Paul Hartman was een kleine crimineel met pech. Een mislukte cocaïnedeal werd hem in 2004 fataal. Het politiedossier over zijn liquidatie biedt een inkijkje in de schimmige wereld van de internationale drugshandel....
Als crimineel was Paul Hartman toch een beetje een loser. Zijn handeltje in grondstoffen voor xtc-pillen leverde weinig op. Rondkomen van een WAO-uitkering en een nabestaandenpensioen lukte ook niet helemaal. Bij zijn broer moest hij af en toe wat geld lenen. Hij reed in een aftandse, bronskleurige Mercedes, waarop de woorden ‘Ik heb een uitkering’ waren gekrast.
Hartman, een volgens vrienden gemoedelijke man die moeilijk alleen kon zijn, was door het leven niet altijd goed bedeeld: een gehandicapte zoon, een kapot huwelijk, een gevangenisstraf in Zweden, keelkanker. Het had de bijna tandeloze vijftiger alleen even meegezeten toen hij in de Zweedse gevangenis een relatie kreeg met een bewaarster.
In 2004 werd hem gevraagd te bemiddelen in een grote cocaïnedeal. Het kon wel om tweeduizend kilo gaan. Elke kilo zou hem duizend euro opleveren: dit werd zijn grote slag. Maar op 15 november van dat jaar werd zijn lichaam gevonden door een hond. Het lag tussen de bomen van een evenemententerrein bij Halfweg en werd pas twee dagen later geïdentificeerd: Paul Hartman uit Heerhugowaard, met een nekschot gedood.
De politie kende hem uit onderzoeken naar drugshandel. Daarom werd meteen gedacht aan een ‘liquidatie in het criminele circuit’. De recherche van de regiopolitie Kennemerland begon een grootschalig onderzoek. Maandenlang waren de speurders bezig de wereld rondom Hartman te ontrafelen.
Uiteindelijk slaagden de Haarlemse rechercheurs erin de liquidatie op te lossen. Het politiedossier geeft een beeld van de snoeiharde, immorele mensen met wie hij zich inliet. De vrienden van vandaag zijn de vijanden van morgen.
Het laatste verhaal van Paul Hartman, de gebeurtenissen die leiden tot zijn ondergang, begint in september 2004 als een Amsterdamse kroegbaas, die Geer wordt genoemd, en een Turk, die bekendstaat als Mo, de mogelijkheid van een drugsdeal bespreken. Een paar weken later kunnen ze een groep Colombianen in contact brengen met een Engelse bende die 34 kilo cocaine wil afnemen. De uit Liverpool afkomstige criminelen verblijven in Spanje.
Paul Hartman, de kleine boef die vanwege zijn ziekte geen vast voedsel verdraagt, wordt gevraagd de zaak in Madrid tussen de uitgekookte beroepscriminelen te beklinken. Een indrukwekkende lijfwacht zal hem vergezellen. Hartman, de schlemielig ogende kankerpatiënt, ziet vooral het geld glinsteren en denkt niet aan de risico’s.
Half oktober ziet Hartman toe hoe door de handen van de Colombianen een bedrag van ruim acht ton aan bankbiljetten gaat. Een Engelsman keurt de de cocaïne. Beide partijen zijn tevreden. De deal is rond. Een behulpzame Colombiaan brengt de in dozen verpakte drugs met de lift naar de auto van de Engelsen. Maar onderweg doet hij een wisseltruc. In plaats van de coke nemen de Engelsen 34 kilo plafondplaten mee. Het bedrog wordt pas ontdekt als de Colombianen de flat hebben verlaten. Spoorloos.
Woedend bellen de Engelse afnemers Hartman op. Ze stellen hem verantwoordelijk voor de ripdeal. In paniek vlucht ‘Scarface’, zoals ze hem noemen, met zijn lijfwacht naar Nederland. Daags erna probeert Hartman in het afgelegen Emmen met een vriend en de bodyguard te bedenken hoe ze in godsnaam voor de Engelsen 800 duizend euro kunnen verdienen. De lijfwacht vertelt dat de Engelsman die de coke testte, is ‘opgeruimd’. Het bevordert hun gemoedsrust niet. Hartman duikt onder. De lijfwacht verdwijnt ook. Kroegbaas Geer voelt zich evenmin ontspannen. In gedachten stelt hij zich voor hoe de Engelsen bij hem verhaal halen. Hij huurt de breedgeschouderde Joegoslaaf Bernard S. in om zichzelf te beschermen en het gevlogen tweetal te traceren.
Bernard S., meestal Bob genoemd, staat bij de politie bekend als geweldpleger – vuurwapengevaarlijk, gebruiker van harddrugs. Samen met twee freefighters int Bob geregeld criminele schulden. Om de ernst van de zaak duidelijk te maken, valt daarbij weleens een klap. Ook komt het voor dat ‘incasso-Bob’ schuldenaars gijzelt om hun wanhopige familie te dwingen het vereiste bedrag te betalen.
Als Bob op zoek is naar Hartman, krijgt Geer inderdaad in zijn café bezoek van twee Engelse gedupeerden. Ze zetten hem herhaaldelijk een pistool tegen het hoofd. Ook krijgt de kastelein een pak slaag. Hij is hun acht ton schuldig, zeggen ze. Maar als hij Scarface uitlevert, is hij uit de problemen.
Hartman weet niet hoe Geer onder druk is gezet. Hij vertrouwt hem, en denkt dat de kroegbaas wel iets kan regelen met de Engelsen. Op zaterdag 13 november treffen ze elkaar in een restaurant in het Noordhollandse Watergang. De sfeer is gespannen.
‘Door jou heb ik een hoop last gehad’, begint Geer tegen Hartman. ‘Wat is er nou gebeurd?’
‘Het was heel hectisch in Spanje’, stottert Hartman. Volgens hem heeft de lijfwacht de boel geflest. Maar Geer pikt het niet dat Hartman de schuld van het fiasco in de schoenen van een ander schuift.
‘Jij gaat hier niet weg’, beveelt hij Hartman, ‘jij gaat met de Engelsen praten.’
Hartman is bereid met Geer mee te rijden naar zijn café in Amsterdam-Oost. Meteen belt Geer met de Engelsen om te zeggen dat hij Scarface heeft, maar tot zijn verrassing krijgt hij opdracht Bob te bellen: de Joegoslaaf blijkt te zijn overgelopen naar de Engelse bende. In Geers café wordt Hartman opgewacht door Bob, zijn freefighters en de Turk Mo. Bob slaat hem. Dertienduizend euro, geld dat hij aan de transactie in Madrid overhield en aan de Engelsen wilde geven, wordt hem afgepakt.
Er volgt een discussie over de plek waar Hartman moet worden vastgehouden, totdat de Engelsen uit Spanje zijn overgekomen. Bob stelt voor hem op te sluiten in de kelder van het café, maar Geer verzet zich. Volgens hem is het de afspraak dat incasso-Bob Hartman overneemt.
Daarop vertrekken Bob en zijn vrienden met Hartman naar een hotel in Vinkeveen. ‘Alles ging vrijwillig en gemoedelijk’, verklaart een van de freefighters later voor de rechter. Terwijl Hartman en Mo bij de receptie een vijfpersoonskamer boeken en contant betalen, schuifelen Bob en de freefighters via de achterkant ongezien het hotel binnen. De volgende ochtend boekt Hartman kamer 211 voor een extra nacht.
De hele zondag hangt er een bordje aan de deurknop: niet storen. Tijdens hun verblijf drinkt het gezelschap twee flessen Bacardi van 140 euro per stuk. Ook wordt een kratje colaflesjes leeggedronken. De mannen ontbijten niet. De roomservice brengt wel drie uitgebreide ‘wok en roll’-menu’s.
Een schoonmaker zou later zeggen dat hij nooit zo’n rommelige kamer had gezien. Overal lagen de lege colaflesjes. Een van de freefighters zegt naderhand ‘erg om Hartman te hebben gelachen’.
Op zondag 14 november, ’s avonds om een uur of zes, wordt Hartman overgedragen aan twee Engelsen. Mo gaat mee. Om met zijn maten de goede afloop te vieren, bestelt incasso-Bob met het gestolen geld van Hartman drie Russische escortdames. Laat op de avond vertrekt hij alleen naar een ander hotel, om met een Chinees hoertje de nacht door te brengen.
De volgende middag ligt Hartman op zijn buik in het recreatiegebied Spaarnwoude bij Halfweg. Dood.
Voor de andere betrokkenen bij de mislukte drugsdeal blijken met Hartmans liquidatie de problemen niet opgelost. Zo komt ook café-eigenaar Geer weer in beeld voor het aflossen van Hartmans schuld. Dat had hij kunnen weten. Incasso-Bob werkt voor de duidelijkheid altijd met de tekening van een piramide: als iemand op het hoogste punt niet aan zijn verplichtingen voldoet, wordt het geld verhaald op de mensen eronder.
Wekenlang wordt Geer bedreigd door Bob. De kroegbaas krijgt klappen; de Joegoslaaf belaagt ook personeel en klanten. Hij slaat met barkrukken de inventaris van het café aan diggelen. Een door Geer ingehuurde portier kan dat niet voorkomen. Hij kent Bob en telt zijn knopen.
Rond de jaarwisseling staat het water Geer tot aan de lippen. Hij sluit zijn café en zet het te koop. Maandenlang komt Geer zijn huis niet uit. Alleen daar zegt hij zich veilig te voelen, Maar ook daar komt Bob langs en mishandelt hem.
In februari 2005 gaat de recherche over tot aanhoudingen. De politie pakt Bob en de freefighters bij de gijzeling van een schuldenaar. Een arrestatieteam valt bij Mo binnen. Ook Geer wordt aangehouden.
De Spaanse politie pakt de Engelsman Mark M. op. Volgens de Haarlemse recherche is er voldoende bewijs dat Hartman door M. uit het hotel is meegenomen en gedood.
Vier verdachten, onder wie Mo en incasso-Bob, worden wegens hun betrokkenheid bij de zaak veroordeeld tot gevangenisstraffen van zeven tot elf jaar. Geer moet voor zijn rol bij de dood van Hartman twintig maanden zitten. De Brit Mark M. krijgt 3,5 jaar voor de gijzeling, maar wordt vrijgesproken van de moord op Paul Hartman. Justitie, die tegen hem zestien jaar cel had geëist, is tegen de uitspraak in hoger beroep gegaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.