*

 
dossier

Archief

RAMSES SHAFFY

KEES FENS − 05/04/97, 00:00

DE drieënzestigjarige Ramses Shaffy - ik schrijf het getal voluit neer, leeftijd en naam geven een humoristisch effect - lijkt steeds meer op de vader van de jongen die hij was....

Hij is zo aards, dat hij bijna het tegenovergestelde bereikt heeft: onaardsheid. Ik heb wel eens gedacht, als Franciscus minder heilig was geweest en ook nog wat ouder was geworden, dan zou Shaffy nu op hem lijken. Hij kan leven of er geen wereld is, althans of de beperkingen ervan er niet zijn. Dat moet ook het gevolg zijn van een bijna heilige naïveteit, die in de Nederlandse cultuur nooit voorkomt, want die cultuur is praktisch en daarom uitgerekend. Door die argeloosheid overkomen hem allerlei ongelukken - jaren geleden werd hij onder een viaduct in Amsterdam in elkaar geslagen, nog maar kort terug brak hij een heup, hij lijkt me ook iemand die voortdurend verdwaalt en door de vele adressen niet precies weet waar hij nu woont - maar het optimisme, de heilige naïeveling eigen, doet hem verder gaan. 'Wij zullen doorgaan', - dat is in elk geval ook zijn eigen waarheid en werkelijkheid. Met hoeveel onderbrekingen ook. Misschien is ook hierom zijn leeftijd ongeloofwaardig: hij is voortdurend enkele jaren onzichtbaar; hij bestaat dan niet en wij tellen die jaren niet mee.

Nu staat hij weer, vier jaar na zijn laatste optreden, voor het publiek te zingen. Misschien doet hij van alles zingen het liefst. Jaren lang ging hij op zondag naar de Dominicuskerk in Amsterdam en zong in overgave en geluk alle liederen mee. Ik zie hem daar in die negentiende-eeuwse kerk in zijn volle lengte staan, zelf een wat neo-gotische figuur. De teksten moeten voor hem even onbegrijpelijk zijn geweest als veel van zijn liederen voor mij. Het geeft eigenlijk niet wat hij zingt. Als hij maar zingt. Dat een van zijn bekendste liederen alleen maar klank is, is typerend. Hij zou, als Franciscus, voor de vogels kunnen zingen. Zingend raakt hij in vervoering en los van de aarde. En dat is iets om jaloers op te zijn. Trouwens, altijd doen waar je zin in hebt, is ook benijdenswaardig.

Zijn vader was een Egyptenaar en zijn moeder Pools-Russisch. Het semitische en het slavische samen, - wat moet dat in een aangeharkt land als het onze. En daar kwam hij op zijn zesde terecht, bij een tante. 'Bij een tante', Nederlandser kan het al niet. Hij heeft het verhaal in talrijke interviews verteld. Hij kwam in een pleeggezin en daar was muziek. Misschien heeft die hem gered. Maar hij moet toch al vroeg hebben ontdekt dat je in een jou vreemde cultuur het best toneel kunt spelen; dan ben je in elk geval gewoon iemand anders. Hij ging naar de toneelschool, maar ons land zelf werd zijn theater.

In 1955 was hij, net van de toneelschool, het wonderkind van de Nederlandse Comedie. Ik hoor nog een vriend van mij zeggen: er speelt nu een geniale Egyptenaar in Amsterdam. En hij schijnt ook nog geniaal piano te kunnen spelen. Maar zijn eigen ordeloze buiten-theater en de schouwburgdiscipline, raakten natuurlijk met elkaar in conflict. Misschien is dit het aardigste aan hem: hij heeft nooit carrière willen maken. Dat is te rechtlijnig en het schakelt ook de eigen wil te veel uit.

In 1964 kwam hij met zijn eerste liedjesprogramma: 'Shaffy Chantant'. En in 1968 had hij in het zo klassieke Felix Meritis zijn eigen theater, dat ook nog zijn naam droeg. (Het allerhoogst bereikbare: 'ik ga vanavond naar Shaffy', en dan bedoelde men het theater). Hij had allang de geest die in de jaren zestig in de Nederlandse maatschappij begon op te spelen. Het rumoer begon. En het was onvermijdelijk: hij en zijn muziek werden vanzelf de vertegenwoordigers van die nieuwe, wat rafelige tijd, waarin ieder begon te doen waar hij zin in had.

Ik herinner me uit die jaren heel wat Shaffy-achtige figuren op straat te zijn tegengekomen, maar nooit met die vitaliteit, die grote passen en die blik omhoog die hem van verre herkenbaar maakte. (Hij droeg ook soms een zeer grote hoed, - en daarmee was hij de tijd een kwart eeuw voor). Op een afstand kan hij modieus lijken, maar hij was de eerste. Misschien was het wat modieus aan hem dat hij zich door de mooie ogen van Bhagwan liet betoveren en zich in het oranje stak. 'Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder.' Dat is het repertoire van een naïeveling. Shaffy moet de goeroe echt hebben bewonderd, misschien juist om zijn zeer aardse onaardsheid. En mediteren deed hij al, als velen in de jaren zestig en zeventig die door hun innerlijke bodem heenzakten, omhoog.

Toch lijkt de heilige rivier van zijn leven de drank. Jarenlang een fles wodka per dag, verklaarde hij zelf, vanuit de nieuw verworven wijncultuur op vroeger terugkijkend. Hij heeft er weinig aan gedaan zijn lichaam te sparen, en dat vind ik altijd bewonderenswaardig in die zuinige cultuur van gezond leven, lijfsbehoud en drinken voor de gezelligheid. Zelf heeft hij gezegd dat als Liesbeth List er niet was geweest, hij ten onder was gegaan. Wij hadden hem dan niet oud kunnen zien worden en daar was ons dan veel geluk en verbazing mee ontnomen. Wij moeten haar zeer dankbaar zijn. En toen hij weer begon op te treden, had zijn stem die gebarsten jeugdigheid gehouden. Hij zong als zijn eigen grammofoonplaten.

0O F HIJ goed kan zingen, doet niet ter zake. Hij zingt met zijn hele lichaam. Maar vooral: zijn zingen verraadt een aanhoudend plezier in het zingen zelf. Geluk en zingen vallen samen. Vandaar dat de woorden er niet veel toe doen. Ik heb de tekst van zijn liedjes altijd maar als een zeer hoge en voor mij onbegrijpelijke vorm van lyriek opgevat. Ik moest een enkele keer denken aan de sequensen van de middeleeuwer Perotinus Magnus: een voordutend a-a-a-a-a-a-a,-a-a-a-a-a, steeds van toonhoogte verspringend. Zeer fascinerend.

Juist de onderbrekingen in de optredens houden hem legendarisch. Steeds als hij weer een legende was geworden, kwam hij terug. En de werkelijkheid en de legende vallen samen. Er is niets veranderd. En hij werd opnieuw een legende. Hij is al jaren dezelfde. Al heeft hij nu een wat Hollands gezicht gekregen of misschien toch weer niet, want zo mooi geteisterd ziet een Nederlander er zelden uit. Er gaan ontelbare verhalen over hem. Hij is daarmee een der laatsten. Zelf heeft hij in interviews de mooiste verteld, met de graagte van iemand die graag zijn leven terugspeelt. En dat allerminst in slow motion. Zijn eigenwijze manier van leven, zijn ongedisciplineerdheid wekten irritatie. Maar ik denk vooral: jaloezie.

Wie alles overziet en een zeer onstuimig privé-leven daarbij optelt, wordt zeer moe. Hij moet de wereld om hem heen gesloopt hebben. En hij bleef zelf overeind. Dertig jaar geleden antwoordde hij in een interview met de Haagse Post op de kennelijk onvermijdelijke vraag: 'Ben je bang voor de dood?': 'Ik heb altijd gedacht dat ik lang zou leven, maar daar geloof ik nu niet meer zo in.' Hij was toen vierendertig. Het moet hem allemaal zijn meegevallen. In zijn leven zal het doek te laat vallen. Want ook de God die hij zo veel kerkelijk heeft toegezongen, blijft geboeid kijken.

Ramses Shaffy, - de naam van iemand die niet echt heeft bestaan. Mooiere gedachte kun je in je leven niet opwekken. Je bent leeftijdloos. Hoe oud is Sammy eigenlijk?

mailIcon print |