Voetballer George Boateng besefte als kind niet zo wat godsdienst inhield. 'De belangstelling voor het geloof kwam eigenlijk pas echt toen ik in de A-selectie kwam bij Feyenoord.' Zijn moeder in Ghana heeft hem op afstand de weg naar God gewezen....
In februari 1986 kwam het Ghanese jongetje George Boateng op 10-jarige leeftijd naar Nederland. Hij wilde een toekomst in Europa opbouwen. Verliet zijn moeder in Accra, bij wie hij 'een feestelijke, gelukkige, kindertijd' had doorgebracht. Hij trok bij zijn vader en stiefmoeder in, die in een flat in Spijkenisse woonden. Bij VV Spijkenisse werden zijn voetbaltalenten ontdekt. Daarna ging het voorspoedig met de carrière van Boateng.
Op 4 maart 1995 maakte hij zijn profdebuut bij Exelsior, waaraan hij door Feyenoord was verhuurd. Enkele maanden later speelde de middenvelder voor het eerste van Feyenoord. Halverwege het seizoen 1997-'98 vertrok Boateng naar Coventry City. Inmiddels speelt hij voor Aston Villa. Hij debuteerde in november 2001 voor het Nederlands elftal, in de vriendschappelijke wedstrijd tegen Denemarken.
In zijn begintijd bij Feyenoord kreeg Boateng (26) een bijzondere band met God en de Bijbel. Die hielden hem overeind in de materialistische voetbalwereld, waar allerlei verleidingen jonge talenten vaak het hoofd op hol brengen.
Rol van religie in de jeugd
'Ik ben niet met volle overtuiging in het christendom opgevoed. Mijn moeder had een kapsalon in Accra, had religie wel van huis uit meegekregen, maar was alleen maar bezig met overleven. Zeven dagen in de week was die kapsalon open. Soms haalden haar vriendinnen me op zondag op om naar de kerk te gaan. Bij mijn opa en oma, die in een dorp woonden, kwam ik meer in aanraking met religie. Zij gingen naar de kerk en hielden thuis diensten met neefjes, nichtjes, kinderen, kleinkinderen. Het was een grote familie. Ik besefte toen niet zo wat godsdienst inhield. God kende ik niet. Ik vond het leuk in de kerk, zat bij de kinderdienst, er werden verhaaltjes voorgelezen.
Ook toen ik naar Nederland kwam, hield ik me de eerste jaren niet met het geloof bezig. Het was niet zo'n onderwerp in het gezin. Ik was erg jong. Ging naar school, tiereflierde, speelde buiten met mijn vriendjes. Maar ook al deed ik niets met religie, de Bijbel had ik in die periode wel. Ik las er soms verhaaltjes uit. Voor godsdienstlessen op school hoefde ik nooit huiswerk te maken. Als we bijvoorbeeld over Mattheüs moesten leren, hoefde ik het boek niet open te slaan. Ik wist het allemaal wel, haalde altijd achten en negens.'
Nadenken over religie
'De belangstelling voor het geloof kwam eigenlijk pas echt toen ik in de A-selectie kwam bij Feyenoord. Mijn leven werd toen veel ingewikkelder. Er kwamen zoveel dingen tegelijk op mij af. Ik kreeg ineens heel veel aandacht, werd herkend op straat. In winkels werd ik snel geholpen, op school wilde iedereen bevriend met me zijn. Op een gegeven moment besefte ik: dit kan ik niet alleen aan.
Ik had ook geen ouders die me konden begeleiden. Konden uitleggen wanneer ik voorzichtig moest zijn, waar ik op moest letten. Ik had een houvast nodig, iemand die naast me kwam staan. Die meer wijsheid en inzicht in het leven had dan ik. In die periode had ik een intens leven. Naar school, trainen in Rotterdam, met de bus en de metro terug naar Spijkenisse. Huiswerk doen en de volgende dag om zeven uur op. Drie jaar lang heb ik dat gedaan.
Ik had echt niemand die me in die wervelwind de weg kon wijzen. De relatie van mijn vader en mijn stiefmoeder was stukgelopen. Ik woonde alleen met mijn vader, die lange werkdagen maakte. Als ik thuiskwam was het al een uur of acht, half negen. Dan zat hij nog een halfuur naar tv te kijken, te zappen en dan ging hij naar bed. Hij moest ook heel vroeg op. Als ik 's avonds moest spelen, zag ik hem die dag helemaal niet. We hadden nauwelijks contact, waren allebei te druk bezig.
Feyenoord begeleidde me op voetbalgebied fantastisch. Nadat ik jaren met de bus en de metro had gereisd, zorgde de club er zelfs voor dat ik voor de training werd opgehaald van school. De opvang, ook zakelijk, was echt heel goed. Maar het privé-leven, je eigen waarden en normen, kan een voetbalclub natuurlijk niet voor je invullen. Innerlijk was het voor mij een heel moeilijke periode.
In die tijd zocht ik veel contact met mijn biologische moeder in Accra. Mijn portemonnee zat vol telefoonkaarten. Ik ging naar belhuizen, en maar bellen, bellen, bellen. De band met haar werd steeds hechter. Ik vroeg haar voortdurend om advies. Ik had het gevoel dat ik in een circuit zat dat me meesleurde en waarop ik geen greep had. Ik wist dat ik mijn hakken in het zand moest zetten en zeggen: nu is het genoeg. Maar wist niet hoe. Mijn moeder, die met het christendom was opgevoed, heeft mij de weg naar God gewezen. Ik moest bidden, zei ze, dan zouden de antwoorden wel komen. Ik ben boekwinkels ingestapt. Las de achterflap van boeken over zingeving, kocht de werken die me bevielen. Langzamerhand werd het makkelijker om beslissingen te nemen over wat goed en slecht was voor me.'
Het moment van de keuze
'Er is niet één moment. Wel twee gebeurtenissen die heel belangrijk voor me zijn geweest. Ik wilde ontzettend graag de Nederlandse nationaliteit hebben. Toen ik nog jeugdspeler was bij Feyenoord, mochten er maar twee buitenlanders in het elftal worden opgesteld. Wilde ik überhaupt kans maken om in het eerste te spelen, dan moest ik Nederlander worden. Ik voelde me ook al echt Nederlands. Ik sprak de taal, was hier op school gegaan.
Ik was toen al meer met het geloof bezig en heb ruim een jaar gebeden om het Nederlanderschap. Bij de vreemdelingendienst had ik een aanvraag ingediend. Ik had ook al een gesprek gehad met die dienst en vragen beantwoord over wat ik in het dagelijkse leven deed, hoe het op school ging, of ik geen strafblad had. Dat gesprek was wel goed verlopen, maar ik hoorde maar niets.
Ik was er voortdurend mee bezig. Dacht: waarom duurt het zo lang? Komt het dan nooit? Op een dag ben ik naar het belhuis in Rotterdam gegaan om daarover met mijn moeder te praten. Ik zei: het enige gesprek dat ik voer met God is hierover. Mijn moeder zei dat ik me niet ongerust moest maken, dat zij in Ghana met een gebedsgroep voor mij zou bidden. En dat ik me moest overgeven aan het geloof. Ik zou dan snel een brief krijgen van de staat met goed nieuws over mijn paspoort.
En weet je, diezelfde dag, ik vergeet het nooit meer. Ik had de metro genomen naar Spijkenisse, had de trainingstas nog om mijn schouder, pakte de post, sjokte de trappen vierhoog op naar onze flat. Ontdekte toen tussen de folders en kranten een envelop van justitie. Eerst dacht ik: die zal wel voor mijn vader zijn, een parkeerbon. Maar hij was aan mij gericht. Ik maakte hem open en las dat mijn aanvraag was aanvaard. Wow, dacht ik. Is dit nu gekomen door mijn eigen gebed? Of komt het door mijn moeder, die zei dat ik er volledig in moest geloven? Het was het eerste signaal dat ik me aan God moest overgeven. Het begin van een veel dieper geloof dan ik tot dan toe had gehad. Reisde ik met Feyenoord, dan nam ik altijd de Bijbel en mijn boeken over zingeving mee. Op den duur ontdekte ik dat je van die boeken niet zoveel leert. Alle antwoorden staan in de Bijbel. Die ben ik intensief gaan bestuderen.
Toch is er nog een periode geweest dat ik twijfelde. Het was mijn derde seizoen bij Feyenoord in de A-selectie. Op sportief gebied ging het minder en ook privé zat ik in de knoop. Ik had een vriendin, maar er ontbrak iets in de relatie. Ik miste een persoon die ik helemaal kon vertrouwen, met wie je kon lachen, de twijfels en de vervelende zaken kon delen. Op voetbalgebied had ik zo'n vertrouwenspersoon ook al niet. Ik wist dat ik meer kon, maar het kwam er niet uit op het veld. Ik was onzeker, snel van mijn stuk gebracht.
In die periode was ik bezig met mijn transfer naar Coventry. Ik heb mijn Nederlandse vriendin gevraagd of ze meeging naar Engeland. Al wist ik dat het moeilijk was voor haar. Ik was in die tijd niet altijd de prettigste persoon om bij te zijn. Toen ze na lang nadenken ja zei, voelde ik dat dat voor mij de ommekeer betekende. Ook wat mijn geloof betreft. In die twijfelperiode dacht ik vaak: genoeg is genoeg. Of je kiest echt volledig voor het geloof, of je laat het varen en je ziet wel waar je belandt.
Mijn vriendin, inmiddels mijn vrouw, was christelijk opgevoed. Zij worstelde ook met het geloof. Op weg naar Coventry hebben we toen samen voor honderd procent voor God gekozen. Toen we God eenmaal op nummer één hadden gezet, daar ook naar leefden, iedere dag een gebed, vaak naar de kerk, toen hebben we samen zo'n hechte band gekregen dat ik de liefde voor haar nu niet meer kan beschrijven. Zo groot is die. We zijn gezegend en dan bedoel ik niet in materialistisch opzicht. Het belangrijkste in het leven is liefde. We geven ook veel aan de kerk. Aan goede doelen, voor daklozen, armen, onderdrukten. Voor ons is religie een levensstijl, met de Tien Geboden als houvast.'
De reactie van de omgeving
'De voetbalwereld blijft moeilijk voor mij. Veel voetballers staan bekend om hun roekeloze gedrag. Ze zijn een voorbeeld voor jongeren, maar begaan veel gedragsfouten. Toen ik bij Coventry kwam, heb ik ten overstaan van de hele spelersgroep verteld waarvoor ik leef. Voor God en Jezus. Ik heb gezegd: je mag geintjes met me maken, maar niet spotten met mijn geloof. De spelersgroep respecteerde dat. Ik besefte toen wel dat ik een voorbeeld moest zijn. Moest gaan letten op mijn gedrag. Echt vloeken had ik nooit gedaan, maar het f-woord ontglipte me nog wel eens in de emoties van een training of op het veld. Ik stond niet buiten de groep. Als ze gingen stappen, ging ik wel mee. Dan dronk ik alleen geen alcohol. Maar een striptent ging ik niet binnen en dat respecteerden ze.
Bij Aston Villa ging het anders. Ik dacht dat de spelers wel op de hoogte waren van mijn levensstijl. Een tijdje ging het goed. Niemand sprak met mij over God en ik had het er ook niet over. Tot een wedstijd tegen Leicester City. Bij de lunch hadden de jongens een blad met naakte meisjes opengevouwen op mijn plaats gelegd. Ik was boos en teleurgesteld. De jongens begrepen mijn boosheid niet. We speelden slecht, verloren van een ploeg waar we normaal gesproken van winnen. Een jaar later speelden we uit tegen Liverpool. Een van de spelers had me verkeerd ingelicht over de vertrektijd. Ik kwam een halfuur te laat. De trainer was niet boos, maar op de training ging het slecht met me. In Liverpool, de avond voor de wedstrijd, zaten de jongens aan tafel te dollen. Een zei: en waar was die Jezus van jou nu tijdens de training?
Toen barstte de bom. Ik voelde me als gelovige niet gerespecteerd. Ik ben van tafel gelopen en naar mijn kamer gegaan. Was in staat mijn tas te pakken en naar huis, zelfs naar Nederland terug te gaan. Ik wilde niet meer met die jongens spelen. Verscheidene spelers, onder wie de aanvoerder, kwamen naar mijn kamer om spijt te betuigen. Uiteindelijk belde ook de speler die de bewuste uitspraak had gedaan om zijn excuses aan te bieden. Toen heb ik, net als bij Coventry, voor de hele groep uitgelegd waar ik voor sta. Sindsdien gaat het goed, ze laten me in mijn waarde.
Het geloof uitdragen
'Ik wil graag over mijn geloof vertellen en hoop er heel veel mensen mee te bereiken. Zo doe ik ook mee aan een progamma met Channel 4, dat wordt opgenomen in een kerk. Al is er maar één supporter die mijn interviews leest en daardoor wordt bekeerd, dan is het goed. Op het veld wil ik het goede voorbeeld geven. Ik speel agressief, hard, maar ga nooit de wedstrijd in om spelers bewust te blesseren. Ik krijg veel brieven van supporters. Laatst was er een bij van een jongen die zei het fantastisch te vinden dat ik voor Jezus leef en toch zo scherp kan spelen, zo op het randje. Het had hem de kracht gegeven zich ook tot God te richten. Dat is fijn. Geloof is een mooie passie.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.