*

 
dossier

Archief

Gedrag van Nederland in Srebrenica was beschamend

Shlomo Avineri − 15/04/02, 00:00

Uit het NIOD-rapport spreekt het onvermogen de verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de fouten van de Nederlandse troepen, meent Shlomo Avineri....

DE Britse diplomaat en historicus Harold Nicholson heeft ooit gezegd dat een diplomaat een eerzaam heer is die naar het buitenland wordt gezonden om te liegen voor zijn vaderland. Het NIOD-verslag over het optreden van de Nederlandse troepenmacht in Srebrenica in 1995 lijkt aan te geven dat de blauwhelmen door de VN als eerzame mensen werden uitgezonden om de slachtoffers van agressie te beschermen - om erachter te komen dat ze zelf een volkerenmoord mogelijk maakten.

Dit is misschien niet precies wat er is gebeurd met de Nederlandse troepenmacht in Srebrenica, maar het rapport van het NIOD van afgelopen week geeft aan dat als het aankomt op het aanvaarden van de verantwoordelijkheid voor het verschrikkelijke bloedbad, waarbij zevenduizend Bosnische moslims omkwamen onder de ogen van een beschermingsmacht van de Verenigde Naties, iedereen nu zijn handen in onschuld wast en de verantwoordelijkheid op anderen afschuift.

Wat er in juli 1995 precies is gebeurd in het door de VN beschermde gebied in Srebrenica is erg ingewikkeld en het is duidelijk dat men onder dergelijke omstandigheden nooit een eenduidig beeld van de gebeurtenissen kan krijgen. Zelfs het NIOD-rapport, hoe eerlijk het ook probeert te zijn, kan geen definitief beeld leveren.

Maar over een paar feiten is iedereen het eens:

1) Srebrenica was een door de VN beschermd gebied, een Moslim-enclave in een door de Serviërs beheerst gebied.

2) Toen de Bosnische Serviërs onder leiding van generaal Mladic de stad bezetten, heeft de Nederlandse troepenmacht, die duidelijk in de minderheid was, zich niet verzet tegen militaire acties van de Serviërs; voor een dergelijk verzet had ze ook geen mandaat - per slot van rekening werden de Nederlanders geacht 'neutraal' te zijn.

3) Er waren Nederlandse legerofficieren aanwezig, toen de Serviërs de islamitische burgerbevolking van Srebrenica bij elkaar dreven en de mannen van de vrouwen en kinderen scheidden, waarna de mannen werden weggeleid. De Nederlanders maakten daartegen geen bezwaar en hebben niet geprobeerd de Serviërs duidelijk te maken dat wat zij deden onaanvaardbaar was.

Het spreekt vanzelf dat de Nederlandse troepenmacht militair gezien niet in staat was om de Serviërs te laten ophouden met wat ze aan het doen waren. Toch waren er ook nog andere keuzes behalve het vuur openen - of de handen in onschuld wassen en niets doen.

Het is duidelijk dat het resultaat anders zou zijn geweest wanneer de Nederlanders, ondanks hun formele mandaat en hun geringere kracht, de Serviërs gedreigd zouden hebben met verzet tegen de scheiding van de moslimmannen en de moslimvrouwen. Een geloofwaardige dreiging heeft de prachtige eigenschap om zelfs de geest van een moordenaar aan het twijfelen te kunnen brengen.

Wat zou er gebeurd zijn als de Nederlandse commandant, in plaats van het glas te heffen met de Servische bevelhebbers, tegen Mladic gezegd zou hebben: 'Over onze lijken'? Ik stel me voor dat de Nederlanders zich, wanneer ze Nederlandse vrouwen en kinderen onder hun hoede hadden gehad, minder passief hadden opgesteld. Sterker nog, ze waren ook niet volkomen passief toen ze voor het probleem stonden hun eigen levens te moeten redden of toen ze moesten onderhandelen over de vrijlating van hun makkers die door de Serviërs in gijzeling waren genomen. Maar toen het 'slechts' Bosnische moslims betrof, verdween de elementaire menselijkheid achter juridisch geklets en onverschilligheid.

Als gevolg van het beschamende gedrag van de Nederlanders werden de Verenigde Naties medeplichtig aan oorlogsmisdaden - en werden zevenduizend moslimmannen in Srebrenica op brute wijze vermoord. Dit doet enigszins denken aan de schandelijke bezoeken tijdens de Tweede Wereldoorlog van het Internationale Rode Kruis aan het concentratiekamp Theresiënstadt: hoewel de omstandigheden volgens het Rode Kruis niet makkelijk waren, vond men ze in grote lijnen bevredigend.

Het onvermogen dat uit het Nederlandse rapport spreekt om duidelijk de verantwoordelijk te aanvaarden voor de fouten van de Nederlandse troepenmacht geeft eens te meer het bankroet aan van zovele vredesoperaties van de VN: er is nooit sprake van een mandaat om agressie met geweld een halt toe te roepen en de vredestroepen worden geacht neutraal te zijn. Maar tussen moordenaars en slachtoffers kan nu eenmaal geen neutraliteit bestaan en toch was dat juist waar de VN-troepen naar streefden.

Er kwam pas een eind aan het moorden toen de Verenigde Staten, samen met de NAVO, besloten om geweld te gebruiken tegen de Serviërs. Op dezelfde wijze mislukten door de VN en de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa (OVSE) gesteunde pogingen om een eind te maken aan het Servische geweld in Kosovo. Pas toen de NAVO geweld ging gebruiken kwam er een eind aan de Servische slachtingen onder de Albanese bevolking. Voor de problemen in Bosnië en Kosovo is nog geen definitieve oplossing gevonden, maar aan de moordpartijen is in elk geval een eind gekomen.

Er zijn momenten waarop het moreel gezien onaanvaardbaar is geen geweld te willen gebruiken en er zijn momenten waarop het gematigd gebruik van geweld (of het dreigen daarmee) moreel gezien het enige alternatief is. In moreel opzicht vormt Srebrenica een smet op de VN en op de VN-troepen en voor de toekomst moet hieruit lering worden getrokken.

Door de gebeurtenissen in Srebrenica zou Pontius Pilatus zich gerechtvaardigd hebben gevoeld. Alweer liet het menselijk ras het afweten.

mailIcon print |