De psychische zorg na rampen en calamiteiten is vaak slecht georganiseerd. Slachtoffers worden geconfronteerd met allerlei instellingen die kwalitatief wisselende nazorg bieden....
Dat staat in een rapport van de commissie-Lanphen, dat op verzoek van minister Borst van Volksgezondheid is opgesteld. De commissie vindt dat op korte termijn een kenniscentrum moet worden opgezet, waar 24 uur per dag deskundigen bereikbaar zijn. Zij moeten GGZ-instellingen adviseren hoe zij slachtoffers op psychisch en sociaal gebied het beste kunnen bijstaan.
Belangrijke aanleiding voor het instellen van de commissie is de nasleep van de Bijlmerramp. Negen jaar na de vliegramp kampt een groot aantal bewoners nog altijd met psychische en onbegrepen lichamelijke klachten. Na de rampen in Enschede en Volendam werden adviescentra opgericht die slachtoffers met problemen doorverwijzen. Deskundigen die bij de Bijlmerramp en de vuurwerkbrand in Enschede waren betrokken, boden meteen hulp in Volendam.
Nadeel is echter dat psychische nazorg niet in de rampenwet is opgenomen. Tijdig aanbod van hulp is afhankelijk van particuliere initiatieven.
De commissie, die drie weken na de brand in Volendam werd geïnstalleerd, constateert dan ook 'lacunes' in de nazorg voor getroffenen.
Uit onderzoek blijkt dat goede hulpverlening het risico op chronische klachten kan verminderen. Maar de aanpak en de kwaliteit van de hulpverlening varieert te veel. De kennis over de effectiviteit van maatregelen en over de aard van klachten is gebrekkig en versnipperd. Onduidelijk is welke slachtoffers het meeste risico lopen op klachten en hoe slachtoffers uit andere culturen het beste kunnen worden geholpen.
De commissie verwacht dat betere psychosociale hulpverlening de kosten van medische zorg aanzienlijk reduceert: er ontstaan minder lichamelijke klachten en de kans op arbeidsongeschiktheid en leer- en concentratieproblemen neemt af.
Bovendien wordt de maatschappelijke en politieke onrust die, zoals in de Bijlmer is gebleken, na een ramp kan ontstaan, daardoor 'tot reële proporties' teruggebracht.
Het kenniscentrum kan volgens de commissie het beste worden gehuisvest in het Amsterdamse AMC en dient samen te werken met het Nederlands Instituut voor Urgentiegeneeskunde (NIVU). Het centrum moet alle informatie over het ontstaan van psychische en sociale klachten na rampen bundelen.
Het stelt protocollen en draaiboeken op voor hulpverlening en legt een lijst aan met deskundige hulpverleners. Bovendien moet er een methode worden ontwikkeld om risicogroepen te traceren en is er voorlichtingsmateriaal nodig voor slachtoffers over de omgang met journalisten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.