Duitsland is weer eens verstrikt in een debat over zijn identiteit. Maar in de Berlijnse Republiek is alles anders. Zelfs de linkse intellectuelen omarmen voorzichtig het patriottisme....
DE BERLIJNSE cabaretier Pigor beklaagt zich in een rapsong over de gereserveerde houding die de Duitser in het buitenland ten deel valt. Het refrein:
'Don't look so alliiert at me
Ich geb' es ja zu I am from Germany.'
In het couplet verdedigt hij zich: 'We have a big Türkisch community', en 'Wir sind locker und easy - look at me, wir haben Humor.' Wij Duitsers scheiden ons afval, zingt hij, en zijn aardig voor dieren.
Het publiek in de spiegeltent van 'Bar jeder Vernunft' ligt onder de tafel. Het onbehagen Duitser te zijn, is een thema waar Duitsers geen genoeg van krijgen. Het kon niet anders of de Duitse intellectuele klasse stortte zich met gretigheid op het debat over de Duitse Leitkultur, dat deze dagen woedt in de kranten, op discussiebijeenkomsten en op de televisie.
CDU-fractievoorzitter Friedrich Merz lanceerde het begrip om zijn aangeslagen partij te profileren in de vreemdelingenbeleid: de christen-democraten verdedigen het avondland tegen de oprukkende hoofddoekjes en koranscholen. Maar de discussie heeft zich in een mum van tijd verbreed tot de aloude vraag wat eigenlijk Duits is.
Waarop kan een Duitser trots zijn? Wat is het nationale idee van het land? Of is dat na de nazi-heerschappij en de grootste misdaad uit de geschiedenis definitief onmogelijk geworden? Nog steeds scanderen linkse demonstranten in Berlijn het devies dat jarenlang bon ton was in intellectuele kring: 'Nie wieder Deutschland!' Dat lijkt niet houdbaar in de Berlijnse Republiek, het nieuwe, souvereine land dat zich heeft losgemaakt uit de naoorlogse quarantaine.
Nietzsche zag al als kenmerk van de Duitsers dat ze nooit ophouden met discussiëren over de vraag wat Duits is. Sinsdien zijn veel debatten gevoerd. Maar nu heeft de zoektocht naar de eigen identiteit een andere lading. Sinds 1990 is Duitsland, net als voor de oorlog, weer een tikje te groot voor Europa. Hoe de Duitsers zichzelf definiëren, hoe ze hun rol in de wereld opvatten, heeft een grote invloed op de andere Europese landen. Door de euro, de EU-uitbreiding naar het oosten en de onvermijdelijke aftocht van de Amerikanen uit Europa krijgt Duitsland een centrale rol in het Europa van de nabije toekomst.
Het is in feite al begonnen. De Duitse regering dringt er bij de EU-partners op aan het bevolkingsaantal een zwaardere rol te laten spelen bij de Europese besluitvorming. Duitse bedrijven hebben Chrysler, Random House en Napster gekocht.
Ontstaat door de hereniging en de verhuizing van de politiek naar Berlijn een 'Vierde Rijk'? Deze angstige vraag wordt na de geruststellende gebaren van de Duitse leiders niet meer gesteld. Maar in feite is het nog te vroeg om conclusies te trekken. Duitsland is net begonnen zichzelf te zoeken. In de regeringsgebouwen, redactielokalen, cafés en discussieronden van het herenigde Berlijn ontstaat iets nieuws, zoveel is zeker. Hoe dat er precies uit gaat zien, is nog onduidelijk. Maar in de huidige nationale discussie is een interessante trend te bespeuren: een minder verkrampte verhouding met het eigen land. Zelfs Duitslands linkse intellectuelen wagen zich tegenwoordig aan een verlicht patriottisme.
In Nietzsches ogen was de Duitse obsessie met zichzelf een uiting van gebrek aan zelfbewustzijn. Het ontbrak de Duitsers volgens hem aan de gelatenheid en de zelfverzekerdheid die hij bij de Fransen zo bewonderde. Diezelfde onzekerheid komt aan het licht nu de conservatieven van de immigranten eisen dat ze zich aan de Duitse Leitkultur aanpassen.
Want wie buitenlanders wil integreren, moet een elementair zelfbeeld als natie hebben. Een identiteit bezitten, zoals de Fransen, die terug kunnen grijpen op de democratische idealen van de verlichting en met de revolutie van 1789 een stichtingsmythe hebben. Open voor het vreemde staat diegene die zeker is van het eigene. Maar zeker van het eigene kunnen de Duitsers niet zijn, omdat elk nationaal idee in diskrediet is gebracht door Hitler. Wat er na de oorlog is bereikt, is niet in een eigen revolutie ontstaan, maar opgelegd door de overwinnaars.
Ooit was er het verlichte nationalisme van de liberale burgers die in 1848 probeerden uit de Duitse vorstendommetjes een staat te smeden. In plaats daarvan verenigde Bismarck Duitsland met militaire overwinningen en de bijpassende ideologie, die wortelde in de romantiek. Kern daarvan was dat Duitsland een Sonderweg bewandelde en een missie in de wereld had. De Duitse Kultur was met zijn innerlijke diepte superieur aan de Frans-Angelsaksische Zivilisation, die slechts op zielloze regels berustte. Om de wereld hiervan te bevrijden, trok Duitsland in 1914 ten strijde.
De tweede poging Duitsland aan de westerse democratische waarden te binden, mislukte met de Weimar-republiek. Onder Hitler kwam de Duitse superioriteitsgedachte in een extreme vorm terug en eindigde in een catastrofe.
Het enige nationale idee dat de West-Duitse intellectuelen vanaf de jaren zestig konden volgen, was daarom anti-nationalisme, een vorm van collectieve zelfkastijding. Ze waren voortdurend bezig de nazi-duivel uit hun volk te drijven. Zoals de Duitsers in de DDR modelsocialisten werden, zo werden de West-Duitsers superdemocraten, wereldkampioenen in waakzaamheid en zelfkritiek.
'Verfassungspatriotismus', de verering van de democratische grondwet, was het enige nationale gevoel dat de linkse denker Jürgen Habermas toestond. De Duitsers ruilden zo een agressief nationalisme in voor een zelfverloochening die soms aan het masochistische grensde. Een rustige en gebalanceerde blik op zichzelf was ver te zoeken.
Tot de Duitse eenheid kwam. Günter Grass had nog zo gewaarschuwd, geheel in de linkse traditie, dat Auschwitz de hereniging onmogelijk maakte. De vreedzame revolutie in de DDR gaf hem ongelijk. Ook na deze positieve ervaring bleven de Duitse intellectuelen en politici tot vreugde van het buitenland weigeren de nationale trom te roeren. De Duitser bleef zichzelf liever Europeaan noemen en dacht internationaal. De Amerikaanse ambassadeur en Duitsland-kenner Kornblum spotte onlangs dat de Duitsers het liefst nog 'intergalaktisch' zouden worden.
Helmut Kohl bond de Duitsers vast aan de Europese Unie, om ze te beschermen tegen hun eigen macht. Ze moesten er zelfs hun mark voor opgeven. In dezelfde tijd was Duitsland het Europese land dat de meeste vluchtelingen uit Joegoslavië en andere brandhaarden opnam. Overal in het land groeide de joodse gemeenschap explosief, omdat Duitsland zichzelf heeft verplicht joden uit het voormalige sovjet-blok een Duits paspoort te geven.
Het eerste jaar in Berlijn heeft het Duitse onbehagen nog niet weggenomen. Angstige discussies werden gevoerd over de absurdste onderwerpen: of de Rijksdag wel Rijksdag mocht heten, of het opschrift 'Dem deutschen Volke' boven de entree nationalistisch bedoeld is, of de nieuwe ambtszetel van de bondskanselier tegenover de Rijksdag niet een uitdrukking van Duitse grootheidswaan is. En ook bij het Leitkultur-debat komt men weer uit op de Duitse schuld aan de Tweede Wereldoorlog.
'Was er maar een truc om bij Duitsland niet automatisch aan nationaal-socialisme te denken', schreef de publicist Harald Martenstein. Volgens hem zijn Duitsland en nationaal-socialisme 'Siamesische tweelingen van de geest, die al vijftig jaar op een chirurg wachten die ze splitst, en die komt misschien op zijn vroegst over honderd jaar'.
Dat lijkt erg pessimistisch. Hoewel de schuld aan de moord op de joden terecht niet licht uit het collectieve bewustzijn zal verdwijnen, neemt de nervositeit omtrent de Berlijnse Republiek al af. Het regeren vanuit Berlijn wordt vroeg of laat een vanzelfsprekendheid.
E
N NA de Duitse eenwording komt onherroepelijk ook de wederopleving van een nationaal idee. Met de val van de Muur verdween de fixatie op Hitler en holocaust. De historicus Heinrich August Winkler betoogt in zijn dit jaar verschenen geschiedenis van Duitsland dat Duitsland op 3 oktober 1990, de dag van de hereniging, na lange omzwervingen en zware vergissingen is aangekomen in het Westen. Nu kunnen de Duitsers volgens hem aanknopen bij die andere Duitse nationale traditie, die van de liberale 'Bildungsbürger'. De eenheid in vrijheid, het ideaal van 1848, 1918 en 1989, is eindelijk bereikt, concludeert Winkler.
Hij is niet de enige intellectueel die Duitsland weer kan omarmen. Aan conservatieve zijde doorbrak schrijver Martin Walser een taboe door te protesteren tegen het gebruik van Auschwitz als 'morele knuppel'. Historicus Arnulf Baring publiceerde vorig jaar een boek met de titel Es lebe die Republik! Es lebe Deutschland!, waarin hij concludeerde dat 'ook wij reden tot zelfvertrouwen, waardigheid en bescheiden trots hebben'. In de hedendaagse Duitse literatuur schilderen auteurs weer beelden van de Heimat die vriendelijk zijn en niet onmiddellijk te maken hebben met het duistere verleden.
Opzienbarend is de nieuwste uitgave van het linkse kwaliteitskwartaalblad Kursbuch. Onder de titel 'Het geloofde land' betuigen auteurs van wie dat niet verwacht werd voorzichtig hun liefde voor Duitsland. Zelfs dichter-essayist Hans Magnus Enzensberger spreekt zonder schaamte over de 'voordelen van het eigen land'. Hij noemt enkele kleine op die hem zo invallen: 'de fantastische keuze aan gerookte en gekookte ham, de altijd geopende benzinestations, de brave boekhandelaar op de hoek, de wild bloeiende damesschoen en de voortdurend bereikbare telefonische hulp'.
'Misschien is het al met al verstandiger in te zien dat de Duitsers niets bijzonders zijn', schrijft Enzensberger. 'Een zekere mate van zelfbewustzijn is beter te verdragen dan het penetrante gezeur van degenen die aan hun Duitse afkomst hangen of het om hun beroep gaat. Een beetje meer patriottisme zou het de Duitsers makkelijker kunnen maken in het reine te komen met zichzelf en met de anderen.'
Dit soort redeneringen maakt duidelijk: Duitsland is geestelijk in beweging. Het denken begint zich langzaam aan te passen aan de nieuwe positie van Duitsland in de wereld. Dat was te verwachten en is ook niet erg. Want wat heeft Europa aan een Duitsland dat zich onnatuurlijk klein houdt? Vroeg of laat komen onuitgesproken, verdrongen nationale gevoelens toch naar boven.
Een minder vertwijfeld zelfonderzoek van de Duitse intellectuelen zou ook stroken met de realiteit van de samenleving. Want terwijl het publicistendom zich het afgelopen decennium verstrikte in debatten over de Historikerstreit, het Holocaustmonument, Daniel Goldhagen en Martin Walser, werd in Duitsland ook een generatie volwassen die de zware last van het verleden minder voelt drukken.
Die leeft in een gemondialiseerde wereld, waar de cultuur internationaal is: van Hongkong tot in de Harz zijn dezelfde films, televisieseries en computerspelletjes geliefd. De Duitsers bieden, juist door hun ontworteling na de oorlog, minder verzet tegen deze Amerikanisering dan de Fransen. Een verordening van de staat die een percentage aan Duitse liedjes of films aan het publiek oplegt, zou ondenkbaar zijn.
Dat neemt niet weg dat de mondialisering de Duitsers onzeker maakt, dat hebben de politici van de CDU goed aangevoeld. Er is genoeg reden voor. Plotseling is Duitsland van de economische reus tot de zieke man van Europa geworden. De verzorgingsstaat moet worden hervormd, zekerheden verdwijnen. Daarnaast wordt van de Duitsers gevraagd te accepteren dat hun land een immigratieland is. Zelfs de CDU zegt dat nu, gecamoufleerd door de luide taal over Leitkultur.
De Engelsen, Fransen en Nederlanders raakten hun kolonies kwijt en leerden schoksgewijs dat ze multiculturele samenlevingen waren geworden. Duitsland hield tot vorig jaar vast aan de illusie geen immigratieland te zijn. Geen wonder dat ook nu nog een meerderheid van de Duitsers vindt dat er te veel buitenlanders in hun land zijn.
Om deze angsten weg te nemen, is een beter beleid nodig. In Duitsland wachten ongeveer vijfhonderdduizend kansloze asielzoekers op hun uitzetting. Maar ze blijven komen, omdat er geen andere manier is om het land in te komen. Een gunstig effect van het Leitkultur-debat is dat aan deze wantoestand nu misschien sneller iets wordt gedaan, omdat er zonder taboes over de problemen kan worden gepraat.
Dan zou best eens kunnen blijken dat Duitsland heel goed in staat is minderheden te absorberen. De traditie is er: de Polen die zich in het Ruhrgebied vestigden; de miljoenen Heimatvertriebenen uit het verloren oosten van Duitsland die een leven opbouwden in West-Duitsland; en toch ook de Turken, die er voor hebben gezorgd dat de Duitsers Döner Kebab eten als ze plotseling honger krijgen. In Duitsland wonen meer dan zeven miljoen buitenlanders, bijna tien procent van de bevolking. Ook is in Duitsland door de nazi-tijd, de oorlog en de wederopbouw de standenmaatschappij verdwenen, die elders nog voortbestaat.
Al met al heeft Duitsland geen slechte vooruitzichten om een modern en vrij land te worden, dat zonder slecht geweten de dominante positie inneemt die het op grond van zijn bevolkingsaantal, economie en geografische positie inneemt. Als de Duitsers in hun rol groeien, zullen ook de Europese buren dat op den duur accepteren. Misschien komt er dan zelfs een moment dat cabaretier Pigor naar het buitenland kan gaan, zonder dat hij de 'geallieerde' blikken voelt priemen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.