IN HET voorjaar van 1942 zette de beruchte nazi-ideoloog Alfred Rosenberg in Vilnius, ook wel 'het Jeruzalem van Litouwen' genoemd, een operatie in gang om de judaica-collecties van de stad bijeen te brengen, waarna uitgemaakt moest worden welke geschriften in aanmerking kwamen voor vernietiging en welke naar het Institut zur...
Deze groep, de zogenaamde 'papirbrigade', slaagde erin duizenden boeken en documenten naar het getto van Vilnius te smokkelen en ze zo althans tijdelijk in veiligheid te stellen. Toen in september 1943 het getto door de Duitsers werd geliquideerd, ging een deel van de geschriften alsnog verloren. Een aantal leden van de 'papirbrigade' kwam om.
Sutzkever wist echter te ontsnappen naar de bossen rond de stad en sloot zich aan bij de partizanen, met wie hij in juli 1944 terugkeerde naar Vilnius. In 1947 emigreerde Sutzkever naar Israël, waar hij tot op heden woont.
De twee verhalenbundels Groen aquarium en Dagboek van de Messias zijn onmiskenbaar het product van Sutzkevers oorlogservaringen. Groen aquarium, dat hij in de eerste helft van de jaren vijftig schreef, bestaat uit vijftien korte verhalen, miniaturen bijna, die zich zelfstandig laten lezen, maar onderling sterk verband houden. Ze gaan over de slachting die in Sutzkevers directe omgeving werd aangericht en de onmogelijkheid om, anders dan in dromen en gescheiden door de glaswand van een groen aquarium, contact te hebben met zijn geliefde doden.
Zijn personages zijn mensen van vlees en bloed, maar ook dieren of zelfs een jasje van schaapsvel dat voor de verteller een lammetje, een vriendje blijft, aan wie hij een in memoriam wijdt. De Duitsers worden nergens ten tonele gevoerd, ze blijven een boze kracht op de achtergrond.
Sutzkever is er niet op uit om een verklaring voor het drama te vinden, hij richt zich veeleer op het detail, het individu: zijn jeugdvriendinnetje, zijn buurman en de schoorsteenveger, wier beelden in zijn netvlies zijn gebrand. Deze beelden schetst Sutzkever in een proza, zo poëtisch en daarbij in vlagen zowel lieflijk als adembenemend, dat de horror die eraan ten grondslag ligt als een mokerslag aankomt; zo zegt hij van een meisje dat door een nazi-beul wordt opgehangen: 'Als een lentebloempje bengelt ze onder het feestelijk lenteblauw.' En de afdruk van lieve kinderhandjes tussen de ijsbloemen op een raam die, gespreid als in een priesterlijke zegen, de zonnestralen doorlaten, blijken te hebben toebehoord aan een kind dat door honden werd verscheurd.
Dagboek van de Messias, geschreven in de jaren zeventig, onderscheidt zich in zoverre van Groen aquarium dat de verhalen niet alleen in Litouwen of ten tijde van de oorlog spelen, en dat de schrijver erin zelf nadrukkelijker op de voorgrond treedt. De bundel bevat tevens herinneringen aan zijn idyllische kindertijd voor de oorlog, een prille liefde, zijn leven in Israël. Niettemin fungeert ook hier de oorlog en het onherstelbare verlies aan mensenlevens als een rode draad, bijvoorbeeld in 'Een glimlach in een uithoek van de wereld'.
Dit verhaal speelt zich af in een broeierig, anarchistisch Aziatisch land, waar de gastheer van de verteller glimlachend toeziet hoe iemand in een restaurant de hersenen uit de schedel van een nog levende aap lepelt. De verteller herkent in zijn gastheer zijn eigenlijke moordenaar: 'Wees gerust, u hebt mij niet opgehangen of neergeschoten. (. . .) Maar als wij elkaar ontmoet hadden in Auschwitz - u heeft vast wel eens gelezen over die uithoek van de moderne wereld - dan zou u zeker mijn moordenaar zijn geweest.'
In hun nawoord raden de vertalers de lezer aan het boek langzaam te lezen, aangezien de grootsheid van de auteur niet aan de oppervlakte van zijn proza ligt. Inderdaad kan men de twee verhalenbundels het beste mondjesmaat tot zich nemen. Niet alleen omdat het proza zo rijk is, maar ook omdat de door Sutzkever te boek gestelde aardse hel anders te zware kost wordt. Niet voor niets verklaart een van zijn personages dat vergeleken met deze hel de echte hel een waar paradijs is.
In het openingsverhaal van Aquarium laat de schrijver weten zich terdege bewust te zijn van het gewicht van zijn woorden. In zijn schedel trekken woorden ten strijde 'als termieten in de woestijn'.
Woorden zijn voor hem 'een mijnenveld, één verkeerde stap, één verkeerde beweging, en alle woorden die je een leven lang aan je aderen hebt geregen zullen met jou aan flarden gaan'. Hier spreekt een man die indertijd liever boeken het getto binnensmokkelde dan eten, en die na de oorlog met lede ogen moest aanzien hoe de Russen, die zich al snel als bezetters ontpopten, de door hem geredde 'woorden' alsnog in de ban deden. De KGB onderwierp ze aan censuur, vernietigde ze of liet ze in de sovjet-archieven verdwijnen, zodat het handjevol overlevenden van de 'papirbrigade' hun leven weer in de waagschaal moest stellen om hun schatten te redden, uit handen van hun 'bevrijders' ditmaal.
Aai Prins
Abraham Sutzkever: Groen aquarium en Dagboek van de Messias.
Vertaald uit het Jiddisch door Willy Brill & Mira Rafalowicz.
Vassallucci; 159 pagina's; * 29,90.
ISBN 90 5000 086 X.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.