*

 
dossier

Archief

'Plunderaar' (84) moet alsnog door 't stof

ROLAND DE BEER − 10/12/98, 00:00

De befaamde Duitse musicoloog Boetticher is van zijn voetstuk gevallen: medeplichtig aan plundering van joods bezit tijdens de bezetting. 'Geen reden tot triomfalisme' voor de Nederlandse auteur die de val van de ex-nazi inleidde met een triest boek....

Van onze verslaggever

Roland de Beer

AMSTERDAM

Drieënvijftig jaar nadat Hitlers rechterhand en chef-plunderaar Alfred Rosenberg werd opgehangen in Neurenberg wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden, heeft zich een curieuze veroordeling voltrokken aan een van Rosenbergs laatste nog levende ondergeschikten. De universiteit van de Duitse stad Göttingen heeft haar hoogleraar in de muziekwetenschap Wolfgang Boetticher 'met onmiddellijke ingang' op straat gezet.

Daarmee is Boetticher, een van Duitslands meest gereputeerde muziekhistorici - Schumannexpert, biograaf van Roland de Lassus en leider van wetenschappelijke uitgaven van oude muziek - als 84-jarige plotseling in het schandblok komen te staan. Zijn ontluistering, die gepaard gaat met rumoer in de Duitse media, volgde vorige week op het verschijnen van een Duitse vertaling van het boek Sonderstab Musik van de Nederlandse musicoloog Willem de Vries.

De Vries schetst in dat boek een beeld van de plunderingen door de nazi's van joods muziekbezit in bezette gebieden in West-Europa. Hij onthult de ijver die musicologen als Boetticher, Karl Gustav Fellerer, Georg Schünemann en Rudolph Gerber aan de dag hebben gelegd als medewerkers van de grootste en meest systematische muziekroof die zich ooit voordeed.

De Vries, die in Göttingen eind november werd uitgenodigd voor een lezing over zijn onderzoek, waande zich daar aanvankelijk 'in het hol van de leeuw'. Maar tijdens een discussie na afloop was hij getuige van 'grote woede en verontwaardiging' onder de tweehonderd toehoorders - meest studenten - toen de universiteit via een woordvoerder liet weten gedragingen van Boetticher tijdens de oorlog als 'oncontroleerbaar en verjaard' te beschouwen. Boos publiek liet volgens De Vries merken dat het de vroegere carrière van de professor 'moreel en ethisch allerminst verjaard' vond.

Een dag later werd Boetticher, formeel al met pensioen maar nog steeds in actie als docent, ontheven van zijn leeropdracht. De Aussetzung volgde een week later, toen Boetticher zijn rol bij de Sonderstab Musik bleef bagatelliseren, en de 'buitenlandse auteur' onzorgvuldigheid verweet. Voor De Vries zat er weinig anders op dan nieuwe documenten naar Göttingen te sturen.

De afgang van de Duitse Schumannforscher en Lassuskenner (ook lid van de redactieraad van het grote uitgevershuis Schott) boezemt hem 'geen enkel gevoel van triomf' in. 'Ik zie het veel meer als een bewijs dat de jongere generaties in Duitsland behoefte hebben de nazi-erfenis uit de rugzak te gooien voor ze volgende eeuw ingaan', zegt De Vries.

Onder de 68 duizend inboedels van joodse gezinnen die in Nederland, België en Frankrijk in beslag werden genomen door de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, zaten complete collecties van manuscripten, instrumenten, boeken en platen van componisten als Darius Milhaud en van musici als de cellist Piatigorski en de claveciniste Wanda Landowska. De grote Landowska, die zelf wist te ontsnappen naar de VS, liet in haar Parijse woning een unieke collectie oude instrumenten en zeldzame muziekuitgaven achter. Uit Amsterdam verdwenen onder meer de inboedel en correspondenties van Paul Cronheim, de secretaris van de Wagnervereniging.

De Sonderstab Musik van de dienst-Rosenberg legde zich toe op de 'onbeheerde inventarissen' die van muzikaal belang waren, De muziekstaf liet zich daar volgens De Vries onder meer bij op weg helpen door een Lexikon der Juden in der Musik, een lijst die voor de bezetting al was samengesteld door auteurs als Boetticher en zijn Sonderstab-chef Gerigk.

Boetticher en Fellerer, die hun adressen in Parijs naar het schijnt opzochten in SS-uniform, verwierven na de oorlog wereldfaam als experts op het gebied van Lassus en Palestrina. De naam Gerber werd een begrip in de muziektheorie van de middeleeuwen. Ook Sonderstab-medewerkers als Schenk en Osthoff drongen door tot de wetenschappelijke eredivisie.

Volgens de muziekauteur en historicus van de tweede wereldoorlog Fred K. Prieberg, die het voorwoord schreef bij de jongste uitgave van De Vries' boek, zijn alle bij de Sonderstab betrokken musicologen inmiddels dood, behalve Boetticher en een zekere 'Frau Doktor Lily Vietig-Michaelis in Bad Schwartau' (86). Prieberg hekelt de jarenlange, 'opmerkelijke terughoudendheid' die de na-oorlogse Duitse muziekwetenschap aan de dag heeft gelegd waar het ging om de muzikale 'rooftochten' van de nazi's. Hij prijst het boek van De Vries als begrüssenswert.

Curieus genoeg bestaat het boek al een paar jaar in een Engelstalige versie, uitgegeven door de Amsterdam University Press. In Duitsland was er geen haan die er naar kraaide, tot de Keulse uitgeverij Dittrich het boek in september uitbracht onder de titel Sonderstab Musik, Organisierte Plünderungen in Westeuropa 1940-1945.

De Vries werd uitgenodigd lezingen te geven in Keulen en in het Haus der Geschichte in Bonn, waar hij gast was van de ambassadeurs van Nederland en Polen. Hij gaf radiopraatjes en was het middelpunt van meetings in Hamburg en Berlijn.

Toen hij 26 november op Göttingen afkoerste om daar te spreken op uitnodiging van een plaatselijke boekhandel, bekroop hem 'een gevoel van onzekerheid en intimidatie'. 'Boetticher had al een memorandum van dertien pagina's rondgestuurd.' Het gekrakeel dat erop volgde mondde uit in de constatering van de Frankfurter Rundschau dat de professor in Göttingen 'kennelijk een Lebenslüge met zich meedraagt'.

Boetticher, wiens Schumann-expertise en trouw aan de nazi-ideologie ooit zodanig hand in hand gingen dat hij brieven van Robert Schumann aan Mendelssohn 'corrigeerde' met antisemitische retouches, heeft na de oorlog getracht collega's te hinderen bij het onderzoek naar de vervalsingen. Een poging van de Amerikaanse musicoloog en Bachkenner Christoph Wolff hem aan de schandpaal te nagelen bleef in 1982 zonder gevolg.

De Vries: 'Mij wordt ook wel gevraagd, wat heb je eraan zo'n oude man nu nog het leven zuur te maken?' Mij kan het weinig schelen. Hij deed het zelf. Hij heeft zijn eigen geschiedenis geschreven.' De Vries begon zijn onderzoek naar de nazi-confiscaties toen hij, studerend op Milhaud, tot de ontdekking kwam dat wat hij zocht er helemaal niet was omdat het was weggesleept.

Van de geroofde joodse bezittingen - soms hele wagonladingen harpen of piano's of boeken - is weinig of niets teruggekeerd. De Vries neemt aan dat veel kostbaar materiaal uiteindelijk is terechtgekomen in de voormalige Sovjet-Unie. 'Het goede effect van de Duitse vertaling van mijn boek', zegt De Vries, 'is dat Duitse onderzoekers me nu helpen verdwenen manuscripten op te sporen. Walter Zimmerman uit Berlijn heeft in een oude antiquariaatscatalogus handschriften van Milhaud te koop gezien, waar de 'bezitter' blijkbaar vanaf wilde.'

Willem de Vries: Sonderstab Musik, Organisierte Plünderungen in Westeuropa 1940-45. Dittrich Verlag ISBN 3-920862-18-X.

mailIcon print |