*

 
dossier

Archief

Zakenman streed tegen sociale traagheid

Nico Goebert − 10/10/03, 00:00

Hij was de man achter het herstel van de Nederlandse industrie. De commissie-Wagner bracht in 1981 een mentale revolutie teweeg....

Het was vloeken in de kerk. De aanbevelingen van de commissie-Wagner zijn nu gesneden koek, maar in de gepolariseerde wereld van juni 1981 werd het rapport Een Nieuw Industrieel Elan in linkse kringen omschreven als een 'poging tot een staatsgreep'. Vooral vermoedelijk omdat de voorzitter van het roemruchte gezelschap jarenlang aan het hoofd had gestaan van olieconcern Shell, de verwerpelijkste van alle multinationals, het symbool van het kapitalistische kwaad.

Loonmatiging, loslaten van de automatische koppeling van uitkeringen en ambtenarensalarissen, verlaging van het financieringstekort, stopzetten van de steun aan noodlijdende bedrijven, maar stimulering van kansrijke sectoren - het zijn nu nog deels actuele, maar in ieder geval geen opzienbarende stellingen meer. De aanbeveling dat studenten en scholieren moeten worden opgeleid voor een baan en niet voor een uitkering, is dat evenmin.

Toch schoof het ongelukkige en kortstondige kabinet Van Agt-Den Uyl het rapport van Wagner meteen van tafel. Nederland was begin jaren tachtig nog niet ontvankelijk voor de boodschap. De economie zat gevangen in zwaar bevochten automatische afwentelingsmechanismen als de koppeling, waardoor het bedrijfsleven gesmoord werd en de werkloosheid opliep tot tegen het miljoen.

'De wet van de sociale traagheid', noemde Wagner dat. 'Niemand kwam er doorheen', zei hij later. 'De mensen waren er niet rijp voor. We gaven uit wat we niet verdiend hadden. Wim Kok zag het, een man van groot kaliber, maar was toen niet vrij. En Den Uyl vond dat-ie niet te vaak gezien kon worden met mensen als ik.'

Maar de nieuwe premier Lubbers maakte het rapport tot een integraal onderdeel van het regeringsprogramma van zijn nieuwe kabinet. Links Nederland gaf zijn verzet op, ook al omdat Wagner heel slim de vakbondseconoom Piet Vos en PvdA-coryfee Vredeling voor zijn commissie had weten te strikken.

Bovendien, zei Wagner later, bleek de analyse van zijn commissie aan te slaan bij de bevolking. 'De grote werkloosheid kristalliseerde het gevoel dat we met het sociaal-economische beleid op het verkeerde spoor zaten. Niemand kon zeggen: dat raakt mij niet.'

Maar de verbazingwekkende weerklank die het rapport-Wagner kreeg, had ook alles te maken met de persoon van de voorzitter.

CDA'er Gerrit Wagner, Nederlands Hervormd, was in zijn ruim dertig jaar lange loopbaan bij Shell voor het grote publiek onzichtbaar gebleven, maar werd als 65-jarige alsnog een bekende Nederlander.

In de vroege jaren tachtig was de gewezen Shell-topman - hoewel hij nog tot 1987 president-commissaris bleef bij het olieconcern - niet van de beeldbuis af te slaan. Hij bleek een natuurtalent. Een geboren communicator. Zelfbewust en resoluut, maar ook charmant en relativerend. 'Een zakenman-diplomaat', zo typeerde Lubbers hem in 1989. 'Met een erg dikke streep onder diplomaat. Zorgvuldig behoedzaam, toch wel helder, maar niet de indruk van een Draufgänger. Geen extreme man, heel rustig.'

Wagner bleek de juiste man op het juiste moment. De jaren vanaf 1971 tot 1977 waarin hij bij Shell aan de top zat hadden hem meer gevormd dan hij later wilde toegeven. Hij gaf leiding aan het olieconcern in een uiterst woelige periode met twee oliecrises en een niet aflatende stroom kritiek op de aanwezigheid van Shell in Zuid-Afrika.

De eerste oliecrisis van 1973 en 1974 omschreef hij later als een 'traumatische' ervaring. 'Het was een totale revolutie op energiegebied met onvoorzienbare consequenties. Voor mij een dieptepunt, maar ook een hoogtepunt van verantwoordelijkheden.' Uiteindelijk vielen de gevolgen nogal mee, zoals Wagner trouwens zelf voorspeld had: 'Het gaat wel weer over.'

Evenzeer laconiek, maar niettemin onbuigzaam, reageerde hij op de kritiek op de aanwezigheid van Shell in Zuid-Afrika tijdens de Apartheid. Wagner weigerde toe te geven aan de roep te vertrekken. 'We hadden enorme verplichtingen in dat land. Maar laten we eerlijk zijn: we zijn er nooit als zendelingen naartoe gegaan, we wilden er gewoon geld verdienen. Op een behoorlijke manier.'

Maar een geharnaste kapitalistische ijzervreter was hij niet. Van uit de VS overgewaaide uitwassen moest hij niets hebben. 'Salarissen van tien, twintig, dertig miljoen gulden in bedrijven die soms ook nog met verlies draaien noem ik obsceen.'

Gerrit Wagner vond wel dat het bedrijfsleven zich moest laten horen. Ook als dat niet op prijs werd gesteld. 'Men kan mij verwijten: die Wagner heeft een goed inkomen en een goed pensioen - die heeft makkelijk praten. Dat is waar, maar daarom hoef ik mijn mond niet te houden.'

mailIcon print |