*

 
dossier

Archief

Een dode kat met kauwgomperspectief

Maria Barnas − 09/11/07, 00:00

Wat voor verhalen kent een uitgespuugd en platgetreden stukje kauwgom op straat? Kunstenares Voebe de Gruyter maakte er in 1996 een werk over, getiteld De kauwgom en de onuitwisbaarheid van zijn bestaan....

Ook Frans Budé (1945) laat in zijn nieuwe bundel Hoe alles gebeurt kauwgom aan het woord in zijn gedicht ‘Kauwgomvlek op hoek Fay Street/ 4th Street’: ‘Schande over Taylor, / een hittepetitje spuwde me uit,/ geplet op tegel neer. Ik zie/ alleen haar onderkant,/ grimmige verschijning,/ hakken, zolen, gehaast/ haar lopen. It’s just the world/ they’ll never know/ Reality/ they’ll somehow never see./ Hoor ik onbedaarlijk klussen,/ wordt mijn huid gestanst./ Verbeten schrobt men mij –/ en veegt me uit.‘

Budé heeft natuurlijk de pech dat ik De Gruyter eerder had gezien. Maar dat is niet de enige reden waarom het kauwgomperspectief van De Gruyter beter werkt. Budé laat niets uit de hand lopen, zoals gebeurt bij de overlappingen van De Gruyter, waar zowel inhoudelijk als vormtechnisch een nieuwe taal ontstaat. Wat Budé de kauwgom toedicht, is weinig verrassend en komt niet verder dan dat de kauwgom alles op straatniveau voorbij ziet komen en ervaart.

Overtuigender is het gedicht ‘Anonieme kat, drijvend in drinkbak op Morgan Ranch’. Hoewel de kat net als de kauwgom niet echt tot leven komt, is dat in dit geval functioneel. In dit gedicht wordt duidelijk dat het verlangen van de dichter zich te vereenzelvigen met zijn onderwerp belangrijker is dan of hij daar al dan niet in slaagt. De dode kat denkt, spreekt of veroorzaakt deze slotregels: ‘Dat nooit meer iets voorbijgaat,/ spiedend in het gras ik ergens/ heengebracht – het ergste dat. ‘

De kat zwijgt. De kauwgom is weggevaagd. Hier is eindelijk de dichter aan het woord. Maria Barnas

mailIcon print | |