Paul Dietz wordt waarschijnlijk uitgeleverd aan de VS wegens xtc-smokkel. Op papier zijn zijn rechten gewaarborgd, de Amerikaanse praktijk is veel minder betrouwbaar, betoogt Bart Stapert....
Afgelopen vrijdag diende voor de rechter in Den Haag het kort geding tegen de Nederlandse staat in de uitlevering van Paul Dietz naar de Verenigde Staten wegens vermeende xtc-smokkel. Als eerdere uitspraken in vergelijkbare zaken gevolgd worden, is de kans klein dat de Haagse rechtbank de uitlevering zal stoppen. De rechter toetst de zaak marginaal en zal concluderen dat het vertrouwensbeginsel zijn ingrijpen in de weg staat. Ofwel, onze relatie met de VS vraagt dat wij vertrouwen dat de Amerikaanse strafrechtelijke procedure voldoende waarborgen biedt voor de Nederlandse onderdaan. Dat vertrouwen is misplaatst. De praktijk van het Amerikaanse strafrecht, vooral in drugszaken, biedt onvoldoende garanties op een eerlijk proces. De Nederlandse rechter en de minister van Justitie zouden uitlevering moeten verbieden.
In theorie is de rechtsbescherming van een Amerikaanse verdachte uitstekend geregeld, misschien wel beter dan hier. Verdachten hebben vanaf hun arrestatie het zwijgrecht en worden daarvan beter dan in Nederland op de hoogte gesteld. Waar in Nederland slechts wordt gemeld dat zwijgen mag,wordt in de VS ook aangegeven dat alles wat de verdachte zegt tegen hem gebruikt kan worden, vaak een niet overbodige aanvulling.
Verdachten in de VS hebben recht op een advocaat vanaf hun arrestatie, dus ook bij eventuele politieverhoren. Die advocaat dient vervolgens ook effectief te zijn. Voor elk onderdeel van het bewijsmateriaal moet het Openbaar Ministerie aantonen dat het grondwettig is verkregen. Iedere verdachte heeft het recht op een juryproces dat, voor het gevoel van de meeste Amerikanen betrouwbaarheid en rechtvaardigheid in de procedure brengt. Het bewijsrecht is zeer uitgebreid en gedetailleerd en legt strakke regels op over de informatie en het bewijs dat aan de jury mag worden gepresenteerd. Zo weten jury's, in tegenstelling tot de Nederlandse rechter, in principe niets over de achtergrond van de verdachte; die is niet van belang voor de vraag of hij in deze zaak, met dit bewijs schuldig kan worden bevonden. Tot zover de theorie.
In de praktijk zijn veel rechten slechts mooie letters op papier. Zeker in drugszaken en al helemaal voor mensen als Dietz, die niet het vermogen hebben zich in Amerika door een dream team van advocaten te laten bijstaan. De overgrote meerderheid van de drugszaken (op federaal niveau maar liefst ruim 90 procent) komt namelijk nooit voor een jury. Zij worden afgedaan door een plea bargain, een overeenkomst tussen de advocaat van de verdachte en de Officier van Justitie. Daarbij verklaart de verdachte schuldig te zijn in ruil voor een specifiek afgesproken straf. Officieren passen de tenlastelegging aan door het delict te veranderen in een 'poging tot' of door de hoeveelheid illegaal verhandelde drugs te verlagen. Het risico van een nog zwaardere straf wordt daarmee door de verdachte als het ware afgekocht.
De grote motor achter de praktijk van de plea bargain is de exorbitant hoge strafmaat. In het land van de vrijheid wordt deze aan veroordeelde criminelen vrij eenvoudig voor lange tijd ontnomen. In veel staten geldt bijvoorbeeld levenslang voor het bezit van heroïne met het doel deze te verkopen, ongeacht de hoeveelheid. Ook onder de gestroomlijnde federale strafrichtlijnen bestaan zware minimumstraffen voor relatief kleine hoeveelheden verdovende of oppeppende middelen. De war on drugs heeft veel krijgsgevangenen gemaakt. Ruim twee miljoen Amerikanen zitten op dit moment gevangen: in het federale systeem bijna 60 procent voor drugsdelicten.
De hoge strafmaat legt een zware druk op een verdachte om schuld te bekennen, in ruil voor strafvermindering. Het visioen van een jarenlange straf in de vaak zeer gewelddadige gevangenissen doet de meeste verdachten huiveren. Ik ken uit ervaringtientallen mensen die onder druk van de omstandigheden toch bekenden. Niet omdat zij schuldig waren, maar omdat het risico en de onzekerheid hen te machtig werden. Een proces, voor een rechter of een jury, is vaak een onzekere exercitie. Zeker als je verdedigd wordt door een toegewezen advocaat die waarschijnlijk niet eens de tijd had om vooraf met de verdachte te praten of nader onderzoek te verrichten.
Daarnaast wordt die druk van de zware celstraf vaak ook gebruikt om verdachten te laten getuigen tegen anderen. Onder de federale strafrichtlijnen krijgt iemand namelijk bonuspunten voor het meewerken aan het onderzoek. Vaak betekent dit het afgeven van belastende verklaringen over anderen. In deze situaties gaan niet zelden de meest schuldigen als eerste snitchen (verraden). Zij weten immers het meest en hebben het meest te winnen met hun medewerking. Hoe eerder je meewerkt, des te meer bonuspunten. In Dietz' geval is dit ook gebeurd: medeverdachten hebben vlak na hun arrestatie belastende verklaringen afgelegd om zelf de dans (deels) te ontspringen.
De onderhandelingen over de plea bargain beginnen vanaf het moment dat een advocaat aan de verdachte wordt toegewezen. Meestal vinden deze plaats geheel buiten de verdachte om. De advocaat komt op een bepaald moment de opties uitleggen en geeft meestal een niet subtiel advies om de plea te accepteren. Daarbij wordt geregeld vrij zware druk op de verdachte uitgeoefend, zeker ook door toegevoegde advocaten die zoveel zaken hebben dat ze ook zelf gebaat zijn bij een snelle afhandeling. Hoewel dit formeel de regel is moet worden getwijfeld of de meeste pleas wel echt vrijwillig worden afgegeven.
Als de verdachte akkoord gaat met de plea, wordt deze in een zitting voor de rechter officieel uitgesproken en in het dossier opgenomen. Die rechter kijkt echter niet naar het bewijsmateriaal. In zaken die eindigen met een plea, zoals verreweg de meeste, beoordeelt over het algemeen geen enkele Amerikaanse rechter of het bewijsmateriaal rechtmatig verkregen is en of er überhaupt voldoende bewijs tegen de verdachte was. Het is lopende band-werk waarbij verdachten die geen plea afsluiten als lastig worden beschouwd. Niet zelden wordt dit hen ook in de strafmaat nog eens extra aangerekend.
Deze Amerikaanse strafrechtpraktijk staat uitgeleverde Nederlanders als Paul Dietz te wachten. Voor Dietz zijn er in de VS onvoldoende garanties op een eerlijk proces waarin onschuldig is, totdat het tegendeel bewezen is. Niet de theorie maar de praktijk zou het uitgangspunt moeten zijn van ons vertrouwen in een ander rechtssysteem. Als wij de rechtsbescherming voor Nederlandse onderdanen werkelijk belangrijk vinden, moeten wij dat vertrouwen alleen geven als het terecht is. Zeker in een zaak als van Dietz, waarin de feiten in Nederland zijn gepleegd en onder Nederlands strafrecht vervolgbaar zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.