De winkeltijdenwet zou het landschap drastisch veranderen. Maar bijna zes jaar na dato blijken slechts weinig winkels en kopers van de ruimere openingstijden gebruik maken....
'Toen de winkeltijdenwet werd ingevoerd, was er veel commotie', herinnert A. Jansen van winkelcentrum Heemstede zich, 'Veel winkeliers zeiden: we blijven open ook op zondag, we moeten wel. Maar al snel kwamen ze erachter dat dit waanzin is. Je houdt geen tijd van leven meer over.'
De zondagopenstelling is inmiddels van de baan. 'Er moet wel omzet uitkomen', zegt Jansen. 'Je had wel mensen maar die liepen alleen een beetje rond en kochten niets.' Bijna zes jaar na de invoering van de winkeltijdenwet zijn de effecten ervan grotendeels uitgedoofd.
Sinds 1 juni 1996 mogen Nederlandse winkels van maandag tot en met zaterdag van zes uur 's morgens tot tien uur openblijven. Daarnaast mogen ze twaalf zondagen per jaar de deuren openen. 'We dachten dat het hele winkellandschap op de helling zou gaan', zegt E. Prins van MKB Nederland, 'maar het gros van de ondernemers doet er niet aan mee.'
De Winkeltijdenwet is het pronkstuk van Paars I. Uit een evaluatie van de wet in 1998, slechts twee jaar na invoering, bleek dat de wet zevenduizend banen had opgeleverd. Een enquête onder drieduizend winkeliers had bovendien aangetoond dat de avondopenstelling en de koopzondagen 5,7 procent meer omzet opleverden. Meer werk en meer bestedingen, precies wat Paars wilde.
Maar spectaculair is het allemaal niet. Het Centraal Planbureau (CPB) verwachtte in 1995 nog dat de wet vijftienduizend extra banen zou opleveren. In 1998 was nog maar de helft van dat aantal bereikt.
De behoefte om buiten de traditionele winkeltijden boodschappen te doen, blijkt kleiner dan verwacht. 'Nederlanders zweren nog steeds bij vaste patronen', zegt Prins. 'Boodschappen doen ze overdag, op koopavond of op de zaterdag.'
Om klanten te verleiden op andere tijden te winkelen, moet de winkelier zich de nodige moeite getroosten. Alleen als de winkeliers allerlei evenementen organiseren, laten consumenten zich verleiden. Het winkelcentrum Heemstede is daarom nog slechts vier zondagen per jaar open, tijdens de voorjaarsmarkt, het nazomermuziekfestival, Sinterklaas en Kerst.
Dezelfde ervaring hebben de winkeliers van winkelcentrum Colmschate in Deventer. Ze hebben drie keer geƫxperimenteerd met zaterdagavond-openstellingen vlak voor de kerst. Twee keer was het een succes, maar de derde keer bleven de klanten weg.
De winkeltijdenwet moest de concurrentie tussen winkeliers aanwakkeren. Winkels kunnen sinds 1995 niet alleen concurreren op prijs en kwaliteit, maar ook op openingstijden. 'Door het kabinetsvoorstel verwacht ik een verschuiving van de omzet naar de ondernemer die bereid is om keihard te werken', zei wijlen VVD-kamerlid A. van Erp destijds.
Ook dat effect treedt niet op. We doen het met zijn allen, of we doen het helemaal niet, denken winkeliers. De concurrentie wordt daardoor gesmoord in de winkeliersverenigingen, die werken als een oud-Hollands kartel.
In grote steden, waar het grootwinkelbedrijf de scepter zwaait, worden de koopzondagen vooralsnog in ere gehouden. 'Wij maken maximaal gebruik van de ruimere openingsregels', zegt P. van Bakkum, woordvoerder van Vendex KBB. In kleinere winkelcentra is echter ook Vendex afhankelijk van de winkeliersvereniging. Van Bakkum: 'De rest van het winkelgebied moet ook meedoen, tenzij een warenhuis van ons zo groot is dat het autonome trekkracht heeft.'
Winkeliersverenigingen kunnen doen waar ze zin in hebben, want de concurrentie tussen verschillende winkelgebieden komt niet van de grond. De verwachting was dat regionale winkelgebieden het af zouden leggen tegen winkelcentra in grote en middelgrote steden, die wel op zondag open zijn.
In Heemstede merken ze er niets van. 'We hebben geen last van een trek naar Haarlem', zegt Jansen. 'Elk jaar zien we de omzet nog behoorlijk groeien.' Ook de winkeliers in Colmschate klagen niet over klantenverlies.
Anders is het in de levensmiddelenbranche. Boodschappen doen kan op veel plaatsen de hele week door, soms tot tien uur 's avonds. 'Al onze winkels zijn van acht tot acht open en soms langer', zegt een woordvoerster van Albert Heijn.' Of het meer omzet oplevert? 'Ik weet niet of je die conclusie kan trekken, het is dienstverlening naar onze klant.'
De effecten laten zich raden. Zelfstandigen die het zich niet kunnen veroorloven om van acht tot acht open te zijn, delven het onderspit. 'Je ziet een verdere achteruitgang van slagers, bakkers en groentewinkels', zegt Prins. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aantal groenteboeren tussen 1995 en 1999 met 16 procent is afgenomen en het aantal slagers zelfs met 23 procent. Dit is beduidend meer dan het gemiddelde daling van 10 procent voor de hele detailhandel.
Maar ook voor slagers en groenteboeren is er hoop. Want zelfs bij supermarktketens neemt de twijfel aan lange openingstijden toe. Dirk van den Broek bijvoorbeeld gooit een groot deel van zijn Amsterdamse en Rotterdamse filialen weer om zes uur dicht.
Ook de enige Amsterdamse Dirk van den Broek die op zondag open was, is daarmee gestopt. 'We haalden een prachtig mooie omzet', vertelt Van der Broek, 'maar dat woog niet op tegen de moeite die het kostte om de winkel voor maandag weer op orde te krijgen.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.