EEN ONZEKERE man moet het Stedelijk Museum binnen, omdat hij daar een radioprogramma gaat presenteren. Bij de kassa zou een notitie liggen dat hij er zonder kaartje in mag....
Er zitten 75 bladzijden Chaos en Rumoer op, als zich de scène aandient die zojuist kort is weergegeven. Liefst viereneenhalve pagina heeft de auteur Joost Zwagerman gemeend te moeten uittrekken voor dat evenement van helemaal niets. Het flintertje handeling, welbeschouwd te onnozel voor woorden, is uitgewalst tot een hoofdstuk - nummer 9 van deel 1, om precies te zijn.
Op dat punt aanbeland, bekruipt de lezer het angstige vermoeden dat Zwagerman een kort verhaal heeft opgerekt tot een boek. Zekerheid hieromtrent wordt ras verkregen, als het erop volgende hoofdstuk enkel en alleen beschrijft dat de debuterende radiopresentator een draaiboek krijgt en een koptelefoon op. En dat hij steeds zenuwachtiger wordt. Deze episode is uitgesmeerd over elf bladzijden. Elf!
De gevolgen van een en ander zijn desastreus voor de vaart, nu net iets waarmee Zwagerman zich in vroeger werk gunstig onderscheidde van veel stroeve vakbroeders. Daarnaast brengt zijn uitmelkerij van minimale voorvallen onverbiddelijk aan het licht dat hij heeft gefaald in zijn streven naar een satirische roman. Daarin horen man en zaak te worden aangedikt en uitvergroot, maar die stelregel moet niet in kwantitatieve zin worden begrepen. Hoe scherper des te vlijmender, luidt het devies.
Zwagerman mist de boot door te kiezen voor oeverloosheid, wellicht voortvloeiend uit gebrek aan stof. De zweepslagen die hij denkt uit te delen, pakken uit als de speldenprikken van iemand die als het erop aankomt alles en iedereen te vriend wil houden. Die houding smoort de spot in de kiem, en dempt de satire dramatisch af tot gevaarloos vermaak. Scherts ende Luim was een geschikter titel voor deze exercitie geweest.
De bescheten radiopresentator heet Otto Vallei. Eigenlijk is hij een schrijver, met een bescheiden oeuvre van drie redelijk ontvangen, maar nauwelijks verkochte boeken. Hij is 33, getrouwd, woont in Buitenveldert, en zit in een impasse. De gevreesde schrijfkramp heeft hem in de houdgreep. Op instigatie van zijn vrouw Karin gaat hij de deur uit, door het aanbod aan te nemen copresentator te worden van het culturele radioprogramma Chaos en Rumoer, een potsierlijke betiteling voor een uitzending met doorsnee praatjes en plaatjes die via zender 5 de lucht in gaan ten behoeve van anderhalve geïnteresseerde en een paardenkop.
Zwagerman heeft een paar jaar geleden een blauwe maandag gewerkt voor het VARA-radioprogramma Ophef en Vertier. De overeenkomst met de titel van zijn boek zegt veel over de minieme verschuivingen van werkelijkheid naar romanwerkelijkheid waarmee Zwagerman al hoopt te lonken naar het genre van de satire. Over de boektitel is ongetwijfeld even diep en lang gepiekerd als over het vinden van de naam Vallei voor een schrijver die in een dal zit.
Die schrijver dan komt in contact met de wereld van de moderne media waar vluchtigheid en vervlakking regeren, een confrontatie die hem leert dat het geteisem dat daar de touwtjes in handen heeft werkelijk niets begrijpt van het isolement dat schrijvers en andere scheppende kunstenaars nodig hebben, en dat zij tegenwoordig met hand en tand moeten bevechten.
Ook de uitgeverswereld is niet meer wat zij was. Vallei vindt geen gehoor voor zijn perikelen bij het tweemanschap Arnoud Zegel en Wout Rookershoofd dat uitgeverij Orakel bestiert. In de portretten van citeerkeizer Zegel en opgewonden ratelaar Rookershoofd zijn de voormalige Arbeiderspers-voormannen Theo Sontrop en Martin Ros te herkennen. Heren die, dat wil zeggen: in deze roman, ondanks hun belezenheid en gedrevenheid net zo goed onderhorig zijn aan de wetten van het zakendoen, en die onbezwaard hun geld steken in moderne communicatie-snuisterijen of het verfraaien van hun werkpand, terwijl ze de onverkochte stapels van Vallei's boeken tegen dumpprijzen in de ramsj gooien. De aanzegging daarvan, die je mijlenver ziet aankomen, beslaat vijf pagina's. Vijf!
De radiocultuur wordt van haar meest stereotiepe kant benaderd. Een acteur, regisseur, danser of auteur mag alleen worden uitgenodigd in Chaos en Rumoer als hij of zij bekt, de presentatoren krijgen het dringende advies hun vragen op het simpelste niveau te houden ('Waar gaat uw boek over?'), hun voorbereiding bestaat uit het vluchtig doornemen van stapels faxen en drukproeven, kortom: onder het mom van hyperactiviteit en de-vinger-aan-de-pols komt er niets van beklijvende waarde van de grond.
Een radiouitzending is een kreet in de ether. Een boek galmt langer na, als het goed is.
Het is niet goed.
Vallei's onderdompeling in de hijgerigheid van de media komt tot een (ook veel te traag voorbereide) climax, als de ex-schrijver met een bandrecorder aanwezig moet zijn in een statig hotel bij de feestelijke bekendmaking van de Eurobankprijs. Nou, met literatuur heeft die vertoning niets uitstaande, dat kan Zwagerman ons wél vertellen. 't Is smoking hier, koonluchter daar, fotografen en drankflessen alom. De prijs in kwestie kan niet worden uitgereikt als gepland, want vanwege een bommelding moeten alle aanwezigen in haast het hotel verlaten.
Het imposante uiterlijk en dito optreden van de stoïcijnse jury-voorzitter doen denken aan Henk Vonhoff, toen die vorig jaar schrijdend over het Damrak de allerlaatste AKO-prijs in bulderende volzinnen toekende aan Frits van Oostrom. Meer dan een glimlach vermag die gelijkenis niet op te roepen, want Zwagerman vangt en vat er niets mee aan. Zo heeft het genomineerde oude meisje Elize van Beekbergen iets van Connie Palmen, en weer een andere kanshebber is een beetje J. Bernlef. Maar wat kopen we voor zulke sleutels, als Zwagerman met Chaos en Rumoer in feite niets anders uitdrukt dan dat het weer eens tijd werd om met een nieuwe titel te komen. Hij wekt de schijn zijn eigen impasse, die zich aankondigde met de graatmagere essaybundel In het wild, hier uit te serveren.
In populariteit is Otto Vallei twee maatjes kleiner dan Joost Zwagerman. Ed Waterland, de succesauteur van het Orakelfonds, is daarentegen weer enkele maatjes groter. Deze contra-afsplitsing van Zwagerman is genomineerd voor de Eurobankprijs, en wel met een boek over een schrijver die in een impasse zit, bij de radio gaat werken, de stressfles tot op de droesem moet ledigen, en die uitgerekend door de bestsellerschrijver Waterland weerom wordt gekatapulteerd richting schrijfhok.
Eind goed, al goed.
Maar ondertussen: wat een debacle. Het kleurloze radioprogramma krijgt de eer van een hele roman; het geroddel en gerommel waarmee schrijvers worden belast als het de pers belieft ze in de schijnwerpers te zetten, is voor Zwagerman niettemin dermate aantrekkelijk dat hij het zijn langdurige aandacht waard acht. Het grote probleem van zijn schrijverschap komt in een schel licht: hij heeft de tijdverschijnseltjes dringend nodig, bij gebrek aan een eigen dwingende thematiek. Zijn boeken moeten het hebben van een onmiddellijke actualiteitswaarde, niet ongelijk aan die van de krant of het weekblad. Maar die pretenderen ook niet meer, en zijn bovendien compacter en afwisselender.
Zwagerman had een facet van het literaire circus moeten chargeren en indikken. In plaats daarvan kiest hij voor breed uitgesponnen plaagstootjes. Het mediatuig kan opgelucht ademhalen; er valt geen slachtoffer. We zien alleen Joost Zwagerman onderuit gaan.
Vallei's uitgever Arnoud Zegel mag dan gemangeld worden door de nieuwe tijd, zijn raadgeving aan Otto staat er omineus bij, nog aan het begin van Chaos en Rumoer: Waar het op neerkomt is dit: lezers kun je met twee dingen op de vlucht jagen. Met een gebrek aan vakmanschap en door ze te veel met het vak als vak te vervelen. Schrandere kerel toch, die Zegel.
Arjan Peters
Joost Zwagerman: Chaos en Rumoer.
De Arbeiderspers; 248 pagina's; ¿ 34,90.
ISBN 90 295 6164 5.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.