*

 
dossier

Archief

Bosnische Moslim gelooft in zijn hart

Door: redactie − 18/06/07, 00:00

Een Bosnische Moslim zit liever in de kroeg dan in de moskee. Maar de extremistische islam krijgt een voet aan de grond....

Met zijn overdaad aan marmer steekt de kolossale Koning Fahd-moskee af tegen de omringende flats die zijn gehavend door de jarenlange belegering van de stad. Voor dit streng islamitische gebedshuis in een buitenwijk van Sarajevo, dat is gefinancierd door Saoedi-Arabië, is een bescheiden marktje ingericht. Islamitisch geklede mannen met baarden brengen er hun religieuze dvd’s en lectuur aan de man. ‘De mensen moeten weer leren wat de islam inhoudt. Dat snappen velen in dit land niet’, legt een verkoper uit. Hij schenkt de verslaggeefster een hoofddoek, opdat zij ‘het ware geloof kan vinden’ in de vrouwenruimte van de moskee, met verend pastelgroen tapijt.

Studente geneeskunde Sabrena (17), bijna volledig ingepakt in een donker gewaad, is een van de reguliere bezoekers. Een jaar geleden koos ze uit eigen beweging voor ‘de echte islam, het wahabisme’. ‘Hoe kunnen de mensen hier zich moslim noemen als ze roken, drinken en in zulke korte rokjes lopen’, vraagt ze zich af. ‘Zij weten niets van de islam, en kijken mij aan op mijn kleding.’

Bosniërs zijn bang van binnen, vervolgt ze. ‘De jarenlange belegering van deze stad, de etnische zuiveringen, ze denken dat het wéér kan gebeuren, de hele wereld haat moslims. Maar sinds ik de religie van de liefde heb ontdekt, ken ik geen angst meer.’

Meiden als Sabrena vallen op in het land waar de meeste Bosnische Moslims trots zijn op hun vrije interpretatie van de islam, die ze zelf omschrijven als ‘geloven in je hart, en verder niet moeilijk doen en niemand de wet voorschrijven’. Hoewel de Bosnische Serviërs het in de oorlog in de jaren negentig wilden doen voorkomen dat ze streden tegen het moslimgevaar, was in Bosnië voor die tijd nauwelijks een gesluierde vrouw te vinden.

Ook nu zitten de meeste Bosnische Moslims liever in de kroeg dan in de moskee. Maar het wahabisme – de strengste vorm van de islam naar Saoedisch voorbeeld – is in opmars. De media raken niet uitgepraat over opstootjes tussen de kleine, maar groeiende minderheid van fundamentalistische moslims – volgens onderzoek 3 procent – en de meerderheid van Bosnische Moslims – 70 procent – die niets van hen moet hebben.

Het is ironisch dat juist door de bloedige strijd in Bosnië, die onder Bosnische Moslims verreweg de meeste levens heeft geëist, de extremistische islam er een voet aan de grond heeft gekregen. Tussen 1992 en 1995 trokken duizenden jihadstrijders, onder wie veel Afghanistanveteranen, naar Bosnië om hun moslimbroeders bij te staan. Toen openbaarde zich al de cultuurkloof met de woeste bebaarde strijders, die de lokale bevolking vrees aanjoegen met hun wrede strijdmethoden en hun aanvallen op westerse hulpverleners.

Saoedi-Arabië en andere moslimlanden doneerden tijdens en na de oorlog miljarden dollars voornamelijk voor de herbouw en nieuwbouw van honderden moskeeën. Een aantal Arabische hulporganisaties dat zich in Bosnië had gevestigd, bleek vooral druk met het verspreiden van de radicale islam.

Jasmina, Lela en Lela, drie meiden van 19 jaar, zitten aan de overkant van de Koning Fahd-moskee op een muurtje te kletsen. Hun T-shirts zijn diep uitgesneden. Ze ergeren zich niet alleen aan de aanwezigheid van deze moskee, hij boezemt hen ook angst in. ‘Dat ding hoort hier niet. Het heeft een slechte invloed op de buurt, er vestigen zich hier steeds meer traditionele Arabieren. Onze islam is zo veel vrijer dan die van Saoedi-Arabië, de kloof is te groot. Zij bedekken hun vrouwen, die mogen van hun mannen niet werken. Straks nemen ze ons onze verworvenheden af’, zegt Jasmina. Lela: ‘Als die Saoediërs toch zoveel geld hebben, waarom knappen ze die kapot geschoten flats dan niet op?’

Hoe de Saoediërs hun miljardensteun aan Bosnië besteden, blijkt in het cultureel centrum achter de moskee. Bij de ingang staan schaalmodellen van de zeven grootste islamitische projecten – behalve gebedshuizen ook scholen – die Saoedi-Arabië er heeft gefinancierd. Een maquette van de kaart van Bosnië springt in het oog, waarvan het Moslim-Kroatische deel van het land volledig is bedekt met moskeeën en bomen.

Omwonenden mopperen: ‘Van bidden kunnen we niet leven.’ Ahmet, een veertiger, zegt: ‘Die grote moskeeën geven de Serviërs een argument om te zeggen: zie je wel, Al Qaida is groot in Bosnië, het is een moslimstaat. Het is slecht voor ons imago. Terwijl: met al die gruwelen die ons hier in de oorlog zijn aangedaan, is het een wonder dat wij zo relaxed en tolerant zijn gebleven.’

In Zenica, een industriestad die hoofdzakelijk bestaat uit flats uit de communistische tijd, leven de slechte herinneringen aan de mujahedin voort. Die hadden er tijdens de oorlog hun hoofdkwartier. Een paar honderd van deze overwegend Arabische strijders bleven na de oorlog hangen. Zij hadden een Bosnisch paspoort gekregen en velen zijn met een Bosnische vrouw getrouwd. Een aantal vestigde zich in afgelegen bergdorpjes, waar zij hun strikte versie van de islam belijden.

Pas na de aanslagen van 11 september 2001 begon de Bosnische overheid werk te maken van de jarenlange eis van de VS hen uit te wijzen. Een aantal van hen bleek betrokken bij Europese terreurnetwerken. In april trok Bosnië 367 Bosnische paspoorten in van strijders uit onder meer Egypte, Algerije, Syrië, Tunesië en Soedan. De meesten bleken echter onvindbaar.

Barman Teddy van het Jazz Café in Zenica zegt: ‘Het was goed dat die Arabieren ons kwamen helpen. Maar wij schrokken ervan dat ze de vijand de keel doorsneden. Ze hadden allang naar huis moeten gaan. Een aantal van hen is hier gangster geworden, anderen proberen mensen te bekeren. Ik ga toch ook niet als ik in een ander land ben, mensen vertellen wat ze moeten doen?’

Ook Zenica heeft een grote glimmende moskee cadeau gekregen van Saoedi-Arabië, en ook deze Ensar-moskee staat in een weinig florissante flatwijk. Op het terras van een café op de begane grond van een van de flats zit Alen koffie te drinken. Er steken enkele grijze haren uit zijn weelderige donkere baard. Deze eigenaar van de buurtinternetshop en beheerder van de site islamika.net was 19 toen hij zich, met wat andere Bosniërs, aansloot bij de Arabische strijders. ‘We vochten niet alleen, we leerden ook veel over de islam’, zegt hij.

Alen wil allereerst benadrukken dat ‘die verhalen over wreedheden niet kloppen’. ‘Het zijn de beste strijders ter wereld, alleen zij kunnen de VS verslaan en zij brachten het goede, het ware geloof. Het zijn de VN en westerse hulporganisaties die prostitutie en drugs over Bosnië hebben verspreid.’

Hij noemt het ‘ondankbaar’ dat Bosnië de buitenlandse strijders ‘er uit wil gooien’. ‘Ze hadden hen moeten bedanken voor wat ze hebben gedaan voor onze jihad. Veel strijders zijn bovendien al vertrokken, naar Afghanistan of Irak, anderen zitten vast op Guantánamo Bay.’ Hij gaat niet, zegt hij. ‘Mijn opdracht is om hier de onwetenden te leren over de islam. Maar het is de omgekeerde wereld in Bosnië. De inlichtingendiensten houden de echte moslims in de gaten, terwijl wij de mensen juist wat willen bijbrengen.’

In het oude centrum van Sarajevo doceert Ahmet Alibasic aan de faculteit van Islam Studies. Deze is in 1807 opgericht, omdat het Oostenrijks-Hongaarse rijk bezwaar had tegen rechters die waren opgeleid in Istanbul of het Midden-Oosten. ‘Wij zien onszelf als hoeders van de Bosnische islam tussen oost en west’, zegt Alibasic. ‘Studenten worden gestimuleerd zelf na te denken.’

Hij ziet onder zijn studenten slechts een kleine groep, ‘minder dan 1 procent’, die radicale denkbeelden aanhangt. ‘Dat is erg weinig als je beseft dat in de recente geschiedenis van dit land genocide is gepleegd en er nog steeds criminelen in uniform rondlopen.’

Alibasic wil de waarschuwingen van zijn collega’s voor het gevaar van het opkomende wahabisme nuanceren. ‘Er is in Bosnië meer geweld tegen wahabieten dan door wahabieten. ‘Juist de liberale moslims zijn intolerant. Men wil het liefst iedereen met een baard opsluiten. Meisjes met hoofddoeken klagen over discriminatie. Na 2001 waren al die met Arabisch geld gebouwde moskeeën en moslim-ngo’s opeens verdacht. Maar Europa wilde geen cent bijdragen aan de wederopbouw van moskeeën.’

‘De Serviërs hebben in de oorlog meer dan zeshonderd moskeeën verwoest. Tienduizenden van ons zijn gedood door Serviërs en Kroaten. Toen kwamen de moordenaars al met het argument dat wij gevaarlijke moslims waren. De mensen die Karadzic en Mladic beschermen, beschouwen ons allemaal als fundamentalisten.’

mailIcon print |