*

 
dossier

Archief

Koe baart gaur

Rik Nijland − 25/11/00, 00:00

Als binnenkort koe Bessie in Worcester, Massachusetts, een kalf krijgt, zal ze wel even schrikken bij de eerste aanblik van haar boreling....

Gaurs zijn tot twee meter hoge en negenhonderd kilo zware runderen met een gebochelde rug. Ze leven in bosrijk heuvelland in Zuid- en Zuidoost-Azië, van India tot Vietnam. Maar door de jacht en het verlies van leefgebied holt hun aantal achteruit.

Volgens het bedrijf Advanced Cell Technology (ACT) in Worcester, dat Bessie op stal heeft staan, zal het experiment met de koe bewijzen dat de kloontechniek kansen biedt, zeldzame diersoorten van de ondergang te redden. Om die overlevingsstrategie uit te dragen, is het kalfje, dat voor deze maand is uitgerekend, Noah gedoopt.

ACT heeft bij het klonen - de werkwijze is enigzins vergelijkbaar met de 'fabricage' van schaap Dolly - gebruikgemaakt van huidcellen van een dode gaur-stier. Zo'n huidcel met daarin het erfelijk materiaal van het wilde rund, werd ingebracht in de eicel van een koe, die daarvoor van de celkern met het eigen DNA was ontdaan.

Op deze manier schiep het bedrijf bijna zevenhonderd embryo's. Uiteindelijk bleken 42 daarvan geschikt om in te brengen bij 32 koeien. Acht koeien werden uiteindelijk drachtig. Daarvan kregen er vijf een spontane abortus, bij twee dieren werden de vruchten verwijderd om te zien of de gaurs zich voorspoedig ontwikkelden, zodat uiteindelijk alleen drachtige Bessie overbleef.

ACT speculeert inmiddels over de mogelijkheid een hele hightech-ark te creëren door ook andere, veel zeldzamere (of zelfs uitgestorven) dieren te klonen. Zo zouden ook exemplaren van diersoorten die zich in gevangenschap niet voortplanten, te behouden zijn voor de genenpool.

In het tijdschrift Scientific American van november noemt het bedrijf onder meer de begin dit jaar uitgestorven bucardo (Spaanse berggeit) waarvan in Spanje weefselmonsters bewaard zijn gebleven en, bijna onvermijdelijk, de reuzenpanda. Inmiddels is begonnen met het verzamelen van voldoende eicellen van in de VS geschoten zwarte beren om die te 'bevruchten' met pandacellen, onder meer van de gestorven Ling-Ling. Als draagmoeders zullen eveneens zwarte beren fungeren.

Het Wereld Natuur Fonds is er nog niet uit of de kloontechniek een bijdrage mag leveren aan het redden van zijn eigen beeldmerk. Daarentegen is directeur Koen Brouwer van de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen sceptisch over toepassing van de kloontechniek.

Bescherming van een diersoort, zegt hij, is toch in eerste instantie een kwestie van het beschermen van het leefgebied. Bovendien zitten volgens hem de fokprogramma's niet te wachten op gekloonde, en dus genetisch identieke dieren. In de praktijk kan immers al gebruik worden gemaakt van moderne voortplantingstechnieken, zoals kunstmatige inseminatie (panda's), en embryotransplantatie naar andere dieren (bongo's geboren uit elandantilopen). Daarbij zijn ei- en spermacel versmolten, zodat de genetische variatie wél op peil blijft.

'Met die gaur loop je ook kans op gedragproblemen', meent Brouwer. 'Het zijn kuddedieren; jonge gaurs moeten met andere gaurs opgroeien.'

mailIcon print |