*

 
dossier

Archief

Zoltan Lantos laat nieuwe snaren resoneren

Ton Maas − 19/05/03, 00:00

De stichting Karnatic Lab - het studiehuis voor de ontmoeting van westerse en Zuid-Indiase muziek - heeft haar vierde seizoen afgesloten met een festival op drie locaties in Amsterdam....

Het optreden van Bhedam had veel weg van een tripartiet overleg, met op een verhoging B.C. Manjunath en Udayraj Karpur, twee Indiase percussionisten uit Bangalore, rechts daarvan keurig op een rijtje vijf muzikanten uit Nederland, en links aan de vleugel de Franse avantgardepianist Benoît Delbecq.

Die was speciaal voor dit optreden uitgenodigd, maar echt uit de verf kwam hij in deze setting niet. Composities kwamen tot klinken van rietblazer Tobias Klein, violist Oene van Geel, basgitarist Mark Haanstra en fluitist Ned McGowan.

Aan talent, inzet, techniek en muzikaliteit geen gebrek, maar het contrast met Madras Special, de groep die na de pauze optrad, maakte duidelijk dat het bestuderen van een exotische traditie nog niet hetzelfde is als het leven in die traditie.

Waren het bij Bhedam de beide Indiase trommelaars die uiteindelijk de meeste indruk maakten in een onnavolgbaar vocaal duel, met als wapentuig de karnatische slagwerkinstructietaal konakol - bij Madras Special werd de show gestolen door twee buitenlanders die India tot hun tweede vaderland hebben gemaakt: de inmiddels tachtigjarige Amerikaanse saxofonist Charlie Mariano en de Hongaarse violist Zoltán Lantos.

Lantos heeft niet alleen de ziel van de Indiase muziek geassimileerd, hij heeft ook een viool laten bouwe' die naast vijf speelsnaren voorzien is van zestien resonantiesnaren.

Deze sarangini (een naam die is afgeleid van sarangi, de klassieke Indiase knieviool) heeft de zangerige klank die we kennen van de sitar. Het quasi-tastende intro van Yellow Rain, een compositie van Lantos die ook zangeres Sandhya Sanjana inspireerde tot improvisatorische hoogstandjes, was de opmaat tot een meeslepend hoogtepunt.

mailIcon print |