*

 
dossier

Archief

Nederland gaat vlijtig sparend ten onder

Ad Kolnaar e.a. − 24/03/06, 00:00

Door het regeringsbeleid en de recente voorstellen van het CPB nemen de besparingen in Nederland toe en verdwijnen miljarden naar het buitenland....

Nederland laat elk jaar 35 miljard euro liggen. Het is het spaargeld datwe samen verdienen maar niet uitgeven. Ten onrechte wordt nagelaten datgeld in te zetten voor bijvoorbeeld het opvangen van de lasten van devergrijzing. Er is sprake van een merkwaardige, scheve situatie. Er wordtveel bezuinigd door de overheid. De burger moet op vele fronten inleveren.Het argument is steevast geldgebrek. Tegelijkertijd blijft de som onbenutgeld, het nationale spaaroverschot, groeien. Dit valt niet te rijmen. Jekunt niet en massa's geld overhouden en suggereren dat er eenfinancieringsprobleem is. Er moet iets mis zijn met het beleid.

Het gaat om meer dan wat alle Nederlanders jaarlijks afdragen aaninkomstenbelasting, aan vennootschapsbelasting of successierechten. Het isook meer dan onze jaarlijkse uitgaven voor de gezondheidszorg. Slechts eenfractie zou voldoende zijn om inkomensderving wegens de invoering van hetnieuwe ziektekostenstelsel of de energiekosten tegen te gaan.

Zou het geld volledig aan de burgers worden gegeven, dan zouden hunconsumptieve uitgaven met zo'n 15 procent kunnen stijgen. Zou de overheidhet helemaal opnemen dan kunnen de collectieve uitgaven (milieu, onderwijs,veiligheid, infrastructuur et cetera) ruim 25procent hoger zijn. Daarbijis sprake van een structureel gegeven. Ieder jaar houdt Nederland eendergelijk groot en groeiend bedrag over. Ieder jaar zou het dus weer kunnenworden ingezet voor ons eigenbelang. Merkwaardig is het dat het CPB ook inzijn recente publicatie over de vergrijzing weer aan dit grotespaaroverschot voorbijgaat. Toch is het bedrag eveneens groot genoeg om erde totale kosten van de vergrijzing mee te dekken. Er bestaat in Nederlanddus geen financieringsprobleem in verband met die vergrijzing.

Wegens het ontbreken van binnenlandse mogelijkheden wordt hetovertollige spaargeld belegd in het buitenland. Daar levert hetrente-inkomsten, dividenden, et cetera, op. Maar dat geldt ook als het inNederland zou worden belegd. Wel zijn buitenlandse beleggingen veelriskanter. We zouden beter af zijn door met die spaargelden de Nederlandseeconomie te versterken. Nu blijven veel nuttige investeringen achterwege.

De reden van het grote spaaroverschot ligt voor een groot stuk bij onspensioenstelsel. Des te opvallender is het dat de CPB-studies over devergrijzing hieraan geen aandacht schenken. In tegenstelling tot anderelanden sparen wij voor de oude dag. Met deze besparingen worden vermogensgevormd. Deze zijn nodig als dekking voor de pensioenverplichtingen,waarbij verplichte dekkingsgraden gelden. De pensioenfond-sen beleggen dievermogens. De vereiste vermogensgroei wordt gefinancierd uit de besparingenvan de fondsen, dat zijn de saldi van de premie- en rentebaten en deuitgaven. Om die vereiste besparingen gaat het. Zij mogen niet wordengebruikt om de pensioenen te verhogen of de premies te verlagen. Zij moetenook worden herbelegd. Beleggen kan bijvoorbeeld in aandelen of instaatsobligaties. Het geld wordt dan uitgeleend en daarvoor wordt eenvergoeding betaald. De belegger krijgt in plaats van zijn geld eenwaardepapier. Dat kan hij later weer te gelde maken.

Als eerste gegadigde voor de belegging van de besparingen dient zich hetNederlandse bedrijfsleven aan. Maar dat heeft lang niet al onze nationalebesparingen nodig. Vervolgens zou de collectieve sector ze kunnen inzettenvoor nuttige zaken als belastingverlaging en/of uitgavenverhoging van deoverheid, dus als financieringsbron voor tekorten. De voorzieneuitgavenstijging door de vergrijzing (de AOW en de zorg) kan zo wordenbetaald. Door dat niet te doen, laat de overheid veel leencapaciteitonbenut. De burger wordt verplicht tot besparingen, maar er wordt niets meegedaan. Zo ontstaat het spaaroverschot.

Per definitie vloeit dit naar het buitenland. De eis blijft dat deverplichte besparingen van de pensioenfondsen worden belegd. Kan dat niethier dan moet het elders. Maar dan missen we de kans om het in onzeeconomie en in ons belang aan te wenden. Dat kan slechts door het hier tebeleggen. Met name bij de overheid.

Er is daarbij een kardinaal verschil tussen financieren van collectieveuitgaven met belastinggeld of met lenen. Het belastinggeld ben je kwijt:daar krijg je geen waardepapier voor terug. Dat is bij lenen anders.Daarmee is lenen - uiteraard binnen de grenzen van de nationaleleencapaciteit - voor de burger echt een aantrekkelijker optie dan hetbetalen van belasting. Een overheid die weigert het landelijkespaaroverschot te gebruiken en wel fors belasting heft, neemt de burgersbij de neus. En dat gebeurt nu.

Het CPB maakt het nog iets erger. Het pleit voor eenfinancieringsoverschot bij de overheid, om de staatsschuld af te lossen.Dan neemt het nationale spaaroverschot nog verder toe. Wat daar de zin vanis, is een raadsel. De burger moet van het CPB ook nog eens belastinggeldbetalen waar de overheid niets mee doet. Met zo'n beleid wordt elkeregering afgestraft door de kiezer, en terecht.

Zou de overheid het geld wel lenen, dan moet er rente worden betaald.Maar voor de nationale economie is dat vestzak-broekzak. De overheidbetaalt rente aan de fondsen die dat geld moeten herbeleggen, teruglenenaan de overheid. Mits dat binnen redelijke grenzen blijft, dus binnen deruimte van de leencapaciteit, en mits we ons pensioenstelsel handhaven, kandat doorgaan tot het einde der tijden.

Er worden vaak formele argumenten aangevoerd om het spaargeld niet tegebruiken. De overheid is gebonden aan Europese afspraken. Volgens hetGroei- en Stabiliteitspact mag het tekort niet hoger zijn dan 3 procent vanhet nationaal inkomen en moet worden gestreefd naar een overschot. Dit methet oog op een sterke euro.

Het pact berust helaas op een vergissing. Niet een tekort van eenoverheid, maar een tekort of overschot van een land, het nationalespaaroverschot dus, is bepalend voor de positie van de munt. Binnen demuntunie geldt dat voor alle landen samen. Nederland met zijn groteoverschot levert een onevenredig grote bijdrage aan de euro. De bedoeldeEuropese regels druisen in tegen het nationaal belang en berusten op eenmisvatting. Niet het financieringssaldo van de overheid maar het nationalespaaroverschot, dat is het exportoverschot, van de eurolanden had aannormen moeten worden gebonden. Zolang dat niet het geval is, moeten we nietinstemmen met de Europese Grondwet.

Het huidige beleid staat los van de landelijke realiteit en moet dus om.In de eerste plaats moeten de politiek en het CPB het feitelijk bestaan vanons grote spaaroverschot niet langer negeren. Vervolgens moet wordenbesloten hoe we het aanwenden. Het belang van de burgers dient daarbijvoorop te staan. Die zijn nu het kind van de rekening. Enerzijds lopen zijnlasten op, onder meer door de vergrijzing. Anderzijds wordt nagelaten devoorhanden mogelijkheden te benutten om die lasten aanzienlijk teverlichten. Als we zo'n onbegrijpelijk en fout beleid blijven volhouden,wordt vergrijzing een probleem. Dat hebben we dan wel aan onszelf tewijten.

mailIcon print |