*

 
dossier

Archief

Altijd maar dat verlangen naar de stad van herkomst

Sander van Walsum − 20/11/01, 00:00

Karl Dittrich, beoogd burgemeester van Maastricht, heeft geen onbevlekt blazoen. Oude aantijgingen worden echter weersproken. Dittrich treft geen enkele blaam, weten ingewijden....

'HET burgemeesterschap van Maastricht een rehabilitatie voor Dittrich?' Job Cohen, burgemeester van Amsterdam, snuift zachtjes bij het herhalen van die vraag. 'Dittrich is allang gerehabiliteerd. Sterker nog: hij hoefde nooit gerehabiliteerd te worden. Ik ben zelden iemand tegengekomen die zo integer is. Die beschuldigingen van malversaties en bouwfraude zijn een gotspe. Maar ze gaan een eigen leven leiden als affaires uit het verleden weer worden afgestoft.'

Cohen is een vriend van Karl Leo Lambert Marie Dittrich (49), PvdA'er en de genomineerde burgemeester van Maastricht. Een heel goede vriend. Maar daarmee wordt zijn beoordelingsvermogen niet vertroebeld. Integendeel.

Hij heeft Dittrich in de loop der jaren in verschillende hoedanigheden meegemaakt. Als Leids politicoloog die altijd terugverlangde naar de stad van herkomst, en die ervan droomde om ooit voorzitter te worden van 'zijn' voetbalclub MVV. Als mede-stichter van de juridische faculteit van de Universiteit Maastricht (UM).

Als de financiƫle man van het college van bestuur van de UM, waarvan ook Cohen deel uitmaakte. En, ten slotte, als bestuursvoorzitter van die mooie instelling.

Cohen kent dus Dittrichs zwakheden. Maar ontvankelijkheid voor duistere transacties behoorde daar niet toe.

Hij was hooguit wat goed van vertrouwen jegens penningmeesters die minder onkreukbaar waren dan hijzelf.

'Een neiging tot zelfverrijking is hem helemaal vreemd. Het feit dat hij er als burgemeester van Maastricht aanzienlijk in inkomenop achteruit gaat, spreekt boekdelen.'

Maar vooruit, nu de aantijgingen jegens Dittrich worden gereanimeerd, wil Cohen ze best pareren. Bevoordeling van een bouwbedrijf waaraan Dittrich als adviseur was verbonden? Onzin. Hij heeft nooit nevenfuncties verzwegen, en heeft belangenverstrengeling altijd zorgvuldig vermeden.

En de belastingontduiking waarbij MVV tijdens zijn voorzitterschap betrokken raakte? Daarop heeft hij het Openbaar Ministerie nota bene zelf geattendeerd. Jammer is alleen dat hij, à raison van bijna achtduizend gulden, met een schikking heeft ingestemd. Daarmee heeft hij zich weliswaar behoed voor jarenlange procedures, maar heeft hij zichzelf de mogelijkheid van een formele zuivering ontnomen.

Zijn collega-bestuurders van de UM hebben daar overigens ook niet op aangedrongen. 'Voor ons was het evident dat het slechts om een verkeerd uitgevallen hobby ging', zegt oud-rector magnificus prof.dr. H. Philipsen. 'Zijn positie is dus ook nooit ter discussie gesteld. Integendeel. Een jaar na die ongelukkige affaire is hij tot collegevoorzitter gepromoveerd. Een nette functie, zou ik zeggen.'

In die hoedanigheid heeft hij alom lof geoogst. 'Ik heb van Dittrich als bestuursvoorzitter eigenlijk niets gemerkt', zegt de rechtssocioloog en emeritus hoogleraar H. Crombag. 'En dat is bedoeld als compliment. Want tegen krachtfiguren die de universiteit als een bedrijf willen runnen, koester ik een uitgesproken argwaan.'

Tijdens zijn voorzitterschap ontwikkelde de UM zich van dreumes tot middelgrote (elfduizend studenten tellende) instelling, en maakte ze school met het 'probleemgestuurd onderwijs'.

Dittrich schiep voor die ontwikkeling het ideale klimaat, denkt Crombag. 'Hij wist talent te traceren en te benutten. Maar hij respecteerde altijd de onafhankelijkheid van wetenschappers. Hij paste op de winkel terwijl zij hun eigenwijze gang gingen.'

'Hij brengt ogenschijnlijk ingewikkelde zaken terug tot hun ware proporties', zegt de voorzitter van de Maastrichtse universiteitsraad, T. de Goeij.

'Als hij een lange discussie heeft aangehoord, staart hij een halve minuut naar het plafond, en beantwoordt vervolgens in een geordend verhaal alle vragen die hem zijn gesteld.'

'Hij is bestuurder uit roeping', erkent Philipsen. 'Met de wetenschapper Dittrich was niets mis. Maar in het bestuurswerk kan hij zijn krachten beter etaleren. Hij beweegt zich soepel tussen de mensen. De studenten droegen hem dan ook op handen. Hij zag hen niet als passanten, maar als volwaardige leden van de academische gemeenschap. Van hem had de academische radendemocratie ook helemaal niet op de helling gehoeven.'

De ironie wilde echter dat juist de nieuwe universitaire bestuursstructuur dit voorjaar de inzet vormde van een conflict tussen Dittrich en de studentengeleding in de Maastrichtse universiteitsraad.

De studenten waren niet alleen ontevreden over de 'nieuwe zakelijkheid', zij gaven er ook lucht aan in een notitie die in den lande - tot politiek Den Haag aan toe - werd verspreid.

'Dittrich reageerde daar heel getergd op, maar is een inhoudelijke discussie over de grieven uit de weg gegaan', zegt De Goeij.

'Daarmee viel hij uit zijn gewaardeerde rol als great communicator. Wat hem daartoe heeft bewogen? Ik denk dat hij het de studenten aanrekende dat zij de idylle van de Maastrichtse harmonie verstoorden.

'Hij wil graag dat het gezellig is. Maar misschien manifesteerde zich in die korzeligheid ook gewoon de wens om eens wat anders te doen. Dat is misschien zijn enige zwakte geweest: hij heeft dit werk iets te lang gedaan.'

mailIcon print |