Socialisme, kerk en klooster zijn niet langer de steunpilaren waarop de huidige maatschappij rust. Inspiratie putten uit God of Marx is lang niet meer vanzelfsprekend....
Soms is het wel eens goed om even stil te staan bij de rol die werk in het leven inneemt. Werken voor een baas was vroeger een noodzakelijk kwaad, maar tegenwoordig heeft werk voor veel mensen de rol van een levensvervulling ingenomen. De scheidslijn tussen werk en privé raakt door flexibele contracten en technische mogelijkheden steeds diffuser.
Bovendien moet een baan vooral uitdagend en dynamisch zijn, en een beroep doen op alle menselijke talenten. Dus logisch dat al dat gezwoeg de werknemer ook buiten kantoortijd niet altijd loslaat. Werk is meer dan geld verdienen: het is een inspiratiebron, een manier voor persoonlijke ontplooiing en een bron van sociale contacten.
Niets mis mee om daar eens over na te denken. Maar om daar nu op 1 mei een voormalig klooster voor af te huren? Om nu uitgerekend op de Dag van de Arbeid met filosofen, theologen en organsatieadviseurs te debatteren over 'Werken als levenskunst?'
In Berlijn en andere hoofdsteden werd woensdag luidruchtig gedemonstreerd tegen de 'kapitalistische uitbuiting'. Tezelfdertijd bogen woensdag enkele tientallen leden van de vakbond CNV, zich eendrachtig met leden van werkgeversorganisatie NCW over filosofische vragen die te maken hebben met de positie die arbeid inneemt in het leven.
In de stilte van het fraai verbouwde voormalige klooster van de fraters van Tilburg in Vught was alle ruimte voor vragen als: Welke plaats heeft werk in ons leven? Tikkie te zweverig misschien voor veel mensen.
Maar voor politieman Woud Otter is er niets zweverigs aan deze vraag. Twee jaar geleden was hij een keihard werkende politie-nspecteur in de regio Haaglanden. Hij werkte in een vast team van tien collega's, was lid van een speciale aanhoudingseenheid die gespuis moest oppakken wanneer gewone agenten dat te link werd.
Onregelmatige diensten
Otter werkte veel op straat, en draaide alleen maar onregelmatige diensten. Hij vond het heerlijk. 'Ik had een mooi huis, een fijne auto, en een mooie motor, en genoot met volle teugen van mijn werk.'
Toen door al dat gewerk zijn relatie naar de knoppen ging, trok hij zich terug in een caravan, en werkte nog eens zo hard. 'Gewoon niet zeuren.' Voor Otter was het werk zijn leven, en daar kwam geen gefilosofeer aan te pas.
Tot hij allerlei vreemde ziekteverschijnselen kreeg, enkele malen met een ambulance werd afgevoerd, dronken over straat liep hoewel hij geen druppel had gedronken, vreemde bulten op zijn hoofd kreeg, en uiteindelijk zijn vrouw hem ziek meldde omdat Otter daar zelf niet meer toe in staat was.
De dokter noemde het een burn out, maar Otter wilde er niet van weten. Pas na acht maanden zag hij in wat er met hem aan de hand was. 'Ik heb echt in de goot gelegen. En als ik dan opzij keek, zag ik een hoge trottoirband, waaraan ik mezelf niet op kon hijsen. Zo diep was het gat waarin ik lag.'
Nu, na tweeënhalf jaar in ziektewet en WAO, gaat het weer wat beter, en werkt hij voorzichtig drie halve dagen per week in een kantoorbaan bij de politie. 'Mijn ziel heeft weer uitzicht gekregen. Ik ben verlost van het moeten, en het is weer mogen geworden.' Of hij bij de politie blijft, weet hij nog niet, maar als hij besluit weg te gaan 'is dat ook goed'.
Otter heeft zich door zijn burn out gedwongen moeten oriënteren op de plaats die werk in zijn leven had ingenomen. Te laat kwam hij er zo achter dat het werk een te overheersende rol speelde. Maar niet iedereen is bereid het zo ver te laten komen voordat ze over de zin van werk gaan nadenken.
Harry Kunneman, hoogleraar filosofie aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, signaleert dat er een toenemende belangstelling is voor wat hij 'zingevingsvraagstukken rond werk' noemt. Volgens Kunneman is de aandacht voor de immateriële kanten van arbeid een reactie op de 'steeds complexer wordende moderne tijd'. Door de terugtrekkende beweging van socialisme, kerk en klooster, kunnen steeds minder mensen inspiratie putten uit god of Marx.
En toch is er behoefte aan wat meer houvast om dagelijks fluitend naar het werk te gaan. Kunneman: 'Op grotere bewegingen, zoals de economische malaise hebben werknemers geen grip, ze kunnen er geen invloed op uitoefenen en daarom keren ze zich naar binnen.'
Terugkeer
De filosoof ziet daarom een terugkeer naar wat hij 'trage vragen' noemt, zoals vragen over de zin van werken. 'Het kenmerk van trage vragen is dat er geen voor de hand liggende oplossingen zijn, en dat ze historisch gezien tamelijk constant zijn.'
Het zijn niet alleen werknemers die zich deze trage vragen stellen. Volgens Kunneman is er ook in het bedrijfsleven een groeiende aandacht voor cursussen rond zingeving en persoonlijke ontwikkeling.
Dat blijkt onder meer uit de telkens vollere schappen met managementboeken op dit terrein. Ook werkgeversorganisatie NCW - doorgaans vooral geassocieerd met VNO-NCW-klaagzangen over een te hoge loon en belastingdruk voor werkgevers - biedt haar leden een uitgebreid cursusprogramma met alle ruimte voor innerlijke reflectie.
'Om zin te houden in ons werk is het noodzakelijk af en toe bij te tanken, onze bronnen op te zoeken en een moment te nemen voor reflectie', is te lezen in de programmagids Een andere kijk op managen. Zo kunnen de managers worden bijgepraat door hoogleraren in spiritualiteit en maatschappelijke bestuurskunde onder leiding van SER-voorzitter Wijffels.
Ook kunnen de werkgevers zich drie dagen geestelijk laven door meditatie, luisteren naar gewijde muziek en vooral zwijgen in de Sint Willebrordsabdij in Doetinchem of de Abdij Koningshoeven bij Tilburg.
Nadeel
Maar Kunneman signaleert ook een nadeel aan al die geestelijke inspanningen. Een geestelijk herboren chef, een mens die empatisch leiding geeft en coacht, kan niet meer gehaat worden. Was de baas annex slavendrijver van vroeger eenvoudigweg degene die het gedaan had als er iets misging in de relatie tussen het werk en de werknemer.
Tegenwoordig heeft de baas het niet op zijn geweten, maar heeft de werknemer gefaald. En als het dan misgaat, dan is het ook goed mis, zoals politieman Otter en de vele duizenden die jaarlijks overspannen of burn out raken van het werk hebben ervaren.
Om het zover niet te laten komen pleit Kunneman er voor om in het bedrijfsleven meer ruimte voor reflectie te scheppen. Geen fysieke plekken waar vermoeide werknemers kunnen onthaasten, maar aandacht voor zingevingsvraagstukken.
Zodat het personeel van een verpleeghuis eens kan stilstaan bij de vele patiënten die jaarlijks overlijden, en wat dat betekent voor de inhoud van het werk. Of op scholen waar leraren zich eens kunnen bezinnen op waar ze eigenlijk mee bezig zijn. Allemaal zo ingericht dat werknemers samen met hun werkgevers kunnen streven naar werk dat deugt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.