*

 
dossier

Archief

Stoplichten regelen het eten

Door Marc van den Broek − 26/03/05, 00:00

Vet, vezels, calorieën, suiker: het moderne voedsel zit vol gevaren. Een systeem van rode, gele en groene etiketten kan aangeven van welke chips een mens niet dik wordt....

De supermarkt is een oerwoud geworden en boodschappen doen een overlevingstocht in de jungle.

Overal verrassingen en gevaren: 'Geen vet', 'suikervrij', 'vezelrijk', 'met vitaminen verrijkt', 'caloriearm', 'gezonde vetten', 'smulyoghurt', 'light mayonaise', 'magere melk'. Wat te kiezen en waar voorbij te lopen in het gevecht tegen de kilo's en een falend hart?

Uiteraard kan de overheid ongezond, vetmakend voedsel duur maken met een vettaks of desnoods verbieden. Maar uit de reacties op voorstellen over een belasting op calorierijk voedsel die vorige week zijn gedaan, valt op te maken dat de overheid niet snel korte metten zal maken met ongezond voedsel in winkel en snackbar.

Het moet dus anders. De Consumentenbond heeft zich het lot van de moderne jagers in de supermarkt aangetrokken. 'Het moet simpeler in de schappen', zegt campagneleider Gezonde Voeding Geraldine Huyssoon. 'Wij willen dat de fabrikanten zo spoedig mogelijk met kleurtjes op het etiket aangeven of een product bij voorkeur kan worden gebruikt, of dat het alleen met mate kan. En dan is er ook een middenweg.'

In de Consumentengids wordt al een tijdje gewerkt met dit systeem. Bij een test over voedingsproducten wordt behalve over smaak en prijs ook een totaaloordeel gegeven van het product. Deze deed de bond vorig jaar bij tussendoortjes, zoals krentenbiscuit, mueslireep en rozijnenkoek.

De verzadigde vetten, de transvetzuren en de calorieën bepalen of het product groen (voorkeur), geel (middenweg) of rood (met mate) krijgt. Het uitgangspunt is: wat we nu eten is niet goed. Producten die slechter zijn dan gemiddeld voor vet, vezels, calorieën en suiker, worden rood. Afhankelijk van de gewenste verandering is vastgesteld wanneer een product groen wordt. Voor verzadigde vetten is een vermindering van 30 procent nodig. Er moeten 25 procent meer voedingsvezels worden gegeten.

Van een productgroep worden de relevante criteria vastgesteld, meestal vetten en suiker, vezels, en uiteraard het aantal calorieën. Als een artikel op een van deze punten slecht scoort, komt het in de rode groep. Alleen artikelen die op alle punten groen scoren, krijgen dat groene predikaat.

Schappen

Een dergelijke indeling moet worden losgelaten op alle artikelen in de supermarkt. Per schap, zegt Huyssoon. 'Het heeft niet zoveel zin om koekjes te vergelijken met zuivel.' In de ideale winkel van de Consumentenbond loopt de klant langs de schappen en kan dan in een oogopslag zien welk koekje, welke kaas, welke zoutjes uit gezondheidsoptiek het beste zijn. Het logo, een driehoekje met drie horizontale vlakken waarvan er één een kleurtje krijgt, heeft de bond al klaar.

Nederland is niet het eerste land dat een dergelijk systeem zou krijgen. In Engeland experimenteert de grootste supermarktketen van het land, Tesco, sinds kort met het stoplichtsysteem. Vooralsnog geldt het Go Red, Amber, Green alleen voor het huismerk, zoals kant-en-klaar maaltijden, bakkerijprodukten en snacks.

'We hebben naar onze klanten geluisterd', zei Tesco-directeur Tim Mason bij de introductie. 'Die vinden etiketten verwarrend. De meeste klanten willen een bewuste keuze maken over wat ze eten. Veel mensen hebben geen tijd om de verpakking uitgebreid te bestuderen. Wij denken dat het opvallende verkeerslichtensysteem een eenvoudig, helder en eerlijk systeem is waarmee onze klanten een goede keuze kunnen maken.'

Ook in Engeland heeft de voedselautoriteit al een onderzoek gedaan naar een eenvoudig systeem om de consument veilig door de

te loodsen. Daar kwam uit dat een indeling in vijf klassen te veel van het goede is, drie is het maximum. Er wordt nu gekeken hoe de boodschap over het artikel moet worden duidelijk gemaakt aan de klanten, met een symbool met kleurtjes op het etiket of met woorden.

'Wij willen ook dat er in Nederland snel onderzoek wordt gedaan naar een systeem', zegt de Consumentenbond. 'Wij hebben onze vraag neergelegd bij het ministerie van Volksgezondheid, maar het animo lijkt niet al te groot te zijn.'

De minister zit ook in een lastig parket. Een dergelijk systeem, zoals in Engeland, zal niet zonder slag of stoot in Nederland worden ingevoerd, verwacht voedingsdeskundige Ineke Volkers van het Voedingscentrum in Den Haag, een instelling die voorlichting geeft over verantwoord eten en een belangrijke raadgever over gezonde voeding aan de regering. 'Wij hebben het idee verlaten alle producten in de winkel een kleurcode te geven. We doen dit alleen voor de schijf van vijf.'

Dat zijn dingen die iedereen dagelijks moet eten om gezond te leven. Koekjes, chips en frisdrank, de meest beruchte dikmakers en slopers van hart en bloedvaten staan daar niet op. 'Voor die producten willen we geen afweging maken tussen gezonde vetten en calorieën. Dat kan niet. Je krijgt rare dingen dat bijvoorbeeld marsepein met gezonde vetten, maar met relatief veel calorieën in het groene vak dreigt te komen.'

Tellen

Om die reden gaat het Voedingscentrum alleen de calorieën tellen van dit soort producten, waarbij geldt: hoe minder hoe beter. 'We worden met zijn allen dikker, goevoren vetten maken ook dik.' Volkers pleit ervoor dat de calorie dan per portie wordt aangegeven en in verhouding wordt gebracht met wat iemand per dag nodig heeft. Dit lunchbroodje bevat vijfhonderd kilocalorieën en een vrouw met een zittend bestaan heeft dagelijks tweeduizend kilocalorieën nodig. 'Dan zie je meteen dat het broodje onverstandig is.'

Het Voedingscentrum krijgt steun van prof. dr. Martijn Katan van de Wageningen Universiteit. 'Die kleurtjes helpen als je iets wilt doen aan je bloeddruk of je cholesterol', zegt hij. 'Gezonde producten helpen niet tegen overgewicht. Het gaat om de hoeveelheid. Roomboter of olijfolie maakt in dat verband niets uit. En daarbij helpt een kleursysteem niet.'

Hij is het eens met de Consumentenbond dat het een chaos is in de schappen van de supermarkt. 'De meeste mensen komen er niet meer uit. Je moet een voedingsdeskundige zijn om te begrijpen wat al de claims betekenen.'

Het enige dat hij haalbaar acht tegen vetzucht, is een vermelding van hoeveel calorieën een product bevat. 'Op alles en overal', zegt Katan. 'Niet alleen in de supermarkt , ook in de cafetaria, zodat iemand ziet hoeveel calorieën er in een patatje oorlog zit. De deskundigen willen dit niet alleen in cijfers weergeven, maar met rondjes of sterretjes op een manier dat iedereen het begrijpt. Maar je moet hiervan geen wonderen verwachten.'

Snelle successen zijn er niet te boeken in de strijd tegen het overgewicht, relativeert hij. 'Overgewicht is een probleem in de orde van het broeikaseffect en eetgedrag is moeilijk te veranderen. De overheid kan wel wat doen aan de verbruikkant. Ze moet het bewegen bevorderen. Dus dat er goede fietspaden zijn waarop mensen voorrang hebben. Ik noem dit, omdat fietsen een van de weinige inspanningen is die je weinig tijd kosten, want je komt nog ergens, op je werk, bij vrienden. En dit helpt ook tegen het broeikaseffect.'

Om minder te eten moet de mens zelf veranderen. Onmogelijk is dat niet, het is een kwestie van lange adem. Katan zet eten op hetzelfde niveau als seks, onmisbare handelingen die noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van de soort.

'Met seks hebben we ons aangepast. We hebben geen seks met voorbijgangers op het zebrapad. Die beperking was nodig, omdat er anders te veel kinderen zonder ouders zouden komen. Voor te veel eten moet een soortgelijk besef ontstaan, overeten zadelt de samenleving op met grote problemen. Het duurt generaties totdat het vanzelfsprekend is geworden dat onbeperkt eten iets is dat je niet doet, net als seks op het zebrapad .'

mailIcon print |