Twee jaar lang volgde ze de Commissie voor Waarheid en Verzoening, een podium voor daders en slachtoffers van de apartheid....
Antjie Krog heeft een omslachtige verhouding met taal. Hoewel ze Afrikaanssprekend is, stond ze erop dat haar laatste boek, A Change of Tongue (Random House), in Zuid-Afrika alleen in het Engels werd uitgegeven – omdat ze buiten haar eigen taalgemeenschap gelezen en begrepen wil worden. Maar omdat ze haar eigen Engels ontoereikend vond, schreef ze het boek in het Afrikaans en werd het door haar zoon vertaald.
Ook voor interviews heeft ze regels. Als we elkaar treffen in een vergane glorie-hotel in Johannesburg, begint ze in rap Afrikaans. Tot het moment waarop de opnameapparatuur aanflitst. 'Nu ga ik in het Engels praten', waarschuwt ze, 'want ik heb nare ondervindingen met Nederlandse journalisten. Ze denken dat ze me begrijpen, en ik denk dat ik hen begrijp. Maar als ik het dan lees, denk ik: we waren niet bij hetzelfde interview.'
Engels is dan ook de volgende anderhalf uur de voertaal, doorspekt met Afrikaans en de nodige vloeken, want ondanks haar faam als dichteres schuwt ze krachttermen niet.
Met A Change of Tongue heeft Antjie Krog een oncategoriseerbaar boek geschreven, iets waar de Zuid-Afrikaanse schrijvers inmiddels patent op hebben; J. M. Coetzees verzameling 'lessen' in Elizabeth Costello ligt vers in het geheugen. 'Misschien vinden we het moeilijk om de waarheid te doorgronden in dit land', zegt Krog. 'Je herkent de waarheid niet, of je bent te veel gevormd door het verleden, of je weet dat er andere gezichtspunten zijn. Dus we hebben allemaal iets van: ”fuck, we weten het niet”.'
Een begrijpelijke uitspraak voor iemand die vanaf 1996 twee jaar lang de werkzaamheden volgde van de Commissie voor Waarheid en Verzoening, waar daders en slachtoffers van de apartheid hun verhaal kwijt konden. Ze woonde ontelbare hoorzittingen bij, realiseerde zich steeds meer hoe eindeloos gelaagd de Zuid-Afrikaanse samenleving is, met in elke laag verschillende waarheden.
Om recht te doen aan de Zuid-Afrikaanse complexiteit heeft ze zich met A Change of Tongue begeven in het schemergebied van fictie, essay, biografie, journalistiek, poëzie, reportage, afgewisseld met surrealistische intermezzo's. Het is een intense zoektocht naar de veranderingen in Zuid-Afrika, bijna tien jaar nadat Nelson Mandela tot president werd gekozen. 'Na de Waarheidscommissie kreeg ik steeds de vraag hoe het nu ging in Zuid-Afrika. Gaat het beter? Zijn de mensen veranderd? Ik had al over dat thema geschreven. En je hoorde steeds hetzelfde. De blanken zeiden dat alles veranderd was, terwijl de zwarten zeiden dat er niets veranderd was. Het was allebei niet waar. Maar ik begon me af te vragen waarom er twee zulke tegenstrijdige gezichtspunten bestonden.'
Het boek heeft Krogs non-descripte geboorteplaats Kroonstad in de Vrijstaat-provincie als microkosmos, als fysiek en emotioneel onderzoeksterrein, als plek voor deconstructie. Oorpronkelijk wilde ze zes essays schrijven over de verschillende aspecten van de veranderingen. Maar al snel werd ze ambitieuzer. Haar eigen jeugd werd erin verwerkt, haar relatie met haar moeder en grootmoeder. Ze verplaatste zich in verschillende personages. Het boek groeide alle kanten op. 'Eergisteren zei ik nog dat het non-fictie is. Maar morgen zal ik beweren dat het volledig fictief is', lacht ze.
Nachtenlang lag ze wakker van wat de mensen haar allemaal vertelden, en hoe dat zou vallen. Want niemand windt er doekjes om. Veel citaten zijn politiek zeer incorrect. En Krog tekende het op, meedogenloos, zonder aanzien des persoons, allemaal om haar eigen verhaal te vertellen. 'Ik heb niet veel weggelaten. Ik hou geen rekening met de mensen. Dit boek heeft me ziek gemaakt. Iedere pagina was een beproeving. Ik leg mensen bloot. Iemand vertelde me iets in vertrouwen, en nu
staat het er.' Ach, zucht ze, misschien is ze te oud, misschien kan ze niet meer leven met wat ze schrijft. 'Het boek maakt me doodsbenauwd. Ik hoopte een raamwerk te scheppen waarbinnen de onverbloemde uitspraken context krijgen. Zodat de mensen zien dat het voortkomt uit angst. Ik wilde aan de kern raken.'
De waarheid, als die van blanke plattelanders komt, blijkt vaak racistisch: zwarten zijn lui en onbekwaam, en daarom is het een rotzooi in Zuid-Afrika. 'Wat ik denk te willen zeggen', vervolgt ze voorzichtig, 'is dat hoewel de Afrikaners racistisch klinken, er daaronder veel beweging is. De echte veranderingen hebben weinig te maken met statistieken. Hopelijk is mijn boek daar een weerslag van.'
Het onverholen racisme komt voort uit vrees. Er zit ook iets van wanhoop in, het onvermijdelijke en onomkeerbare einde van de Afrikaner plattelandsidylle met zijn dorpsplein, kerkje, verenigingen. Ineens was daar een invasie van 'de ander', die altijd koest, dom en arm was gehouden in zijn township. Het plotselinge samenleven vergde oneindige aanpassing – van beide partijen.
Illustratief voor de veranderingen is de scène waarmee het boek opent. Een atletiektoernooi in Kroonstad. Een zwarte scholier wint de race moeiteloos. Zowel het blanke als zwarte deel van het publiek juicht. Een verbaasde Krog vraagt haar buurman naar het waarom van het wederzijdse enthousiasme. 'De zwarten juichen omdat een zwarte jongen de blanken verslaat. De blanken omdat de zwarte winnaar naar een blanke school gaat en door blanken is getraind', zegt de blanke boer.
Daarna vertelt hij over de lange weg die beide partijen hebben moeten afleggen om tot een dergelijk redelijk georganiseerd atletiektoernooi te komen. Organisatie, spelregels, verkoop van hapjes en frisdrank, de zwarte invasie lapte alles aan haar laars. Het toernooi veranderde in een grote bende. Maar uiteindelijk ontstond er een soort modus vivendi.
Krog zucht. 'Je bent er en je kijkt, en je begrijpt het. En je stemt in met wat de blanke boer vertelt. Maar het moment dat je met zwarte mensen praat, verandert het perspectief, en dat is het mooiste en interessantste van Zuid-Afrika nu – het zwarte gezichtspunt. Ze laten dingen zien die je zelf nooit gezien hebt, die je niet kán zien omdat je blank bent.'
Ze geeft toe dat de fysieke aftakeling van Kroonstad onder zwart bestuur haar pijn doet. 'Een ramp. Er was goed onderwijs, het was vreedzaam, prachtig, en dat is allemaal aan het verdwijnen. Als we die tendens in de kleine steden niet keren, krijgen we enorme problemen. Maar aan de andere kant zie je dingen samenkomen. Afrikaners blijken veel Afrikaanser dan ze ooit hebben willen toegeven. De wijze waarop de ooit zo gesloten stad zich na de verkiezingen openstelde was ook bijzonder. En het feit dat er een nieuw soort leiderschap is gekomen.'
Op het gebied van integratie is Zuid-Afrika verder dan Nederland, lacht ze. 'Vroeger had je dat vreedzame, zelfgenoegzame liberale Europa dat tegen Zuid-Afrika zei: dit is verkeerd! Maar als ik nu naar Nederland ga en de reactie op de Turken en Marokkanen zie, doet het me denken aan Zuid-Afrika van tien jaar terug. Dat hele debat over Nederlandschap! Vragen als: moet je Nederlands kunnen praten om een echte Nederlander te zijn? Dat was altijd onze obsessie: wat is een Zuid-Afrikaan? Ek vind dit wonderlik.'
A Change of Tongue is een boek over inschikken, aanpassen, verzoenen en vergeven. Waar de Israëli's en de Palestijnen met raketten en zelfmoordaanslagen iedere vorm van toenadering in de kiem smoren, is Zuid-Afrika erin geslaagd wraak en bloedvergieten grotendeels te voorkomen.
Krog vertelt dat ze onlangs een conferentie over taal en geweld in Boston bijwoonde, mede georganiseerd door de Ben Gurion Universiteit. 'Je merkt dat wij onszelf heel anders zien en op totaal andere wijze met geweld omgaan dan de Israëli's. Ik denk dat wij het beter doen. Waarom? Alleen al vanwege de simpele reden dat je een beter leven wilt. Je hebt maar één leven! Hoe kun je dag in dag uit leven zoals in Israël? Je ziet ze op het vliegveld, die mannen met die krullen en die verdrietige dikke vrouwen, die hysterische kinderen, allemaal op weg naar huis . . .'
De Franse filosoof Jacques Derrida zei een paar jaar geleden tijdens een voordracht aan de Universiteit van Kaapstad dat vergeven alleen zin heeft als je het onvergeefbare vergeeft. Vergiffenis uit opportunisme is makkelijk en betekenisloos. Krog denkt na, weet niet zeker of wat ze nu gaat zeggen wel on record wil. 'De Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie was een van de eerste commissies zonder joodse leden. Ik realiseerde me het destijds niet, want ik denk niet in dergelijke termen. Maar toen het proces op gang kwam, werd ik me bewust van de stilte van de joodse gemeenschap over de Waarheidscommissie. Geen ontkenning, geen kritiek. Ze zijn blank.'
En toen kwam Derrida naar Kaapstad en joeg het zwarte deel van het publiek tegen zich in het harnas met zijn uitspraken over betekenisloze vergiffenis. De zwarte studenten voelden zich aangevallen, want de uitspraken van de joodse filosoof kwamen erop neer dat hun vergiffenis onmogelijk of opportunistisch was. Krog: 'Dan krijg je de joodse taal over de holocaust: je kunt het onvergeefbare niet vergeven, je kunt niet vergeven uit naam van de doden. En mijn zwarte collega zei: ”Ik kan dat wel, ik sta in contact met de doden. Ze spreken tot mij, ze zijn bij mij, dus waarom zouden wij niet namens hen kunnen spreken?”
Ze stopt even. Vertelt over de tendens die ze bespeurde in Boston, waar sommige joodse deelnemers niets van de Zuid-Afrikaanse situatie wilden weten, omdat de holocaust alles nullificeert. 'Een wedstrijd in pijn!', briest ze. Dan vervolgt ze: 'Zwarte Zuid-Afrikanen hebben het krachtigste voorbeeld gegeven van hoe we met het verleden moeten omgaan, het sterkste alternatief voor de holocaust. Maar ze krijgen geen credit omdat het een zwart concept is. Er wordt gezegd dat zwarten wel moeten vergeven omdat de blanken zoveel goede dingen voor hen hebben gedaan.'
Onzin, betoogt Krog, de vergiffenis is gebaseerd op Afrikaans humanisme. De essentie daarvan is het behouden van je menselijkheid. In het kort komt het erop neer dat een moordenaar zijn menselijkheid heeft verloren. Wraak betekent dat je zelf ook je menselijkheid verliest. Degene die vergeeft, helpt zowel de dader als zichzelf bij het herstel en behoud van die menselijkheid.
Maar de Zuid-Afrikaanse bereidheid tot vergeven en verzoening is niet eindeloos. De overgang mag dan soepel zijn verlopen, de natie blijft verdeeld in puissant rijk en extreem arm. Bijna nergens zijn de inkomensverschillen zo groot als in Zuid-Afrika. Buurland Zimbabwe biedt een angstwekkend toekomstscenario, met blanke boeren die massaal worden onteigend en een land dat razendsnel degenereert. 'Grook kak is coming', voorspelt een van Krogs geinterviewden.
Een Zimbabwe-scenario is een mogelijkheid, beaamt ze. 'Als de armoede niet wordt aangepakt, als niet iedereen profiteert van de nieuwe dispensatie, waarom zou je je dan aan afspraken houden? Het is een enorm gevaar. Als er een opstand van de armen komt, zal niemand beschuldigend naar de regering wijzen. De regering zal zeggen: het zijn de blanken, wij willen wel, maar zij hebben alles in handen. En dat zou niet eens helemaal gelogen zijn. Het zal via de huidskleur worden gespeeld.'
Is het boek een waarschuwing? 'Het is vooral een pleidooi. Naar de zwarten om te zeggen dat die blanken misschien racistisch klinken, maar tot veel bereid zijn. Want ze veranderen. Het is hopelijk ook een pleidooi naar de blanken: wat jullie als zwarte stommiteit en incompetentie zien, heeft te maken met een perspectief dat jullie moeten leren respecteren. Want er zit vaak een belangrijke kern van waarheid in . . .'
En dan moet ze weg, naar Pretoria, voor de volgende presentatie. 'Mooi bly!', roept ze rennend naar de auto, blij van dat Engels verlost te zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.