*

 
dossier

Archief

Violist op sterk water

Peter Brusse − 02/04/05, 00:00

Jacques Holtman, op 11 maart op 71-jarige leeftijd overleden, werd op zijn twintigste violist bij het Concertgebouworkest, wilde snel meer uitdaging en zei toen hij op zijn 65-ste met een zucht van verlichting de viool aan de wilgen hing:'Eindelijk kan ik iets creatiefs gaan doen'....

Jacques Holtman, de enige overlevende van een drieling, werd in Tegelen geboren, in een gezin van tien kinderen, twaalf als je de twee vroeggestorven drielingzusjes meerekent. 'Ik heb voor drie geleefd', zei Jacques. Zijn vader, een arm en weerbarstig man, werkte als sigarenmaker in een fabriek, las door de Katholieke Kerk verboden boeken en speelde heel mooi viool. Ook twee zonen, Wiel en Jacques, bleken talent te hebben. Voor slechts een kind was er geld om te studeren. Jacques won na strootje trekken, zei hij, maar broer Wiel, die ouder was, zegt zijn vader te hebben overtuigd dat Jacques meer talent had.

Zo ging Jacques op zijn vijftiende naar het conservatorium in Amsterdam. Bij zijn einddiploma werd hij beloond met een viool van de gemeente. Stiekem sliep hij, bij gebrek aan onderdak, tussen de buizen in het ketelhuis van het conservatorium. Woongenot, luxe, roem waren aan Jacques niet besteed. Later op tournee in Tokio, Parijs en New York zat hij in dure hotels, maar hij sliep ook wel op straat, bang voor de deurwaarder die zich had aangediend omdat hij de blauwe enveloppen niet had durven openmaken, te enthousiast geld had weggegeven of te veel kunst gekocht. Muziek was zijn beroep, niet zijn leven. Filosofie, kunst, literatuur, 'het echte leven', boeiden hem net zo. Hij werd concertmeester van het Kunstmaandorkest, artistiek leider van het Rotterdams Philharmonisch orkest, medeoprichter van het Amati Kwartet, het HaTo Ensemble voor moderne muziek, maar hij speelde ook in het 'Orkest van de achttiende eeuw'. Hij nam in Rotterdam op staande voet ontslag, toen hij het met de interpretatie van de dirigent niet eens was. Jacques was te onrustig om ooit ergens lang blijven. On the Road van Jack Kerouac was een lievelingsboek. Ook zijn twee huwelijken waren geen succes. Voor zijn carrière moest alles wijken, ook al was die carrière hem door thuis opgelegd, 'mij was niets gevraagd.'

Van de vermoedelijk vijf kinderen van vijf verschillende vrouwen had Jacques alleen met zijn zoon Jan, uit het eerste huwelijk, contact. Jan Holtman, drummer en schilder, had zijn vader twintig jaar niet gezien, maar zocht hem weer op toen een jonge neef Noud Holtman in 1999 voor de VPRO de film Violist op sterk water maakte; een ode aan die bijzondere oom.

De familie overreedde de Verloren Zoon terug naar Limburg te komen. Hij ging naar Swalmen, waar de familie hem liefdevol en trots beschermde. In het café wilde niemand geloven dat hij een gevierd violist was die verre reizen maakte. Zijn afscheid was zoals alles abrupt: Een concert in de Hermitage in Sint Petersburg, in aanwezigheid van kroonprins Willem Alexander. Jacques droeg een Wibra-hemd.

Hij verkocht zijn violen en ging schrijven op velletjes papier, viltjes, alles wat hij tegenkwam en stopte het in een doos om het later te ordenen. De titel van het boek zou Op sterk water worden. Het ging over lotsbestemming en vrije wil: 'Mijn leven'.

mailIcon print |