*

 
dossier

Archief

Het geheim van het lachen

Marjolijn Februari − 27/10/01, 00:00

In het televisieprogramma Rondom Tien kwam een woonwagenbewoonster met een ongewoon ernstige beschuldiging: 'Ze promoveren op ons!' De rest van de recente terreur viel erbij in het niet....

De criminoloog Frank Bovenkerk was uitgenodigd om in het programma te vertellen dat woonwagenbewoners relatief vaak betrokken zijn bij de hasjhandel. Woonwagenbewoners waren uitgenodigd om te vertellen dat zijzelf nu toevallig helemaal niet betrokken waren bij de hasjhandel. Bovenkerk zei dat hem bij het doorlezen van politierapporten en gerechtelijke dossiers toch heel duidelijk was opgevallen dat woonwagenbewoners wel... De woonwagenbewoners zeiden dat ze zelf toch zeker wel wisten dat ze niet... Het was een vrij eentonig gesprek. Bovenkerk had geen zin in individuele afwijkingen van de statistieken en hield stug vol: 'Ik heb onderzoek gedaan.' De woonwagenbewoners gaven geen zier om statistieken en riepen de kijkers om hulp: 'Ze promoveren op ons!'

We worden maar steeds trotser op de westerse wetenschap. De laatste weken is vastgesteld dat alle duisternis op deze wereld voortkomt uit religie en uit homeopathie. De wetenschap brengt niets dan verlichting. Goed, misschien werd alle ellende van de 20ste eeuw toevallig niet geïnspireerd door religieuze motieven, maar dat doet niets af aan onze vaste overtuiging dat ellende altijd voortkomt uit religie. De wetenschap, daarentegen, leidt tot een superieure cultuur van redelijkheid en onderling begrip.

Zelfs de schade die wordt veroorzaakt op het werkterrein van de wetenschap is een superieure vorm van schade. Daarom was er dit jaar veel ophef over de dood van een cabaretière die zich niet medisch had laten behandelen - en was er wat minder ophef over het bericht dat duizenden mensen per jaar onnodig sterven in de ziekenhuizen. En ik geef toe, het klinkt ook veel verstandiger om dood te gaan in een goed geoutilleerd academisch ziekenhuis dan in handen van een gekke gebedsgenezeres.

Vanwege mijn geloof in de wetenschap wist ik dus niet goed of ik wel een manier kon vinden om de woonwagenbewoners te hulp te schieten, nu ze zo verloren waren geraakt in het academisch onderzoek. Maar gelukkig las ik deze week een artikel dat ik meteen kon gebruiken: Wetenschappelijk lachen met Nietzsche. Wat ik op eigen gezag nooit had durven doen, twijfelen aan de zekerheden van de wetenschap, durfde ik in het gezelschap van Nietzsche opeens wel. De filosoof Niels Helsloot vatte in dit artikel de positie van Nietzsche kort samen: 'Wetenschap dwingt tot de erkenning dat we zonder zekerheid moeten leven, zonder volledig rationele, eenvormige en ernstige kennis. Hoewel dat niet de grootste tragedie van onze tijd is, heeft het verstrekkende gevolgen. Maar als we uit wetenschappelijke onzekerheid leren lachen, kunnen de consequenties vrolijk zijn.' Dit, begreep ik, was precies wat de woonwagenbewoners nodig hadden.

Nu zaten we meteen wel met de extra complicatie dat sinds 11 september het lachen in diskrediet is geraakt. De Britse overheid blijkt het lachen zelfs verboden te hebben, als we de komiek Rowan Atkinson mogen geloven. Ik moest dus eerst goed onderzoeken of lachen wel geoorloofd is, voordat ik me kon aansluiten bij Nietzsche. Ik concentreerde me op de geschiedenis van het lachen, en het moet gezegd, de eerste resultaten vielen niet mee. Het bleek dat met name de filosofie zich er lang tegen heeft verzet. Volgens Plato en Aristoteles was lachen zelfs moreel afkeurenswaardig; Homerus werd op de vingers getikt omdat hij de mensen had verteld hoe hard de goden kunnen lachen.

Alle teksten die ik las, noemden als belangrijkste bezwaar dat lachen een teken van zachtheid is. 'Om de waarheid te zeggen', schreef Anthony Ludovici in 1933 in zijn boek The Secret of Laughter, 'er schuilt in iedere geïnspireerde en gepassioneerde vernieuwer een hooghartige energie die onverenigbaar is met de lafheid en luiheid van de humor.' Andere auteurs waren weliswaar positiever gestemd, maar die verwezen in hun teksten weer allemaal terug naar Nietzsche, zodat ik met dat urenlange lezen niets was opgeschoten. Ik besloot de sprong te wagen en de woonwagenbewoners te verleiden tot wetenschappelijk lachen met Nietzsche.

Begrijp me goed, ik ga ervan uit dat het onderzoek naar de rol van woonwagenbewoners in de hasjhandel naar behoren is verricht. Frank Bovenkerk heeft de resultaten gepubliceerd in een boek dat zojuist is uitgekomen, en het zal dus allemaal wel in orde zijn. Bij het lezen van dossiers over hasjzaken viel hem op dat veel verdachten in een woonwagenkamp wonen, en inderdaad, waarom zou hem dat niet opvallen? Maar, zeiden de woonwagenbewoners, waarom zou het hem wél opvallen? En daarmee stelden ze een belangrijke wetenschappelijk vraag, die Bovenkerk echter niet wilde beantwoorden: 'Ik heb onderzoek gedaan.' De wetenschap presenteerde zich hier in volle tevredenheid over de gangbare methoden. En ofschoon duidelijk vraagtekens te plaatsen waren bij die gangbare methoden, werd discussie hooghartig van de hand gewezen. 'Wetenschappers zijn er meestal niet op uit om hartgrondig te lachen om hun pogingen iets vast te leggen wat niet vast is', schreef Niels Helsloot in zijn artikel over Nietzsche.

Het lachen van Nietzsche is het lachen om het onvermogen van de wetenschap tot het bieden van fundamentele zekerheden. Maar dat lachen blijft niet beperkt tot fundamentele kwesties, het breidt zich uit tot het lachen over de illusie van trefzekere methodes, eenduidige uitkomsten en onbetwistbare resultaten. De woonwagenbewoners maakten met de noodkreet 'ze promoveren op ons!' duidelijk dat het geen kwaad kan, ondanks alle tevredenheid over de zegeningen van onze superieure cultuur, toch te blijven lachen om de alledaagse pretenties van de wetenschap. En misschien vindt u dat onzin en wilt u daarover met mij in discussie gaan, maar u kunt zich de moeite besparen. Ik heb namelijk wel iets opgestoken van dat urenlange lezen, en kan dus mijn gelijk heel eenvoudig bewijzen: 'Ik heb onderzoek gedaan.'

mailIcon print |