*

 
dossier

Archief

Een man die zich terugvecht in de wereld JONA OBERSKI VERWERKT HET SUCCES VAN 'KINDERJAREN' IN NIEUWE ROMAN

ALEID TRUIJENS − 05/12/97, 00:00

HOE OVERLEEF je een klein meesterwerk? Zo'n twintig jaar geleden schreef Jona Oberski (1938, kernfysicus) zijn eerste roman, Kinderjaren. Dit deels autobiografische verhaal, over een joods jongetje dat als vierjarige met zijn ouders het concentratiekamp ingaat en er drie jaar later alleen uitkomt, was een onverhoeds debuut....

Kinderjaren werd een overweldigend succes. In vijftien talen uitgegeven, werden er honderdduizenden exemplaren van verkocht. In 1992 werd het verfilmd. De auteur, niet te verleiden tot veel publiciteit, werd voor het gemak maar bestempeld tot het type 'schrijver van één boek'. Iemand die het trauma van zijn leven van zich af had geschreven en daarna rustig kon doorgaan met z'n gewone leven. Die typering is op zijn minst wonderlijk: waarom zou iemand met een pijnlijk verleden niets dan dat ene verhaal te vertellen hebben? En daarbij: waarom zou je veronderstellen dat het schrijven van dit soort literatuur therapeutisch bedoeld is - en iets geholpen heeft?

Nee, helpen doet het niet. Dat maakt Oberski duidelijk in een nieuw boek, De eigenaar van niemandsland, een lijvige roman waarvan alleen al de publicatie een statement is. De eerder verschenen novelle De ongenode gast (1995) werd in deze roman verwerkt. Wie ooit als kind van zijn ouders werd beroofd, terwijl de rest van de wereld toekeek, zal nooit meer vanzelfsprekend zijn plaats vinden tussen de mensen - daarover gaat dit boek. Een wees in niemandsland, die zich aan niemand durft te binden uit angst voor herhaling van het lot. De hoofdpersoon, schrijver van het succesvolle, alom geprezen, vertaalde en verfilmde boek Kind in de oorlog is na de openbaarmaking van 'zijn geschiedenis' - niemand gelooft dat er een hoop verzonnen is in het boek - eenzamer dan ooit. Hij wordt bejubeld maar niemand verwacht meer iets van hem. Hij is een overlevende en vreest daarmee ongewild het bewijs te zijn dat het allemaal wel meeviel, in die oorlog.

De verlammende situatie die kan ontstaan na een verpletterend literair debuut - 'kan', want het is niet waarschijnlijk dat deze roman autobiografisch is - beeldt Oberski in deze roman letterlijk uit. Aram Tifo, kernfysicus, leest tegen zijn gewoonte in een avondje voor uit eigen werk. Na een paar vervelende vragen - of hij wel 'correct' was omgesprongen met het geld dat hij had verdiend aan z'n leed bijvoorbeeld - zijgt Aram ineen. Er is op hem geschoten. De dader is onvindbaar.

Weer overleeft hij. Ternauwernood, en ondersteund door een reddende engel, sprekend zijn moeder. Deze Carlotca, een springerig, vitaal meisje dat de schrijver de avond voor de aanslag had bezocht met de mededeling dat ze een film over hem ging maken, blijkt verpleegster in het hospitaal waar de man met schotwonden in wang en borst naar toe wordt gebracht. Zij, dochter van een oude vriendin van Aram, verzorgt hem liefdevol, maar hij ontsnapt.

Met een berenmasker op om zijn verminking te verbergen reist hij rond om de schutter te zoeken. Een lange rij potentële moordenaars, mensen die hij heeft gekend, krijgt bezoek van de berenman; een voor een worden hun namen op de lijst doorgestreept. Inmiddels raakt Aram langzaam halfzijdig verlamd, doof en stom. Carlotca duikt weer op. Zij ontvoert hem naar een chalet in de bergen en brengt hem met warmte en liefde weer tot leven. Hij geneest, maar in ruil daarvoor blijkt hij zijn ziel te hebben verkocht. Het onverzadigbare meisje verzwelgt hem met lichaam en geest, alles in dienst van 'hun' film. Dagenlang praten ze over Arams nieuwe boek: over een zestiende-eeuwse Amsterdammer die door een wetenschapper levend uit een blok ijs werd bevrijd en er alles voor over heeft terug te gaan naar zijn land van herkomst - de parallel met het leven van Aram is duidelijk.

Aram weet niet wat hij aan moet met zijn verliefdheid op Carlotca. Hij vraagt zijn goede vrienden om raad - allemaal mensen op wie de oorlog een onuitwisbaar teken heeft achtergelaten. Thuis speelt hij met een stel opblaaspoppen, die ieder een afsplitsing vormen van zijn ingewikkelde persoonlijkheid: Actik de ondernemende, Redik de kletskous, Mystik de intuïtieve, Cynik de ontgoochelde, enzovoort.

Het hele verhaal, dat hij voorleest aan zijn vriendin Anita, loopt bizar af: niemand blijkt te zijn wie hij voorgeeft te zijn, en het complot wordt onthuld. Arams omweg bleek alleszins de moeite waard: de luisterende Anita zal de eerste vrouw zijn aan wie hij zich durft te binden. 'Redden we het?' 'Op een afstandje, ja.'

De eigenaar van niemandsland bevat prachtige, koel vertelde passages. Zoals het verslag van de eerste ontmoeting met Carlotca en de terugkeer in de schijnwerpers, tijdens de lezing. De zoektocht langs de mogelijke daders, afgemeten en grimmig verteld. De scène waarin Aram speelt met zijn poppen, is meesterlijk. Geestig en hardhandig analyseert Aram zijn probleem door het, als een buikspreker, te verdelen over zijn karikaturen. Passages die je zo als geslaagde verhalen uit de roman kunt lichten.

Maar de compositie van de roman is rommelig en omslachtig. De gesprekken met de vrienden zijn integraal opgenomen en verduidelijken misschien veel voor Aram, maar daar hoeft de lezer niet voortdurend bij te zitten. De ingewikkelde en op den duur toch voorspelbare 'plot' - aanslag, dader en motief - is niet noodzakelijk. Ontdoe je de roman van al die omtrekkende bewegingen, dan houd je een overtuigend en ontroerend verhaal over van een man die zich terugvecht in de wereld. Naar zijn leven in Amsterdam, 'de stad die hem met z'n ouders, zonder zich om hen te bekommeren, naar het kamp liet afvoeren, de stad die hem na de oorlog binnen liet komen en uit niets liet blijken dat het gebeurde 'm aanging.' Hij hervat zijn werk op het lab, waar sinds de spectaculaire ontdekking van het 'binnenste-buitengekeerde heelal' niets meer hetzelfde is. Dat komt goed uit, want voor de binnenste-buitengekeerde, herboren Aram begint alles opnieuw. Met Anita, misschien. En altijd met zijn moeder, die uit haar fotolijst goedkeurend naar hem kijkt.

Oberski schreef geen vervolg op Kinderjaren, geen revanche, geen herkansing. Hij schreef een roman die de competitie met zijn bijna dodelijk succesvolle voorganger niet hoeft aan te gaan. Een nieuwe, interessante roman.

Aleid Truijens

Jona Oberski: De eigenaar van niemandsland.

BZZToH; 312 pagina's; ¿ 34,90.

ISBN 90 5501 444 3.

mailIcon print |