Het 'volk' stemt bij Nederlandse referenda bijna altijd tegen. Tegen de fusie, tegen de aanleg, tegen alles wat nieuw en onbekend is....
Hoeveel er precies zijn gehouden is onduidelijk. Het Referendum Platform houdt het op 115. Wel is duidelijk dat de uitkomst van referenda in bijna 90 procent van de gevallen een 'tegen' op levert.
Dit sterkt tegenstanders in hun opvatting dat ze alleen maar onvrede organiseren en – ongeacht het onderwerp – voedsel geven aan het sentiment dat bestuurders machtswellustelingen zijn die nooit naar burgers luisteren. Voorstanders van referenda destilleren eruit dat bestuurders vervreemd zijn van de bevolking of domweg slecht beleid ontwikkelen.
Deze visies gelden vooral voor referenda die door 'het bestuur' worden gehouden. Maar ook bij referenda die op initiatief van burgers worden gehouden, gaat het altijd om een (dreigend) overheidsbesluit en zegeviert meestal de tegenstem. Of er na een referendum wordt 'geluisterd' naar de stem van die meerderheid is lastig te achterhalen. Veel referenda brengen maar weinig stemgerechtigden op de been en dan blijft het de vraag in hoeverre 'het' volk werkelijk vindt wat de uitkomst van het referendum suggereert. Daarbij: referenda hebben in Nederland altijd een adviserend karakter, de Grondwet verbiedt een bindend referendum.
Het referendum over de Europese Grondwet is het eerste landelijke in Nederland. In alle 115 gevallen (volgens het Referendum Platform) ging het om gemeentelijke kwesties. In 1912 werd het eerste referendum gehouden. In driekwart van de gevallen ging het om een raadplegend referendum (de overheid nam zelf het initiatief) over gemeentelijke herindelingen.
Uit analyses kan worden opgemaakt dat dat onderwerp, het samenvoegen of opheffen van gemeenten, kiezers vaak raakt. Een opkomstpercentage van ruim boven de 50 is dan geen uitzondering. Toen Balgoy (nu gemeente Wychen) in 1977 een referendum hield over behoud van de zelfstandigheid kwam 97 procent van de kiezers op.
Het referendum over de Europese Grondwet zal niet kunnen tippen aan een dergelijk opkomstpercentage. Als Europese verkiezingen de graadmeter moeten zijn voor de belangstelling voor het onderwerp 'Europa' dan is woensdag een opkomst van nog geen 50 procent te verwachten.
De opkomst is bij Nederlandse referenda vaak zo laag dat het aantal tegenstemmers (al zijn ze ver in de meerderheid) te laag is om een raadsbesluit ongedaan te maken. Dat was in 1997 in Amsterdam het geval toen een referendum werd gehouden over de Noord-Zuidlijn. 65 Procent stemde tegen aanleg, maar de werkzaamheden zijn alweer jaren volop aan de gang, omdat het opkomstpercentage slechts 22 bedroeg.
Op 29 juni kunnen Groningers nog eens per referendum hun opvatting bekend maken. In dit geval over plannen voor de Grote Markt. Nog eerder zijn Utrechters aan de beurt. Zij mogen woensdag ook hun stem uitbrengen over koopzondagen. Het voorstel om verruimde openingstijden komt van het Utrechtse college van B en W. Bestuurders in Utrecht zijn dus voor. Onduidelijk is wat er in Utrecht met die uitkomst wordt gedaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.