*

 
dossier

Archief

Hof: rechercheurs leden aan blikvernauwing

Van onze verslaggever Michiel Kruijt − 25/04/02, 00:00

Het Gerechtshof in Leeuwarden heeft Wilco Viets en Herman du Bois vrijgesproken van de moord op Christel Ambrosius waarvoor zij in 1995 waren veroordeeld....

Rechtbank Zutphen, 6 januari 1995: twaalf jaar cel voor Wilco Viets en negen jaar plus tbs voor Herman du Bois wegens verkrachting en doodslag van Christel Ambrosius.

Gerechtshof Arnhem, 3 oktober 1995: beiden tien jaar cel.

Hoge Raad, 27 juni 2000: verzoek tot herziening afgewezen.

Hoge Raad, 26 juni 2001: verzoek tot herziening toegewezen.

Gerechtshof Leeuwarden, gisteren: unanieme vrijspraak.

Zie daar de essentialia van een strafzaak die even exceptioneel als sensationeel mag worden genoemd. Du Bois en Viets zaten zeven jaar gevangen. Woensdag is hun onschuld in rechte zo goed als zeker vast komen te staan.

Volgens president Vellinga is het 'onwaarschijnlijk' dat de Puttense twee hebben gedaan wat eerder is bewezen verklaard en 'minst genomen niet aannemelijk' dat zij de moord op een andere wijze hebben gepleegd.

De raadsheren twijfelen niet aan de integriteit van de Gelderse rechercheurs, maar verwijten hen wel zich uitsluitend te hebben gericht op het onderbouwen van de verdenking tegen het duo.

Zo werd de uitkomst van onderzoek naar vezels die op de kleding van Du Bois waren aangetroffen als onomstotelijk bewijs gepresenteerd dat hij op de moordplek was. Een foute conclusie, aldus het hof, omdat niet was nagegaan of de vezels van elders hadden kunnen komen.

Ook liet de politie getuigen maar één auto zien waarmee Viets, Du Bois en twee anderen naar de plek van het misdrijf zouden zijn gereden. Omdat de getuigen niet konden kiezen, bleven er tegenstrijdigheden in hun (onbetrouwbare) verklaringen bestaan.

In de dagen na de moord lekte volgens het hof veel informatie uit over de wijze waarop die was gepleegd. Dat kan de verhorende rechercheurs ter ore zijn gekomen, die daardoor mogelijk antwoorden hebben uitgelokt. Wellicht hebben ook de verdachten details van de moord vernomen voor hun arrestatie en deze later 'bekend', wat prompt als bewijs van hun betrokkenheid werd gezien. De verdachten trokken later hun verklaringen in omdat die het gevolg zouden zijn geweest van ontoelaatbare druk van de politie. Het hof acht dat mogelijk, ook omdat de warrige bekentenissen afwijken van hetgeen het 'in strafzaken pleegt tegen te komen'.

Advocaat-generaal Hans van der Neut, die de eerdere veroordelingen verdedigde, heeft volgens het hof een niet kloppend tijdschema gemaakt dat een moord door deze verdachten mogelijk zou maken. Volgens het hof hadden de getuigen iets van de moord moeten zien als die was gepleegd zoals het duo had bekend.

De conclusie van Van der Neut dat een op de trui van Ambrosius gevonden schaamhaar 'keihard daderspoor' is omdat het van Viets zou kunnen zijn, deelt het hof ook al niet. Onderzoek heeft uitgewezen dat het haartje aan velen kan toebehoren. De twijfel of de Puttense twee de moord hebben gepleegd, wordt 'nog eens onderstreept' doordat de advocaat-generaal ontlastende feiten onbesproken liet in zijn requisitoir.

Om nog een reden is de betrokkenheid van Du Bois en Viets - van wie geen sporen zijn gevonden - onaannemelijk: zij bekenden dat elk van hen Ambrosius verkrachtte terwijl de ander haar polsen boven haar hoofd op de grond drukte. Dat kan niet, omdat ze met haar hoofd bij een wand lag en er geen sleepsporen zijn.

Bovendien acht het hof het onwaarschijnlijk dat Ambrosius gemeenschap heeft gehad in de 36 uur voor haar dood. De veelbesproken theorie dat een op haar been aangetroffen spermadruppel van een onbekende bij de verkrachting uit haar vagina is 'gesleept', kan worden verworpen.

Verslaggever Peter R. de Vries, oud-politieman Jan Blaauw en advocaat Geert Jan Knoops hebben steeds betoogd dat het een spoor is van de échte moordenaar. Pas als die is gevonden, kan deze historische zaak worden afgesloten.

mailIcon print |