je in Den Haag in de tram zit, ben je in sommige buurten de enige blanke. Als je 's zomers in de tuin zit, is het om je heen 'net Istanbul'. En over twintig jaar, als de olievoorraad op is, schetst de man zijn toekomstvisie, dan zal er in de steden chaos en ellende ontstaan.
'Niemand zal meer genoeg te eten hebben. Toen er laatst een drinkwaterbesmetting was in Den Haag, waren de flessen water binnen een paar uur uitverkocht. Kun je nagaan hoe dat later moet. Maar de politiek doet niks.'
Zijn vrouw glimlacht ongemakkelijk. 'Ik denk daar wat minder over na.'
In Noorwegen, vervolgt de man, kun je 'terug naar af' als de nood aan de man is. 'Je eten haal je uit de zee, vers water uit de rivier.' Haar trekt vooral de beslotenheid, het sociale van het leven in een vissersdorp aan zee. 'Ik denk dat ik daar vaker naar het café zal gaan dan hier', zegt ze. 'Als er een café is.'
Een op de drie Nederlanders denkt serieus na over emigratie, zo blijkt uit een jaarlijks onderzoek dat de Emigratiemonitor wordt genoemd. Ruimtegebrek, bemoeizucht van de overheid en (intolerant) gedrag van medeburgers worden, naast het klimaat, als belangrijkste redenen opgegeven.
'We zijn met te veel in een veel te klein land', vinden ook Theo (42) en Esmée (33) Mekke. Hun kinderen Joya (9), Kylian (8), Reany (7) en Dainty (5) zitten rustig aan een tafeltje te kleuren terwijl Theo en Esmée schetsen hoe de drukte in Nederland, de criminaliteit en de veelheid aan nationaliteiten hun een 'stukje onrust' bezorgen, waarbij ze zich 'niet langer veilig' voelen.
Esmée: 'We wonen in Rosmalen. Als ik naar de stad moet, begin ik me daar een week van tevoren op in te stellen.'
Theo: 'We missen rust en natuur.'
Esmée is gastouder aan huis, Theo werkt, na banen in de horeca en het inrichtingswerk, als ict-instructeur op een grote scholengemeenschap. Hun emigratieplannen zijn al vergevorderd. Zodra er een baan komt, vertrekken ze naar Hornindal of Stryn, ook gemeenten waarvoor Marcel Meijer mensen werft. Afgelopen zomer zijn ze er gaan kijken en ze werden met open armen ontvangen. Theo: 'Een man van de gemeente heeft ons rondgeleid. Met de auto zijn we overal langsgegaan: de scholen, de sportvelden, hij heeft ons een prachtig meer laten zien en een aantal beschikbare huizen. Mooie huizen, hoor. Groot stuk land erbij en voor ieder kind een eigen kamer.'
Esmée: 'We zijn ook voor het eten uitgenodigd. Twaalf krabben kwamen er op tafel en makreel, gerookt in het schuurtje. Het was zo gemoedelijk. Je mocht pakken wat je wilde.'
Een baan heeft Theo er nu nog niet; de ict blijkt een lastige sector. Theo: 'Mocht het in de ict niet lukken, dan pakt Esmée misschien haar oude vak van kinderleidster weer op. Ga ik 's avonds in een visfabriek werken.'
De stress, de drukte en de buitenlanders - Marcel Meijer hoort in zeker de helft van de gevallen dezelfde redenen om naar Noorwegen te vertrekken. En hoewel hij zijn 'afkeer van racisme en discriminatie altijd zal laten blijken als dat nodig is', heeft hij er ook begrip voor dat 'veel van deze mensen zich een vreemde voelen in hun eigen land'. 'Door de politiek voelen ze zich niet gehoord.'
Maar, nuanceert Meijer: 'De mensen die het hardst klagen, emigreren meestal niet eens.'
Een huis met een veranda en een open haard en een baan in de groensector of een eigen bed and breakfast, dat is het ideaal van Mark Tiggeloove (35, werkzaam bij een bank) en Coen Klaassen (41, ambtenaar).
Coen: 'Zo'n houten huis, daar droom ik al jaren van. Alleen jammer dat die Noorse interieurs vaak zwaar oubollig zijn. Op interieurgebied is daar heel wat te doen.' Lachend: 'Misschien dat wij daar nog een rol in kunnen spelen.'
Vooral Coen is aan Noorwegen verslingerd: hij is er zo'n tien, twaalf keer geweest en het voelt elke keer als thuiskomen. 'Het enige minpuntje is: wij zijn homo. Stel dat er Noors homostel in Urk neerstrijkt, die zouden daar ook niet al te hartelijk ontvangen worden.' Vandaar dat het eiland Solund, waarover ze zojuist gesproken hebben met een recruiter van de gemeente, niet hun voorkeur heeft. 'We zouden er het eerste gaykoppel zijn. Ik wil niet als een soort alien worden aangekeken als ik boodschappen doe in de dorpswinkel.' Een keer uit eten of naar de film zit er in Solund ook niet echt in. Er vaart wel een ferry naar Bergen, maar, zegt Mark, 'je gaat niet twee uur op een boot zitten om naar de bioscoop te gaan'.
In Nederland baart de afnemende tolerantie ten opzichte van homo's hun zorgen. Coen: 'Ik pas niet in een machocultuur.' Maar overhaaste beslissingen nemen ze niet. Ze zijn al zeker vijf jaar bezig met hun emigratieplannen en zijn vastbesloten om de valkuilen uit tv-programma's als Ik vertrek te mijden. Coen: 'Die mensen zijn vaak zo naïef. Wij gaan zeker geen camping beginnen, want dat wordt een fiasco.'
Mark: 'Het is heel leuk om hier een keer te praten, maar in het gebied dat ze promoten, willen we niet wonen. Wij willen dichter bij een stad zitten. En het regent er ook veel te vaak.'
Zes weken is Jan Koridor - vijftiger, rossig gespoeld haar, klein anker op de rug van zijn hand - terug uit Noorwegen, waar hij drie maanden op een eiland woonde met zijn Filipijnse vrouw en hun drie 'binken', zoontjes van 6, 4 en 3. Alles wat er maar mis kon gaan, ging mis.
Jan: 'Ik werkte als kelner in een café-restaurant dat ik op termijn zou overnemen. Een sportvisserij wou ik ervan maken, want daar zit toekomst in. Maar na het toeristenseizoen kwamen er nauwelijks klanten meer. Ja, af en toe een bruiloft, maar de loop was eruit. Dus kocht ik een vissersbootje waar ik aan ging sleutelen - dat is nu eenmaal mijn grote passie. Toen stopte mijn bazin het loon. Je werkt niet meer, zei ze tegen me, dus waarom zou ik je nog langer betalen? Nou ja, toen hield het op dus.'
Geen inkomen meer en een rancuneuze ex-bazin die op het hele eiland de touwtjes in handen had; er zat voor Jan en zijn gezin weinig anders op dan terug te gaan naar IJmuiden, waar hij zijn flat had aangehouden. Maar zijn baan als schipper op een rondvaartboort heeft hij niet terug - hij zou het niet eens willen. Hij is niet voor niks naar deze voorlichtingsdag gekomen. Hij wil het zo snel mogelijk weer gaan proberen. Want Noorwegen blijft een prachtig land.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.