Alsof er niet al genoeg vaste waarden onder druk zijn komen te staan, het afgelopen jaar, is er stilletjes een revolutie gaande in de Hollandse spruitenteelt....
Weg met de bitterheid, is daarbij het motto. Dat maakt consumptie een stuk makkelijker, met name voor kinderen. 'Het stimuleert de herhalingsaankopen', zegt Nico van Vliet, productmanager bij Syngenta Seeds, dat het afgelopen jaar de Abacus lanceerde.
Het gaat hem niet om een hoger marktaandeel, zegt hij. Syngenta zit al op 80 procent. 'Maar de doelgroep vergrijst. Daar willen we wat aan doen, door de consumenteneigenschappen van de spruit aan te passen.'
Bijkomend voordeel is dat het nieuwe ras al vroeg te oogsten is, begin september. 'Een soort primeurspruit', zegt Van Vliet. Wanneer spruitrassen vroeg worden geoogst, dan bleken die vaak slecht van smaak. Met als gevolg dat de consumenten, na zo'n vroege spruitjesmaaltijd, drie maanden lang geen spruit meer aanraakten. 'Dat is zonde.'
Ook hoeft de vorst er niet eerst overheen, om de spruiten beter van smaak te maken. Tijdens een nacht vorst wordt het zetmeel in de spruiten deels omgezet in suiker, dat als een soort anti-vries fungeert, zegt Hans-Peter Versluis, van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) in Wageningen. 'Deze nieuwe spruiten zijn al zoeter en hebben die vorst dus niet nodig.' Zelf vraagt hij zich af of zoete spruiten wel zo veel lekkerder zijn. 'Maar ze zullen wel een breder publiek aanspreken.'
Bovendien gaat de Abacus-spruit, nadat hij van de stam is afgesneden, langer mee dan conventionele rassen: acht dagen in plaats van vier. 'Dus duurt het langer voor ze bruine kontjes krijgen', zegt hij. Dat betekent dat de supermarkt ze langer in de groentebakken kan laten liggen met een goede presentatie.
Maar smaak is het belangrijkste. Een Wageningse promovendus, nu in dienst van Syngenta, ontdekte de stoffen die de bitterheid van spruiten bepalen. Met een slimme formule vertaalde hij de concentraties van die stoffen in een soort bitterheidsschaal, zegt Van Vliet. 'Laat ik de spruit anno 1990 als basis nemen. Die zat op honderd. De huidige rassen zitten gemiddeld op tachtig, de Abacus op zestig.'
Dankzij de bitterheidsschaal kan Syngenta bij voorbaat vrij nauwkeurig voorspellen welke smaak een nieuw ras zal krijgen.
Dat moet ook wel, zegt Van Vliet. 'Het duurt wel tien jaar om een nieuw ras te ontwikkelen. je kunt je niet veroorloven dat de smaak heel anders wordt dan verwacht.'
Dat proces heeft, voor de goede orde, overigens niets met genetische manipulatie te maken, zegt hij. 'Wij doen het op de traditionele manier. De voordelen van genetische veredeling zijn niet zo groot, en de consument zit er niet op te wachten.'
Hij heeft de Abacus op kinderen en onafhankelijke smaakpanels getest, en die reageerden positief. 'Daaruit blijkt dat consumenten inderdaad graag niet-bittere spruiten willen.'
Kan wel zijn, maar is dat gezond? Bitter in de mond, maakt het hart gezond, citeert een culinaire website met instemming een oud-Hollandse wijsheid. Klopt, zegt Leon Jansen, toxicoloog bij het Voedingscentrum in Den Haag. 'Sinigrine, de belangrijkste bitterstof in spruiten en andere kool, is een gezonde stof. Het stimuleert enzymen die schadelijke chemische stoffen afbreken', zegt hij. Wat de kans op bijvoorbeeld kanker reduceert.
Daar staat tegenover dat de nieuwe spruiten, zelfs gekookt, een hoge dosis vitamine C bevatten, zegt Van Vliet. Drie keer zoveel als een sinaasappel.
Verder, zo bleek uit testen bij het PPO in Wageningen, is de Abacus mooi helder lichtgroen. Minpuntje volgens Versluis van PPO, is dat ze iets gladder zijn dan andere spruitrassen. Ander minpuntje, voor de telers: de stam van de spruitkool is minder stevig.
Maar dat maakt hem weinig uit. Hij houdt van spruiten, zegt hij. 'Mijn tip: spruiten met satésaus. Spruitjeslucht zal nooit meer hetzelfde zijn.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.